
Bron: Rolán Bouzas Wensing
We gaan in Nederland steeds minder naar de film. Toch weerhoudt dit filmhuizen er niet van te groeien, ze trekken zelfs het hoogste aantal bezoekers in tien jaar. Wat maakt dat filmhuizen steeds populairder worden?
De opmars van het filmhuis: hoe slim inspelen op publiek succes oplevert
Het is weekend en je wilt een avondje de deur uit. Je bedenkt dat je zin hebt een een film. Nu alleen nog kiezen waar. Ga ik vanavond naar een bioscoop, of een film kijken in een filmhuis? Steeds vaker kiezen mensen voor het tweede. Dat is opvallend, want over het algeheel gaan Nederlanders juist steeds minder structureel de deur uit voor een film. Tegenwoordig voelt een ‘filmpje pakken’ meer als een kleine investering waar mensen hun hard verdiende geld aan besteden. Het publiek wordt dus selectiever. Maar dit weerhoudt de filmhuizen dus niet van stijgen in populariteit. Waarom worden filmhuizen steeds beter bezocht en veranderen zij de manier waarop we naar de film gaan?
Het filmhuis: alles in één
Laten we het eerst hebben over dat filmhuis, wat maakt deze anders dan de bioscoop? Eigenlijk verkopen filmhuizen niet alleen een film, maar een compleet avondje uit. Waar je in een bioscoop, zoals een Pathé of Vue, vaak nog alleen naar binnen loopt voor de film zelf, proberen filmtheaters er iets extra’s omheen te bouwen. Ze bieden extra’s aan zoals een inleiding van een programmeur, een nagesprek met de maker of een eenmalige vertoning die je nergens anders kunt zien.

Bron: Rolán Bouzas Wensing
Daarnaast vind je in filmhuizen bijna altijd een bar of restaurant. Het publiek blijft daarom vaak na afloop nog eventjes hangen. Dimitri Lahaut, oprichter van onafhankelijk onderzoeksbureau Lahaut en jarenlang actief op het gebied van bioscoopbezoek en publieksgedrag, vertelt dat gemeenschap een groot aandeel heeft in het succes van filmhuizen: ‘Bioscoopbezoek is een sociaal uitje en een sociale gebeurtenis. Bij filmhuizen gaat het om meer dan alleen de film, zo kan je er bijvoorbeeld mensen ontmoeten.’
Naar het filmhuis gaan voelt dus eerder als een kleine culturele avond uit, waar de film zeker belangrijk is, maar niet het enige is wat telt. ‘Alles wat er omheen zit is belangrijk, zo zijn sommige filmhuizen ook gevestigd in een pand met cultureel erfgoed’, vertelt de onderzoeker. Daan Bos, analist film- en muziekindustrie bij de branchevereniging NVPI (Nederlandse Vereniging van Producenten en Importeurs van beeld- en geluidsdragers), is het met Lahaut eens en zegt dat bijvoorbeeld de randprogrammering effect heeft op het aantal bezoekers. ‘Wij hebben hier een intern onderzoek* naar gedaan, we zien dat het een aandeel heeft in genereren van bezoekers.’ Filmhuizen bieden dus extra’s en gemeenschap. Is hun groei dan te verklaren door hoe ze deze gemeenschap aantrekken?
*Dit onderzoek is (nog) niet gepubliceerd.
Het bekoren van een specifiek publiek

Bron: Rolán Bouzas Wensing
Kort gezegd: ja. Dat heeft niet alleen met de content te maken, maar ook met de reden om de deur uit te gaan. Onderzoek naar cultuurbezoek van Journal of Cultural Economics legt uit dat mensen sneller voor een filmavond kiezen wanneer er meer wordt aangeboden dan alleen de film zelf. Dit gaat vooral over een publiek dat vaak al geïnteresseerd is in kunst en cultuur, zij willen echt het gevoel hebben dat ze deel uitmaken van iets cultureels.
Zowel Bos als Lahaut zeggen dan ook dat filmhuizen goed inspelen op hun publiek, wat invloed heeft op de bezoekersaantallen. Volgens Bos komt dit ook naar voren uit onderzoek van de NVPI. ‘Mensen reageren echt wel op die extra lezingen of evenementen, vooral het filmtheaterpubliek dat al best geïnteresseerd is in film’, zegt hij. Lahaut denkt hier hetzelfde over en zegt dat filmhuizen met hun uitstraling een specifiek publiek willen trekken.
Ook nog interessant is dat filmhuizen steeds meer commerciële films draaien, wat ook nog wat bezoeker zou kunnen wegsnoepen bij de bioscopen. Volgens Lahaut komt dat omdat omdat filmhuizen afhankelijk zijn van subsidie en ervoor moeten blijven zorgen dat ze alles kunnen blijven betalen. ‘Daar wordt wel eens over geklaagd door commerciële bioscopen’, zegt de onderzoeker.
Cijfers bevestigen succes filmhuizen
Laten we naar wat cijfers kijken om te bekijken om het bioscoopbezoek en filmhuisbezoek wat meer vorm te geven. Geen zorgen, we hebben geprobeerd de cijfers zo duidelijk mogelijk voor jullie op een rijtje te zetten.
Wie naar de bezoekersaantallen kijkt, ziet dat het bioscoopbezoek in Nederland nog altijd niet is hetzelfde is als vóór corona. In 2019 gingen Nederlanders nog 38 miljoen keer naar de film, maar vorig jaar waren dat er ruim 28 miljoen, een daling van ongeveer een kwart over de jaren heen. Ook in verhouding tot afgelopen jaar daalde het bioscoopbezoek weer een beetje. Bos merkt op dat de eerste grote daling af te schuiven is op corona. Zo zegt hij dat door de pandemie het bezoek instortte, daarna weer wat beter werd, maar niet meer het niveau heeft gehaald van voor Corona. Het blijft nu juist weer dalen.
Vliegen de cijfers jullie ook al om de oren? Toch nog één laatste dingetje: die filmhuizen! Het aantal bezoeken aan filmhuizen steeg in 2025 met bijna een half miljoen vergeleken met het jaar ervoor, een groei van zo’n 11 procent. Daarbij was het aantal bezoeken aan een filmhuis afgelopen jaar het hoogste in tien jaar tijd. ’Bij filmhuizen zie je over de laatste jaren echt een consistente stijging, die je bij het totale bioscoopbezoek niet ziet,’ zegt Bos.
Opvallend is hier de stijging van het bezoek aan filmtheaters, terwijl we over het algemeen juist minder naar de film gaan. Deze culturele huizen bezitten dus een steeds groter deel van bioscoopbezoek. Als het inspelen op een specifieke doelgroep zo’n succesvolle strategie is, waarom doen bioscopen dit dan niet gewoon na?
Niet het nieuwe normaal
Bioscopen kijken wel een beetje af van filmhuizen. Beide experts zeggen dan ook dat bioscopen voorzichtig kijken naar hoe filmhuizen het aanpakken. Lahaut merkt op: ‘Je ziet sommige bioscopen ook wel steeds meer de artistieke, bijzondere films gaan programmeren’. Volgens Lahaut is dat niet gek. Hij zegt dat in Nederland het aanbod aan culturele activiteiten groot is, waardoor bioscopen en filmhuizen iets extra’s moeten doen om mensen de zaal in te krijgen. ‘Je moet dus wel echt iets aanbieden voor die betalende bezoeker.’
Bos ziet ook dat bioscopen experimenteren met wat ze draaien, maar denkt dat dit voor nu nog meer uitzondering is dan regel. ‘De grote bioscopen moeten het nog steeds hebben van de grote titels’, zegt hij. ‘Zoals een Avatar: Fire And Ash, die haalt gewoon nog een miljoen bezoekers binnen.’ Hij benadrukt dat het grootste gedeelte van de mensen die naar de film gaan, dat gewoon nog steeds bij de commerciële bioscoop doen. Dus ja, filmhuizen doen het steeds beter, trekken hun doelgroep goed aan en de bioscopen houden dit in de gaten. Maar ze veranderen niet perse de manier waarop heel Nederland naar de film gaat.
Filmhuizen zijn over het algemeen goedkoper dan bioscopen, draagt dit ook bij aan meer succes voor de filmhuizen?
Goedkopere ticketprijzen helpen niet
Een bioscoopkaartje is de afgelopen jaren langzaam steeds iets duurder geworden. Volgens Bos zit een groot aandeel daarvan grote titels. ‘Bijvoorbeeld als ze in IMAX worden uitgebracht’, legt hij uit. Filmhuizen liggen qua prijs dus iets aangenamer voor de portemonnee, vaak ongeveer een euro onder de gemiddelde ticketprijs.
Toch betekent dat niet automatisch dat mensen daarom direct naar de filmhuizen rennen. Het grootste aantal bezoekers gaat nog altijd naar de commerciële bioscopen, waar de kaartjes vaak juist duurder zijn. Ook Lahaut denkt dat de prijs van een bioscoopkaartje soms wordt overschat als verklaring voor veranderend filmbezoek. Volgens hem blijft een bioscoopavond in vergelijking met veel andere culturele uitjes betaalbaar. ‘De bioscoop is eigenlijk een van de goedkoopste vrijetijdsbestedingen die er is. Vergelijk het bijvoorbeeld maar met een theaterbezoek.’
Dat betekent niet dat prijs helemaal geen rol speelt. Onderzoek van Boekmanstichting laat zien dat bezoekers die minder vaak gaan juist wél gevoeliger zijn voor ticketprijzen. Maar dat is dus niet het publiek wat naar filmhuizen gaat, zij trekken juist een publiek aan dat vaker gaat.
De manier waarop filmhuizen een ervaring neer weten te zetten en ontzettend goed zijn in het aantrekken van hun doelgroep, blijft de gouden formule die voor hen subliem uit blijkt te pakken. Maar de gehele bioscoopwereld transformeren, doen ze nog niet.
Dataverantwoording
Voor dit achtergrondverhaal is gebruikgemaakt van kwantitatieve data over jaarlijks bioscoop- en filmhuisbezoek in Nederland. De gebruikte data is afkomstig uit publicaties van de NVPI (Nederlandse Vereniging van Producenten en Importeurs van beeld- en geluidsdragers), met name uit de Bioscoopmonitor 2024, de NVPI Kerncijfers 2025 en het persbericht Jaarcijfers 2025. Deze bronnen bevatten bezoek- en boxofficecijfers. De NVPI verzamelt deze gegevens rechtstreeks bij Nederlandse bioscopen en filmtheaters. Deze bronnen geven daarom een betrouwbaar en representatief beeld van de Nederlandse bioscoopmarkt en bezoekersaantallen.
Met behulp van computerprogramma Excel heb ik data uit de verschillende bronnen van de NVPI verzameld en bewerkt. De bewerking bestaat uit:
- Het selecteren van de jaren 2019–2025. Hierdoor ontstaat een duidelijk referentiepunt om veranderingen in bioscoopbezoek na corona te analyseren.
- Het samenbrengen van bioscoop- en filmtheaterdata in één overzicht.
- Het berekenen van procentuele stijgingen en dalingen, om zo relatieve cijfers weer te kunnen geven.
De data is relevant voor dit journalistieke verhaal omdat deze cijfers helpen bij het uiteenzetten van ontwikkelingen, trends en verhoudingen in het bioscoop- en filmhuisbezoek. Echter kunnen deze cijfers geen exacte oorzakelijke verbanden of beredenering achter de zichtbare trends verklaren.