Door: Anna Popken
In 2025 moet minstens 50% van de kleding en textiel in Nederland klaar gemaakt worden voor hergebruik. Het Europese Parlement verwacht ook met een opkomende nieuwe regelgeving dat bedrijven onverkochte kleding niet meer gaan vernietigen. Hoe zijn bedrijven er de afgelopen jaren mee bezig geweest om dit doel te halen en waar lopen ze tegen aan?
De modewereld is in crisis: één keer dragen en daarna weggooien! Kledingbedrijven brengen tegenwoordig veel meer collecties per jaar uit dan ooit tevoren, wat leidt tot een explosie in productie en consumptie en de vernietiging van onverkochte kleding. Volgens het Europees Parlement moet dit stoppen. Goede innovaties en nieuwe technieken lijken nodig te zijn. Volgens Thamar Keuning, MVO-adviseur van Reshare (Leger des Heils), is dat echter niet het grootste of enige probleem waar producten, inzamelaars en hergebruikers tegenaan lopen. ‘Technologie en ideeën liggen voor het oprapen, maar de producten moeten de eerste stap gaan zetten. We moeten samen hard werken om het doel van een circulaire economie in 2050 te bereiken!’
Voor de meeste winkels is het plan van de EU niet onbekend en weten ze wat ze te doen staan. Het actieplan uit 2020 is een plan waarin de EU in 2050 haar doel voor een circulaire economie wil bereiken. De kledingindustrie is een groot onderdeel van dit plan. Fast fashion is een van de grootste vervuilers. De EU wil dit beperken door ervoor te zorgen dat textiel langer meegaat en meer wordt gerecycled. Met het pakket van regels waar winkels zich aan moeten houden willen ze de negatieve impact van de textielindustrie aanpakken.
Vanaf 2025 wordt van de winkels verwacht om elk jaar steeds iets meer kleding voor te bereiden voor hergebruik en om te recyclen. In 2025 moet minstens 50% van het textiel dat in de handel wordt gebracht ook worden voorbereid voor hergebruik of moeten kunnen worden gerecycled volgens de KVK.

‘Voor consumenten is het te gemakkelijk om kleding te kopen, te verkopen en te doneren’
Eerste stappen
Wat opvalt is dat veel winkels nu de optie bieden om textiel of kleding bij hen in te leveren zodat een buitenstaand bedrijf het weer kan sorteren en hergebruiken. Grote Nederlandse bedrijven, zoals Zeeman, Hema, Scapino en Bever geven bijvoorbeeld die optie. Zo werkt Zeeman samen met Het Goed, Scapino met het Leger des Heils en Hema heeft een samenwerking met Drop & Loop, een onderdeel van Circulair textielverwerker Wolkat. Zij maken van het ingeleverde textiel nieuwe stoffen en garens. Hema hoopt in de aankomende jaren hier weer producten van te kunnen maken en dan opnieuw te kunnen verkopen zodat de cirkel helemaal rond is.
Bever is een uitzondering binnen deze groep. In plaats van uit te besteden, sorteert en hergebruikt Bever de ingeleverde kleding binnen het eigen bedrijf. Ze proberen het te repareren of maken er nieuwe items van.
Buitenlandse ketens als H&M en ZARA, die bekend staan als fastfashionketens bieden weer andere mogelijkheden aan. Zo kan je bij ZARA kleding laten repareren en kan je kleding wat bij hen ooit is gekocht ook weer verkopen. H&M bied je die laatste optie ook, maar ze bieden ook de optie huren aan. Items die misschien niet in je budget passen kan je dan toch een keer aan voor een speciale gelegenheid. Zo wordt er steeds meer gedaan en zijn het allemaal stapjes in de goede richting. Echter, de verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de winkels; Ook consumenten moeten hun gedrag aanpassen om echt impact te maken.
Misleidend
Het lijkt goed dat bedrijven nu bezig zijn met hergebruik, maar het is ook misleidend. Er wordt nog steeds te veel kleding gekocht door consumenten. Volgens een rapport van de raad voor de leefomgeving en infrastructuur (2020) leven we in een wegwerpmaatschappij. Voor consumenten is het te gemakkelijk om kleding te kopen, te verkopen en te doneren. Dit is een gewoonte geworden, wat de toename van de consumptie verklaart. Voor de meeste consumenten is kleding doneren de enige duurzame en circulaire weg om kleding een tweede leven te geven.
Aan kleding doneren hangt een goed gevoel; je geeft de kleding een tweede kans en het is makkelijk. Een bekende plek voor kledingdonaties is het Leger des Heils. Helaas zien zij een andere kant van het verhaal. ‘We zien dat de kleding die we binnenkrijgen van steeds slechtere kwaliteit is, waardoor het moeilijker wordt om het een tweede leven te kunnen geven’, vertelt Keuning.
De cijfers spreken boekdelen: van 1996 tot 2012 is de aankoop van kleding met 40% gestegen per persoon. Volgens een onderzoek van EPRS (onderzoekdienst van het Europees Parlement). Uit een onderzoek van het CBS van 2015 tot 2019 blijkt dat 554 kiloton textiel als afval is weggegooid of als tweedehands artikel geëxporteerd. Daarvan is 174 kiloton textiel bij het restafval beland, wat ervoor zorgt dat het moeilijk herdraagbaar of recyclebaar is.

Momenteel wordt slechts 1% van de kleding gerecycled tot nieuwe kleding. Dit lage percentage komt deels doordat hergebruikstechnieken tot voor kort niet voldoende ontwikkeld waren. Dat is nu echter niet meer het probleem. Volgens Keuning is het belangrijk dat we als maatschappij weer meer waarden moeten gaan hechten aan kleding, zowel letterlijk als figuurlijk. Kleding wordt nu gezien als een wegwerpproduct, maar als zowel de industrie als de consument kleding weer waardevol maken, zal er minder geproduceerd worden van beter kwaliteit. Ook zal kleding minder snel worden weggegooid, maar juist gerepareerd of tweedehands gekocht. Voor het Leger des Heils zou dat beter zijn. ‘Wijzelf staan nu ook op een kantelpunt. We krijgen zoveel kleding binnen, maar met meer dan de helft kunnen we niks. We zijn te veel tijd, geld en energie kwijt aan sorteren en overeind blijven, zodat het haast niet te doen is.’
Genoeg innovaties
Volgens Keuning zit het probleem hem ook niet in te weinig technische kennis of innovaties. ‘We leven in een wereld waar de techniek en ideeën voor het oprapen liggen.’ Ze zijn zelf een goed voorbeeld van samenwerking en innovaties. Het bedrijf heeft deelgenomen aan verschillende projecten, waaronder het gebruik van AI om kleding te sorteren en om de waarde ervan te optimaliseren. Daarnaast was er een samenwerking met Textiles2Textiles, die een machine hebben ontworpen die kleding op kleur en stof kan selecteren.
‘Zo’n sorteermachine is een geweldig idee. Wanneer de machine voldoende van een soort stof of kleur heeft gesorteerd, kan er nieuw garen van worden gemaakt. Echter, doordat de kwaliteit van kleding over het algemeen achteruitgaat, leidt recyclen tot garen van lagere kwaliteit. Dit maakt het voor producenten onaantrekkelijk om dit garen te kopen voor nieuwe kleding, omdat het vaak duurder is dan virgin materiaal. Het recyclen van kleding en textiel kost veel geld, terwijl virgin materiaal, zoals katoen, goedkoper en van hogere kwaliteit is. Polyester, waar veel kleding tegenwoordige van is gemaakt, is vaak ook goedkoper maar dus moeilijker te recyclen. Hierdoor ontbreekt voor de meeste producenten de motivatie om voor duurzame opties te kiezen,’ vertelt Keuning.
Uitdagingen
Winkels als Hema en Bever zijn al volop bezig met hergebruik. Toch lopen zij ook tegen veel uitdagingen aan. Voor hen is het een uitdaging vanwege het ontbreken van de duurzame alternatieven voor bepaalde materialen, zoals elastaan, dat essentieel is voor de elasticiteit van sportkleding. ‘Het vinden van manieren om producten te hergebruiken, te recyclen of circulair te maken kost simpelweg te veel tijd en moeite’, benadrukt Hema. Bever vult aan, ‘voor natuurlijke vezels zoals wol en katoen is dit veel gemakkelijker dan voor kunstmatige materialen zoals polyester. ‘Een volledig circulaire keten is echter onmogelijk. Wij krijgen jaarlijks bijna 60.000 kilo aan gebruikte spullen die ook weer verplaats moeten worden van A naar B. De CO2-uistoot daarvan en die van nieuwe kleding kan je haast niet uit de weg gaan.’
Reparatie
Als iets een hogere prijs heeft dan gooi je het niet zomaar weg. Dan laat je het repareren. Iets waar het Leger des Heils, maar ook een winkel als Bever veel mee bezig zijn. Een bedrijf dat zich juist alleen maar focust op reparatie van kleding is WEAR. Zij repareren en vernieuwen oude sneakers en geven ze hiermee een tweede leven. ‘Techniek is bij ons ook niet het probleem; we hebben genoeg ideeën en kennis. Ons doel is een stabiel aanbod voor de consument. Veel mensen geven hun sneakers door of verkopen ze, wat goed is, maar er blijven ook veel schoenen in de kast liggen. Die schoenen willen wij graag ontvangen! We hopen dat consumenten bewuster worden van wat ze al hebben en de mogelijkheden om die items een tweede leven te geven.
Keuning ziet ook wel hoop voor de toekomst ‘Het is essentieel om met z’n allen te veranderen zodat het balletje gaat rollen en we in een versnelling komen die ons allemaal meer oplevert en helpt om dat doel in 2050 wel te bereiken.’ Samenwerken met ketenpartners is onmisbaar om echt stappen te zetten in circulariteit. Bever geeft dit advies en zegt dat zoeken naar aansluiting met initiatieven en werkgroepen die zich richten op circulariteit en kennisdeling een goed hulpmiddel kan zijn. ‘Samen kunnen we veel meer bereiken dan alleen.’
Data verantwoording
De gegevens in het tabeldiagram zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), Een Nederlandse overheidsinstantie die statische informatie verzamelt, bewerkt en publiceert over diverse onderwerpen die de Nederlandse samenleving betreffen. Deze data zijn verzameld uit de reportage “Voorraden In de maatschappij: grondstoffenbasis voor circulaire economie’ Deze reportage bevat de resultaten van de inventarisatie van 2020, waarin textiel is meegenomen als onderdeel van het werkprogramma ‘Monitoring en sturing Circulaire Economie 2019 – 2023 de dataset ‘Statline – gemeentelijke afvalstoffen’. De statistieken hebben betrekking op afvalstoffen die door of in opdracht van de gemeente worden ingezameld, met uitzondering van textiel en oud papier, die door liefdadigheidsorganisaties worden ingezameld.
Daarnaast is een onderzoek van het European Parliamentary Reseach Service (EPRS) geraadpleegd. Volgens dit onderzoek is de aankoop van kleding per persoon met 40% gestegen tussen 1996 in 2012. Door de veroudering van deze data kan dit aantal al gestegen zijn. Het onderzoek vermeldt ook dat slechts 1% van de kleding wordt gerecycled tot nieuwe kleding. Het rapport van McKinsey & Company bevestigt dit lage percentage en biedt gedetailleerd inzichten in Europese cijfers en statistieken overkleding hergebruik. Zij hebben hun gegevens verzameld uit 27 Europese landen en Zwitserland, wat resulteerde in betrouwbare inzichten dankzij de breedte van de steekproef. Hun onderzoek richten zich op de hoeveelheden kleding die daadwerkelijk kunnen worden hergebruikt, waarbij gekeken werd naar wat binnenkomt en wat er gerecycled kan worden, inclusief de omzetting van het textiel naar nieuwe stof.
De bronnen bieden gezamenlijk gedetailleerde en betrouwbare beeld van de huidige stand van zaken omtrent kleding hergebruik en recycling in Nederland en Europa.