De beer moet naar de dokter

Door: Anna Popken

Toen Marleen Verheij zes jaar oud was en net weer uit het ziekenhuis kwam, bracht haar neef een enorme teddybeer uit Polen mee. “Barend”. Bijna net zo groot als zijzelf. Kortharig en blond met kraal oogjes. Hij maakte alles mee: verhuizingen, liefdes, verliezen. En nu, decennia later, staat zijn stoel in haar slaapkamer leeg. “Het dierbaarste bezit wil je niet verliezen,” zegt ze. “Maar hij werd er niet mooier op. Dus maakte ik een afspraak bij een knuffeldokter.” Voor de grap legde ze Barend onder de gordel van haar autostoel en maakte een foto. “Ik had de gezichten wel willen zien als ik zo was gaan rijden,” lacht ze. Uiteindelijk legde ze hem toch maar op de achterbank. Op naar de dokter.

Barend omweg naar de poppendokter: foto door Marleen Verheij

Toen Marleen Verheij zes jaar oud was en net weer uit het ziekenhuis kwam, bracht haar neef een enorme teddybeer uit Polen mee. “Barend”. Bijna net zo groot als zijzelf. Kortharig en blond met kraal oogjes. Hij maakte alles mee: verhuizingen, liefdes, verliezen. En nu, decennia later, staat zijn stoel in haar slaapkamer leeg. “Het dierbaarste bezit wil je niet verliezen,” zegt ze. “Maar hij werd er niet mooier op. Dus maakte ik een afspraak bij een knuffeldokter.” Voor de grap legde ze Barend onder de gordel van haar autostoel en maakte een foto. “Ik had de gezichten wel willen zien als ik zo was gaan rijden,” lacht ze. Uiteindelijk legde ze hem toch maar op de achterbank. Op naar de dokter.

In de Haarlemse broedplaats Ratata, in de textielhub, is één hoek van het enorme pand omgetoverd tot een klein ziekenhuis voor knuffels. Op de werktafel zit Barend, naast een andere geliefde beer van oud schapenvacht die opengewerkt op tafel ligt, twee patiënten in volle reparatiestatus.

Femke Wijman (33) is poppen- en knuffeldokter in Haarlem, beter bekend als Mama Poppendokter. De naam doet anders vermoeden, maar de meeste patiënten zijn knuffels. De stethoscoop om haar nek is geen grapje: ze neemt haar werk bloedserieus. “Mijn man vond dat ik ook zo’n witte doktersjas moest hebben,” lacht ze. Pas twee jaar doet ze dit als officieel werk, en de wachtlijst is inmiddels opgelopen tot meer dan vijfhonderd patiënten. “Zelfs nu ik overal heb aangegeven dat de lijst vol zit, blijven de aanmeldingen komen. Ik kan het in mijn eentje niet bijhouden.”

Femke in haar nieuwe Atelier onder de regenboog aan knuffels (hergebruikt). Foto door: Anna Popken

De knuffels komen overal vandaan. “Sommige mensen sturen ze op met een tracker in het pakket, anderen reizen het halve land door of komen zelfs de grens over om hun knuffel persoonlijk af te geven.” De eigenaren zijn van alle leeftijden: Kinderen met een knuffel van nog geen zes jaar oud, maar ook mensen met exemplaren die de Eerste Wereldoorlog nog hebben meegemaakt.  

De naam Mamapoppendokter komt van haar oudste dochter van zeven. “Ik had een knuffel van haar wel eens gerepareerd, maar ook van klasgenootjes; gewoon in mijn vrije tijd. Als kind vond ik het al heerlijk om met naald en draad bezig te zijn. Kleertjes maken voor poppen, maar nooit gedachte dat ik hier mijn werk van zou maken.” 

Het begon met een oproep in een buurtapp. Een vader zocht iemand die zijn knuffel van 40 jaar oud, nu lieveling van zijn kleindochter, kon redden. “Mensen reageerden niet heel positief en adviseerden hem om het ding weg te doen. Maar dat kon ik niet laten gebeuren.” Via via en vanuit Instagram volgden nieuwe aanvragen. Tot op een moment een man zo blij was met de reparatie van zijn knuffelhondjes dat hij als dank een complete website bouwde. “Die gebruik ik nu nog steeds,” zegt ze glunderdend. Vanaf dat moment begon het balletje voor haar te rollen en vonden de knuffels en poppen haar vanzelf. 

Textielhub

Niet lang geleden kreeg Femke het aanbod om in broedplaats Ratata een eigen werkplek te creëren binnen de textielhub. “Ik denk dat ik naast mijzelf ook mijn man blij heb gemaakt,” zegt ze. “Het huis begon een beetje te overspoelen met ‘enge poppen’, zoals hij dat noemde.”

Jorien Stoop, organisator van de broedplaats, hoorde Femkes naam tijdens het scouten van makers. Haar achtergrond door haar vorige werk en studie in textiel en duurzaamheid maakte meteen indruk. “Ze past perfect bij de hub,” zegt Jorien. In de textielhub werken ondernemers circulair met textiel waaronder sociaal atelier Spaarne Werkt. Femke werkte al samen met Spaarne Werkt, het sociale atelier dat textiel sorteert. Daar mag ze ingezamelde knuffels uitzoeken die ze gebruikt als donorknuffels voor nieuwe technieken en voor workshops. Volgens Jorien biedt de broedplaats makers die normaal minder zichtbaar zijn een groter podium. Het gebouw is wel tijdelijk – de hub blijft maar twee jaar op deze plek – maar dit ziet Femke juist al een kans om door te groeien. “Hopelijk kunnen we daarna samen verder op een nieuwe locatie,”zegt Jorien. Femke riep bij haar ook jeugdherinneringen op, omdat haar moeder poppenmaker was. “Ik voelde meteen dezelfde fascinatie. Femke en anderen hier brengen iets terug wat we kwijt dreigen te raken.”

Veel mensen weten nog wel iemand in de buurt te vinden die kan helpen bij eerste noodhulp als er iets misgaat met een knuffel of pop. Maar Femke merkt dat steeds minder mensen weten hoe ze moeten naaien. Dat ambacht gaat verloren. Tot haar spijt proberen mensen soms zelf technieken die het beest geen goed doen, waardoor het later moeilijker te herstellen is. “Ik stop alle tijd in mijn werk, en bij sommige patiënten moet ik eerst onderzoek doen.” In haar atelier liggen boeken over oude technieken en geschiedenis. “Ik vind het heerlijk om helemaal in zo’n knuffel te duiken. Die extra kennis opdoen en kunnen toepassen vind ik fantastisch.” Maar ze geeft ook toe dat het soms best moeilijk is om alles te ontdekken. Daarom houd ze goed contact met haar klanten. 

Boeken die Femke gebruikt voor vinden van oude technieken en geschiedenis van poppen en knuffels. Foto’s door: Anna Popken

Barend blijkt zo’n ingewikkelde patiënt. “Hij is gevuld met houtwol, waardoor je hem niet kunt wassen, en zijn hoofd stond schuin. Ik moest eerst goed weten hoe de draaischijf in zijn hoofd zat.” Dan zijn die boeken en dat netwerk een uitkomst. Marleen kreeg tussendoor updates. Zo hoorde ze dat hij niet op de normale manier gewassen kon worden, dus gebruikte Femke een andere techniek. “Gelukkig maar,” lacht Marleen. “Ik had hem vroeger als kind ook wel eens oogschaduw gegeven. Hij was wel toe aan een wasbeurt. Hij is echt een dierbare vriend.”

foto uit de jeugd van Marleen: Foto van Marleen Verheij

Barend blijkt zo’n ingewikkelde patiënt. “Hij is gevuld met houtwol, waardoor je hem niet kunt wassen, en zijn hoofd stond schuin. Ik moest eerst goed weten hoe de draaischijf in zijn hoofd zat.” Dan zijn die boeken en dat netwerk een uitkomst. Marleen kreeg tussendoor updates. Zo hoorde ze dat hij niet op de normale manier gewassen kon worden, dus gebruikte Femke een andere techniek. “Gelukkig maar,” lacht Marleen. “Ik had hem vroeger als kind ook wel eens oogschaduw gegeven. Hij was wel toe aan een wasbeurt. Hij is echt een dierbare vriend.”

In het atelier wordt duidelijk dat knuffels méér zijn dan speelgoed. “Ze dragen geur, vorm, geschiedenis,” zegt de knuffeldokter. “Als je ze repareert, moet je dat respecteren. Een knuffel die opeens te stevig is, voelt niet meer als dezelfde.” Daarom begint elk traject met een gesprek. “Mensen brengen me hun dierbaarste bezit. Dan moet je zorgvuldig werken in techniek, in materiaalkeuze, in tijd.”

Maar dat respect moet volgens haar van twee kanten komen. Niet elke knuffel kan terugkomen alsof hij nieuw is, en niet elke eigenaar wil dat. “De één wil zo min mogelijk verandering, omdat elke plooi en elke slappe arm vertrouwd voelt. De ander maakt het niets uit hoe hij eruitziet, als hij maar gered wordt.” Femke zoekt steeds de balans tussen wat technisch kan en wat emotioneel klopt. “Het gaat erom dat de knuffel weer voelt als hún knuffel en niet als een vervanger.”

Femke is niet de enige knuffel- of poppendokter: in een groepsapp met een handjevol collega’s, bijna allemaal gepensioneerd merkt ze hoe zeldzaam het vak wordt. “Daarom denken mensen wel vaak dat ik een oud vrouwtje ben,” lacht ze.

Juist die liefde voor haar ambacht bracht haar ook in contact met festivaldirecteur Wendy van Wilgenburg, die meteen zag dat Femkes werk thuishoort op festival Ambacht in Beeld. “Ze werkt met een precisie die je ook bij echte dokters ziet,” zegt ze. “En ze laat zien hoe waardevol ambacht is in een tijd waarin alles goedkoop en snel moet.” Femke ziet net als Wendy dagelijks de gevolgen van overconsumptie en de wegwerpcultuur. “Knuffels kun je moeilijk recyclen door de vele verschillende materialen,” legt femke uit. “Goedkope exemplaren vallen soms na weken al uit elkaar, terwijl oudere knuffels nog stevig zijn zoals, Barend die al 61 jaar geen repratie heeft gezien.” Op het festival zal ze workshops geven, waar kinderen en volwassenen met haar donorknuffels zelf kunnen oefenen. Van Wilgenburg hoopt dat vooral jongeren zo weer zien hoe dingen worden gemaakt. Misschien voelt iemand zich geïnspireerd om bij Femke in de leer te gaan, iets wat ze hard nodig heeft met de groeiende wachtlijst.

Wat Femke vooral ziet, is dat kinderenn heel anders naar knuffels kijken dan volwassen. Voor hen draait het vooral om herkenning dat hún knuffel hún knuffel blijft. Door de lage kwaliteit komen ze wel sneller bij Femke op de tafel terecht, maar het uiterlijk of de staat van de knuffel is voor hen bijzaak. Dat merkt ze ook tijdens het inloopspreekuur in de bibliotheek: het mooiste moment is wanneer een kind zijn knuffel terugkrijgt, al kan het even schrikken zijn als hij na reparatie dikker of steviger aanvoelt.

Voor Marleen, en voor velen die bij Femke langskomen, is een knuffel dan ook geen speelgoed maar een hechtingsobject. “Hij heeft alles meegemaakt,” zegt ze. “Hij is voor mij trouwer dan een man, hij blijft, vertelt nooit geheimen door en is zelfs een begrip geworden in mijn familie.” Haar woorden raken aan iets dat de poppendokter dagelijks ziet: de mooiste en meest emotionele verhalen achter de knuffels. “Ze bieden soms troost op momenten dat mensen dat het hardst nodig hebben.”

Van de eerst dag tot 50 jaar samen: Screenshot van Marleen Verheij: Foto uit 1965 en 2020

Voor Marleen, en voor velen die bij Femke langskomen, is een knuffel dan ook geen speelgoed maar een hechtingsobject. “Hij heeft alles meegemaakt,” zegt ze. “Hij is voor mij trouwer dan een man, hij blijft, vertelt nooit geheimen door en is zelfs een begrip geworden in mijn familie.” Haar woorden raken aan iets dat de poppendokter dagelijks ziet: de mooiste en meest emotionele verhalen achter de knuffels. “Ze bieden soms troost op momenten dat mensen dat het hardst nodig hebben.”

“Je moet niet onderschatten wat zo’n beest betekent,” zegt Marleen. “Iedereen was lief voor me toen ik ziek was, maar die beer gaf troost op een manier die niemand anders kon.”

Marleen Verheij

Terwijl Barend in Haarlem op de operatietafel ligt, is zijn afwezigheid thuis voelbaar. “Het is een lege plek op mijn slaapkamer,” zegt Marleen. “Hij zit altijd op zijn stoeltje. Nu kijk ik ernaar en denk ik: waar ben je nou?” Toch gunt ze hem zijn herstel. “Na zestig jaar mag hij wel eens een grote opknapbeurt krijgen,” lacht ze. “Hij wordt straks weer het zonnetje in huis.”

De knuffeldokter staat nog maar aan het begin van haar carrière, maar haar missie is helder: het ambacht levend houden, duurzaamheid serieus nemen en de verhalen achter knuffels koesteren. Ze hoopt anderen te inspireren, en ze iet dat dat al gelukt is bij haar oudste dochter. “Zij probeert nu al in mijn schoenen te staan door samen met mij en soms vriendinnetjes te werken met naald en draad,” vertelt ze als trots moeder.

In haar atelier, waar de geur van wol en oude stof hangt, tilt ze Barnard voorzichtig op. “Het is eervol werk,” zegt ze. “Ik mag werken met hun dierbaarste bezittingen.”

Wil je nou meer verdiepen in hoe een knuffel en aanraking op psychologische en sociologische aspecten werkt luister dan de podcast aflevering van Zacht bewijs hier onder:

 

Update: 23 juni

Marleen Verheij heeft 23 juni haar geliefde beer weer opgehaald!!