‘Ik maak kunst voor op het lichaam’


Jonge toekomstdenkers Anna Popken interviewt jongeren over hun werk en hun visie op een duurzame toekomst. 

Door Anna Popken

INTERVIEW: In 2030 wil de Nederlandse overheid dat  50% van de kleding en textiel klaar is voor hergebruik. Volgens CNV weten jongeren nog te weinig over duurzaamheid, maar Sophie Fabre (24) vormt een uitzondering. Deze jonge modeontwerpster en kunstenaar begrijpt niet alleen de uitdagingen van de kledingindustrie, maar draagt ook actief bij aan de oplossing. Met haar innovatieve creaties laat ze zien dat er voldoende materiaal is voor duurzame mode. ‘We hebben al genoeg op deze wereld; meer is niet nodig,’ benadrukte ze. 

‘Pas op waar je je spullen neerlegt! Dit is het verflokaal, en je weet maar nooit of er nog natte verf op de tafels ligt.’ Het interview vindt plaats op één van de locaties van HKU. Dit is niet verrassend, aangezien Sophie na haar afstuderen daar nog steeds een cursus volgt om haar eigen bedrijf te starten. Sophie Fabre heeft een sterke visie op hergebruik van kleding. ‘De kledingberg in de Atacama-woestijn in Chili kan je vanuit de ruimte zien! Voor mij is het een berg van ongebruikt materiaal. Wanneer ik daar zou rondlopen, zou ik alles nog kunnen gebruiken. Als iedereen zo dacht, zou die berg vanzelf verdwijnen,’ vertelt ze. 

Sophie Fabre met haar creatie foto: Anna Popken

Hoe ben je op het idee gekomen om kleding te hergebruiken?

‘Tijdens mijn eerste opleiding tot junior stylist in Den Bosch kreeg ik de opdracht om kleding te maken van restmateriaal. Ik maakte een jasje van knuffels en merkte dat ik veel meer plezier had in het werken met hergebruikte materialen dan met nieuw materiaal. Het stimuleerde mijn creativiteit en aandacht voor het juiste materiaal.’


Hoe zou je jezelf en je werk omschrijven?

‘Ik zie mezelf als modeontwerper en kunstenaar. Ik werk met textiel, glas, hout en metaal. Mijn creaties zijn kunst voor het lichaam, extravagant, gedetailleerd en kleurrijk. Alles is gemaakt van duurzame materialen die ik overal vandaan haal: uit de prullenbak, van oma’s zolder of mijn eigen verzameling. Omdat ik als student beperkt ben in ruimte, plaats ik soms een oproep op sociale media als ik niet alles heb wat ik nodig heb voor een project. Mensen reageren vaak genoeg, zodat ik kan maken wat ik wil.’ 

Kun je uitleggen op welke manier je te werk gaat? 

‘Mijn ideeën komen overal vandaan: foto’s, musea of gewoon van het materiaal zelf. Mijn oma verzamelt veel voor me en inspireert me met haar vondsten. Als ik bij haar ben, laat ze haar nieuwe vondsten zien en bedenken we samen ideeën. Ze maakt knuffels en heeft volop ideeën die ik kan toepassen en andersom. 

Ik experimenteer door materialen uit elkaar te trekken, er knopen in te leggen en ze aan elkaar te naaien. Vervolgens bekijk ik hoe het uitpakt op de paspop. Als het niet naar mijn zin is, begin ik opnieuw. Je kunt zeggen dat ik boetseert met textiel. Soms gebruik ik materialen als vulling als ik er verder niets mee kan. De cirkel blijft dan mooi rond. Ik maak nooit een tekening van tevoren; het is een puzzel die ik oplos, wat het zo interessant en leuk maakt.’

Werk je liever met natuurlijke materialen?

‘Ja, natuurlijke materialen gaan langer mee en zijn beter voor het milieu. Maar ik gebruik ook synthetische materialen omdat ik het zonde vind als ze worden weggegooid.’ 


Hoe kijk je zelf naar de huidige kledingindustrie? 

‘Tegenwoordig is kleding een wegwerpartikel. Door de vele reclames wordt consumptie gestimuleerd. Je ziet video’s waarin bekende gezichten hun kleding uitpakken, dragen en daarna weggooien of helemaal niet dragen. Dit heeft geleid tot een cultuur waarin het normaal is om kledingstukken maar een paar keer te dragen en vervolgens af te danken. De kwaliteit van kleding is achteruitgegaan, vooral bij winkels zoals H&M, waar je vroeger goede kwaliteitskleding werd verkocht maar nu de naden soms los zitten. Het draait nu meer om hoeveel kleding je hebt en hoeveel variatie je kunt zien. Vroeger, zo’n 100 jaar geleden, had iedereen slechts een paar kledingstukken in hun kast die van uitstekende kwaliteit waren en lang meegingen.’

In de afgelopen eeuw is de manier waarop mensen kleding bezitten en consumeren drastisch veranderd. Vroeger had de gemiddelde persoon slechts een handvol kledingstukken van hoge kwaliteit in hun kast, die lang meegingen en vaak gerepareerd werden. Nu bezit de gemiddelde persoon volgens CBS bijna 50 stuks jassen, broeken en truien. De opkomst van fast fashion hebben geleid tot een cultuur van overconsumptie, waar kledingstukken na slechts een paar keer dragen worden weggegooid.

“Ik heb vrienden die trots laten zien dat ze iets bij Shein hebben gekocht. Dat hoef je bij mij niet te komen paraderen. Ik neem hen dan graag mee naar de kringloop en geef ze tips over hergebruik. Tijdens mijn studie ontdekte ik ook dat weinig klasgenoten uitsluitend hergebruikte materialen gebruikte; studenten zouden in onze wegwerpmaatschappij meer aan hergebruik moeten doen in plaats van nieuwe spullen te kopen.”

Jongeren weten volgens CNV-onderzoek ook nog te weinig over duurzaamheid rondom kleding: Bij duurzame kleding denk jongeren eerder aan eerlijke prijs dan aan milieuvriendelijkheid. 56% van de jongeren weet niet waar ze eerlijke kleding aan kunnen herkennen. Kledingbedrijven moeten volgens Sophie meer transparant zijn. 

Veel bedrijven worstelen met duurzaamheid. Wat is jouw belangrijkste advies voor hen?

‘Verbeter transparantie. Het is ook moeilijker om 100% katoen te vinden omdat producten niet altijd eerlijk zijn over de materialen. Koop je een item uit Italië, dan is de kans groot dat alleen de rits daar vandaan komt om de de koper een beter gevoel te geven. 

Het ligt niet alleen bij de bedrijven, ook de consument moet zich meer bewust worden. Ze weten vaak niet waar iets van gemaakt is. Polyester is daar een goed voorbeeld van; eigenlijk draag je een plastic flesje. Het is vreemd om erover na te denken, maar het is de realiteit. Ook bij het doneren van kleding moet je weten waar het terechtkomt. Veel gedoneerde kleding komt in Afrika terecht, waar ze er ook geen belang bij hebben en niks mee kunnen. De mindset rondom kledingconsumptie is door de jaren heen drastische veranderd en moet nu weer veranderen!’ 

Wat heb je tot nu toe bereikt met je creaties? 

“Best al veel. Ik heb mijn kleding aan een drag queen uitgeleend, samengewerkt met een wetenschapper en onlangs droegen twee mensen mijn creaties bij de uitreiking van het Gouden Kalf. Bij mijn afstudeertentoonstelling op school kregen we veel positieve reacties van genodigde gasten. Wat me echt verbaasde, waren de verzoeken van samenwerking die soms maanden later nog binnenkwamen.”

Drag queens?

‘Zij zijn een inspiratie voor mij en maken het plaatje compleet. Hun artistieke haar en make-up met hun extravagante outfits gecombineerd met zang en dans, zorgen voor een opvallend geheel.’

Hoe pas je duurzaamheid toe in je dagelijkse leven? 

“Ik breng kleding naar locaties met de fiets of het OV. Één keer ben ik met een elektrische bakfiets door de regen gegaan om een paspop mee te nemen, wat vast een bijzonder gezicht was. Verder verstuur ik nauwelijks kleding en probeer ik niet te vliegen. Ik zou mijn werk graag naar het buitenland uitbreiden, maar dan wel op een andere manier dan met het vliegtuig.” 

Wat wil je bereiken met je kleding?

‘Met mijn werk wil ik laten zien wat je allemaal met restmateriaal kunt maken. Ik hoop mensen meer te laten nadenken over waar iets van gemaakt is. Een topje van oude regenlaarzen lijkt niet meer op regenlaarzen, totdat je het vraagt en mensen versteld staan.’


Hoe ga je om met de verleiding van fast fashion? 

‘Ik kan niet ontkennen dat ik dat koop. Als student/starter heb ik het niet zo breed, dus bezoek ik vaak kringloopwinkels. Deze winkels zijn echter steeds populairder geworden, wat positief is, maar het zorgt er ook voor dat prijzen stijgen. Hierdoor is fast fashion soms goedkoper. Mijn gekochte kleding eindigt niet snel in de prullenbak; ik geef het aan vrienden, familie, gebruik het in mijn ontwerpen of verkoop het.’

Organisaties zoals het Leger des Heils merken dat hun kringloopwinkels populairder zijn geworden. De exacte oorzaak is niet bekend, maar dit kan te maken hebben met een groter milieubewustzijn of financiële redenen. Ze zien echter dat de kwaliteit van gedoneerde kleding achteruitgaat. Om goede kleding langer mee te laten gaan, bieden zij en andere organisaties en winkels zoals Bever en Zara steeds vaker kledingreparatie aan.

Waar hoop je op in de toekomst?  

‘Een samenwerking met Ronald van der Kemp zou een droom zijn. Hij is een grote inspiratiebron voor mij en ontwerpt kleding van hergebruikte materialen. Bekende Nederlanders dragen zijn ontwerpen, wat de boodschap van hergebruik nog beter verspreidt. Ik hoop dat ik door samen te werken met bekende Nederlanders en mogelijk zelfs politici, ook veel mensen bewuster kan maken. Met mijn bijdrage en inspiratie wil ik laten zien hoe leuk hergebruik kan zijn. Door samen te werken, kunnen we het doel van 2030 misschien wel bereiken en een grote impact maken.’