Eén familie, twee oorlogsroutes: Hoe het verleden nog altijd doorwerkt
“Mijn ene opa, opa Pannekoek, werd tijdens de oorlog gearresteerd door de Duitse bezetters, hij belandde in kamp Vught. Mijn andere opa, opa Nieuwland belandde ook in kamp Vught, alleen pas na de oorlog. Opa Nieuwland werd in 1947 opgepakt, omdat hij lid was geweest van de NSB.”, vertelt kleinzoon Dick Nieuwland.

Sinds 1 januari 2025 zijn er veranderingen in de toegankelijkheid van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). In het CABR zijn dossiers te vinden van verschillende instanties die werkzaam waren op gebied van de bijzondere rechtspleging. De bijzondere rechtspleging heeft ongeveer 425.000 personen onderzocht die verdacht werden van collaboratie met de Duitsers en gezien werden als “foute Nederlanders”. Ook de opa van Dick Nieuwland komt voor in dit archief. Dick vertelt over het omgaan met zijn, voor de buitenwereld gecompliceerde familiegeschiedenis, en deelt zijn kijk op het CABR.
Familiegeschiedenis – Opa Nieuwland
Hermanus Nieuwland, ook wel opa Nieuwland, of Harm, werd in 1901 geboren in Brummen. Hij was metselaar van beroep en in 1940 werd hij lid van de NSB. “Een mogelijke beweegreden hierachter was om zijn baan in de fabriek waar hij toen werkte te behouden. De fabriek was namelijk onder leiding van een Duitser gekomen.”, vertelt Dick Nieuwland.
Tijdens zijn tijd bij de NSB vervulde Harm de taak van kringleider. “Mijn moeder dacht altijd dat zijn vrouw, mijn “opoe” eigenlijk achter de keuze voor de NSB zat en mijn opa deze uitvoerde.”
De fabriek waar Harm werkzaam was als zelfstandig metselaar evacueerde naar Duitsland, in november 1944 volgde hij zijn opdrachtgever. ”Zijn gezin sloot zich op 1 januari 1945 bij hem aan in Duitsland, waaronder ook mijn vader, zijn zoon. In 1947 werd opa Nieuwland vanuit Duitsland opgepakt voor de rol die hij speelde in de oorlog. In juli 1949 werd hij weer vrijgelaten.”
Harm Nieuwland heeft op verschillende locaties vastgezeten, zo ook in Kamp Vught. Kamp Vught werd na de Tweede Wereldoorlog een interneringskamp, in interneringskampen werden na de oorlog vermoedelijke collaborateurs in bewaring gesteld ter afwachting van hun berechting.
Familiegeschiedenis – Opa Pannekoek
Wim Pannekoek werd geboren in 1909 en had ook een vooroorlogse geschiedenis in het Gelderse Brummen. Hij werkte als correspondent bij Gazelle-Rijwielfabriek in Dieren en werd na de april-mei staking in 1943 opgepakt door de Duitse bezetters. Hij kwam in Kamp Vught terecht, hier heeft hij 6 weken vastgezeten.
“Mijn oma ging elke dag bij het station kijken in de hoop dat ze mijn opa uit de trein zou zien komen. Ze had de moed al een beetje opgegeven, toen dit uiteindelijk toch gebeurde. Op een ochtend kwam mijn overgrootmoeder samen met mijn opa weer thuis, mijn moeder herkende haar eigen vader niet terug. Zijn haar was van de één op de andere dag spierwit geworden door wat hij in het Huis van Bewaring in Arnhem, voordat hij naar Kamp Vught ging, had meegemaakt.
Dat opa Pannekoek maar 6 weken heeft vastgezeten kwam door zijn broer Gerrit, die was namelijk als enige in de familie lid van de NSB. Gerrit heeft met zijn leven in moeten staan om mijn opa vrij te krijgen, dit hebben meerdere familieleden ook in een brief in het strafproces tegen hem verklaard. Ondanks dit is de band tussen Gerrit en zijn familie nooit meer goed gekomen.”

Verweven verledens
Tonnie Pannekoek, dochter van Wim Pannekoek, trouwde met Gerrit Nieuwland, de zoon van Harm Nieuwland, tevens ouders van Dick Nieuwland. Door het huwelijk van hun kinderen kruisten de levenspaden van de twee mannen die ieder ooit aan een andere kant van de oorlog stonden.

Aan het graf van Harm Nieuwland vertelt Dick, “Ik was negen toen opa Nieuwland overleed, ook al begreep ik nog weinig van wat er toen speelde, was de sfeer op de begrafenis voelbaar. Opa Pannekoek was niet gekomen naar de begrafenis, oma Pannekoek was wel aanwezig maar stond helemaal daar.” Dick wijst naar de rand van de begraafplaats.
Ondanks het verleden hebben de twee families elkaar bij leven altijd gerespecteerd omwille van hun kinderen. “Vooral voor opa Pannekoek moet dit moeilijk geweest zijn. Hij had zelf dingen meegemaakt in kamp Vught, zijn broer was ook al een NSB’er. Dat schuurt waarschijnlijk al, en ja, dan komt je dochter ook nog ineens thuis met een zoon van een NSB’er.”
“Als twee mensen met ieders eigen achtergrond in staat zijn om op een fatsoenlijke manier met elkaar om te gaan, dan moeten wij als volgende generaties niet blijven hangen in de tegenstellingen die er ooit waren.” – Dick Nieuwland.
Schaamte
“Ik weet niet meer precies hoe oud ik was toen ik achter dit alles kwam, het gebeurde eigenlijk in fases. Ik heb wel eens dingen met mijn vader besproken, maar niet heel diepgravend. Hij kon namelijk nogal neerbuigend zijn naar bijvoorbeeld militairen met een regiment aan lintjes op de borst. Ik ging hier altijd op in, en zei tegen mijn vader dat deze mensen iets goeds hadden gedaan.” De vader van Dick was twaalf toen de oorlog eindigde, en zestien toen hij met zijn moeder vanuit Duitsland terug naar Nederland verhuisde.
“De schaamte was altijd aanwezig, ik vond ook niet dat ik het recht had om naar de dodenherdenking te gaan. Ik vond dat ik daar niet thuishoorde, ik had altijd een soort schuldgevoel. Niet dat ik het idee had dat ik daar wat aan had kunnen doen of dat mij schuld te verwijten valt, ik voelde me er ongemakkelijk bij. Vaak ging ik naar opa en oma Pannekoek op 4 mei, hier was de herdenking die bij die dag hoorde dan ook altijd te voelen. Op latere leeftijd ben ik pas voor het eerst naar een dodenherdenking geweest.”
Zelf op onderzoek
Dick is in de loop der jaren meer onderzoek gaan doen naar de rol die zijn opa in de Tweede Wereldoorlog had, dit deed hij door in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging te duiken. “In deze dossiers las ik dat opa Nieuwland vooral op de uitkijk stond wanneer er economische delicten werd gecontroleerd. Ook heb ik getuigenverslagen die hij heeft gedaan kunnen doorlezen, zo stond er in een rapport dat hij aan de leiding van de NSB had gestuurd dat op Koninginnedag onder anderen de burgermeester van het dorp gezien was met een oranje lintje op.
Het dragen van een oranje lintje was verboden tijdens de bezetting, dit toonde namelijk aan dat iemand het Nederlandse Koninklijk Huis steunde.
“Hij was gelukkig niet betrokken bij razzia’s of zoiets dergelijks. In de dossiers stond ook dat hij tijdens zijn berechting spijt had betuigd voor de rol die hij had vervuld in de oorlog, dit vond ik wel erg fijn om te lezen. De dossiers hebben mij op een manier rust gegeven.”


Openbaarmaking Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging
Hoewel de openbaarmaking van het CABR sinds 1 januari 2025 als een grote verandering wordt gepresenteerd, waren de dossiers ook vóór die tijd al op te vragen. Iedereen kon met voldoende gegevens zoals een naam en geboortedatum een verzoek indienen, ook als je géén familie was van de persoon in kwestie.
De drempel om achter iemands oorlogsverleden te komen is niet zozeer verlaagd, maar vooral verplaatst, van een papieren archief naar een digitale omgeving. Dit was tenminste de bedoeling. De gehele digitalisering is uiteindelijk tegengehouden door de Autoriteit Persoonsgegevens wegens de bescherming van de privacy van de nog levende personen. Momenteel zijn alleen de namen van overleden mensen met een dossier te vinden op de website van Oorlog voor de Rechter.
“In het dossier van mijn opa werden ook namen genoemd, soms met gehele naam, soms alleen een beroep. Van allemaal heb ik de naam en geboortedatum kunnen achterhalen en zo hun dossiers kunnen opvragen. Ik ben voor het openbaar maken van de dossiers, maar mij bezwaar zit hem bij de regels die nu gelden. In de praktijk krijg je alsnog inzage in dossiers van onbekenden, simpelweg omdat die samen met het dossier dat je aanvraagt in één archiefdoos zitten. De bescherming van privacy van mensen die nog leven is er dus eigenlijk nooit écht geweest. Uiteindelijk was en is alles te herleiden.”
80 jaar na de Tweede Wereldoorlog
De Tweede Wereldoorlog blijft een gevoelig onderwerp in Nederland, aan welke kant van de oorlog iemand ook stond. Voor nakomelingen van NSB-leden hangt er nog steeds een bepaalde spanning en schaamte rondom de rol van hun familie.
Deze angst is niet onterecht, 80 jaar na het eind van de oorlog wordt collaboratie met de Duitsers nog altijd sterk moreel veroordeeld in de samenleving. Vooral in gevallen van het vermoorden of verraden van Joden. Een deel van de Nederlandse samenleving blijft de kinderen van collaborateurs nog steeds veroordelen wegens het verleden van hun (groot)ouders. Dit blijk uit een onderzoek uit 2024 van ARQ Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld.
In 2023 heeft Dick pas voor het eerst openlijk aan de buitenwereld verteld over zijn familiegeschiedenis. Dit deed hij mede doormiddel van het boek wat hij heeft geschreven; “Twee Retours Kamp Vught”. In het kader van de herdenking van 80 jaar bevrijding deelt Dick op zaterdag 14 juni opnieuw zijn verhaal met het publiek tijdens een lezing in Brummen.