Lelietelers mogen niet zomaar meer met gif spuiten, oordeelt Raad van State (Trouw)

Zolang lelietelers niet kunnen aantonen dat het gebruik van pesticiden ongevaarlijk is voor de natuur, moeten ze een natuurvergunning aanvragen, oordeelt de Raad van State.

De provincie Drenthe had een vergunning moeten eisen voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij de teelt van lelies in de buurt van het Holtingerveld, een Europees beschermd Natura 2000-gebied. Zo oordeelt de Raad van State woensdagochtend, in een zaak tegen die provincie, in 2018 aangespannen door Milieudefensie.

De uitspraak kan vergaande gevolgen hebben voor pesticidengebruik in de landbouw, waarin lelies vaak een wisselteelt vormen, om de bodem luchtiger te maken. Voor andere gewassen worden dezelfde bestrijdingsmiddelen als in de lelieteelt gebruikt.

De provincie Drenthe meende dat een afstand van minstens 250 meter tussen een lelieveld en een natuurgebied voldoende waarborg biedt om negatieve gevolgen van pesticiden voor de natuur uit te sluiten. De Raad van State ziet dat anders: die afstand is niet wetenschappelijk onderbouwd.

Negatieve gevolgen

Dat betekent dat iedere lelieteler in Nederland, op welke afstand van een natuurgebied deze ook teelt, voortaan een natuurvergunning nodig heeft. Die vergunning is nog geen enkele keer verstrekt voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

‘Wanneer onzeker is welke gevolgen een activiteit heeft voor een Natura 2000-gebied’, zo schrijft de Raad van State in een toelichting, ‘maar er wel aanwijzingen zijn voor negatieve gevolgen, is nader onderzoek noodzakelijk. Zolang dat ontbreekt, moet uit voorzorg worden aangenomen dat een natuurvergunning nodig is.’

Henk Baptist, ecoloog en jurist, die de zaak voert namens Milieudefensie: “De overheid is aan zet. Spuiten zonder vergunning is een overtreding van de natuurwetgeving.”

Insecten en andere beschermde soorten

De Raad schrijft ook: ‘Er is nog veel onbekend over de mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt voor Natura-200 gebieden. Maar uit wat Milieudefensie in deze zaak naar voren heeft gebracht, wordt wel duidelijk dat er effecten kunnen zijn.’

Er zijn concentraties van meerdere pesticiden gevonden in het Holtingerveld, die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor insecten en andere in dit gebied beschermde soorten. ‘Aan zulke mogelijke negatieve effecten mag niet worden voorbijgegaan’, stelt de Raad.

Dat de gebruikte pesticiden zijn toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) speelt hier geen rol, blijkt uit de uitspraak. De provincie moet namelijk een afweging maken op grond van de Wet natuurbescherming, die veel strenger is dan de toelatingsnormen van het Ctgb.

Natuurvergunning is niet makkelijk te krijgen

Een natuurvergunning is daarom niet zo makkelijk te krijgen, legt Anne de Vries, jurist bij Natuur & Milieu en docent aan de Tilburg Universiteit uit. “Er mogen geen alternatieven zijn waar kan worden geteeld, er moet een dwingende reden van maatschappelijk belang zijn waarom de teelt nodig is – maak dat maar eens hard bij bollen – en de potentiële schade moet worden gecompenseerd, bijvoorbeeld met natuurherstelmaatregelen.”

Milieudefensie had Drenthe in 2018 verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik van pesticiden door een lelieteler in Vledder. De provincie wees het verzoek af, waarna de rechtbank Noord-Nederland dat besluit vernietigde. De provincie ging in hoger beroep bij de Raad van State.

Die geeft de provincie wel gelijk in de vervolgstap die is genomen: de teler krijgt een waarschuwing. Zo dwingt de provincie de teler om aan te tonen dat het pesticidengebryuik geen negatieve gevolgen heeft voor de beschermde natuur. “Een teler kan dat helemaal niet aantonen”, zegt jurist Baptist. “Bovendien moet het probleem niet bij de teler liggen, maar bij de overheid.”

De Vries noemt het “kwalijk dat de overheid de natuurwetgeving en de uitspraak van de rechtbank uit 2021 niet uitvoert zonder dat de Raad van State er aan te pas komt”.

Drenthe wil een landelijk onderzoek naar de gevolgen van pesticidengebruik voor beschermde natuur. De provincie legt zich er nog niet op vast dat zij ook daadwerkelijk gaat handhaven. Het provinciebestuur gaat zich beraden op de uitspraak, die volgens een woordvoerder “van meerdere kanten uit te leggen is”. Of een natuurvergunning daadwerkelijk nodig is, is volgens de provincie “nog maar de vraag”.

LTO laat op haar website weten dat de uitspraak onuitvoerbaar is voor telers. Die zouden dus moeten aantonen dat het gebruik van pesticiden geen negatieve gevolgen heeft voor beschermde gebieden. ‘Hoe onderbouwt een ondernemer dat ieder denkbaar, theoretisch risico uitgesloten kan worden?’ Voorzitter Hester Maij van belangenorganisatie voor de bollensector KAVB zegt: “Een door het Ctgb toegelaten middel dat volgens voorschrift wordt gebruikt, is aantoonbaar veilig. Die lijn zou niet bij het grofvuil gezet moeten worden.”

Lees het volledige artikel bij Trouw