
Aan het einde van de middag gaat de telefoon, “U mag gelijk naar de spoedeisende hulp.” De snelle handen en voetjes komen meteen in beweging, wat hebben we nodig? Identiteitsbewijs, maar ook een tas, kleding voor overnachting , medicatie, tandenborstel, want wat als die moet blijven? Om 17:00 stappen we de auto in en racen we naar het ziekenhuis. Ik had niet kunnen weten dat ik bijna 5 uur lang naast het ziekenhuisbed van mijn vader zou wachten.
Pas wanneer we aankomen bij het ziekenhuis zegt hij weer wat, “Can I have a wheelchair?”, hij vraagt het zo lief, als een 75 jarig kind dat een speeltje wil. De wachtkamer ziet er nog gezellig uit, mooie houten vloer, zachte stoelen, eventjes voelt het niet alsof we in het ziekenhuis zijn, al is de drukte van alle mensen die al lang zitten te wachten niet te ontwijken. Hoewel we als laatste aankomen, worden we als eerste door de arts geroepen. Chris wordt van alles gevraagd, en zijn bloeddruk wordt gemeten. ”Radioactive shrimp” zegt die. Wat bedoelt die nou? “In Indonesia, they have radioactive shrimp, that’s what it is!”
Terwijl ik met moeite de rolstoel terug de hal in bestuur, zie ik de drukte bij de doktersassistenten achter de balie, de volgende mensen staan al te wachten. Wij zijn duidelijk niet de enige, en volgens het RIVM waren er in 2019 bijna 135 bezoeken per duizend inwoners bij de spoedeisende hulp, meer dan 2,3 miljoen mensen per jaar. Vooral ouderen en jonge kinderen komen het vaakst bij de spoedeisende hulp.
Na het onderzoek is het weer de wachtkamer in, de wachtende mensen kijken ons met glurende boze blikken aan. Ik hoor ze al denken, waarom mochten zij al zo snel? Nog geen tien minuten later komt de verpleegkundige ons halen, ik begeleid de rolstoel door de smalle gangetjes van het ziekenhuis, automatische deuren zwaaien voor ons open, alsof de koning zelf door de hallen komt, zijn rolstoel de gouden koets. Dan komen we uiteindelijk aan bij een kleine kamer. Chris valt op bed neer, een zucht meteen een diepe, lange zucht, nu hij eindelijk weer kan liggen. “Ik ga even wat bloed afnemen, is dat oké?” De verpleegkundige praat met een lieve zachte stem, ze ziet dat hij eventjes rust nodig heeft. Het is 17:51, wanneer het bloed is afgenomen, “We gaan het bloed testen, dat zal ongeveer 1 tot 1.5 uur duren.” En dan begint het wachten.
Ik was verrast hoe snel we de wachtkamer uit waren gekomen, we waren van de ene kamer door naar de andere. Dat mag je ook wel verwachten als iemand dag en nacht bloed poept, maar toch voelde ik me wel schuldig voor de mensen die nog in de wachtkamer moesten wachten. De Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulpartsen (NVSHA), geeft aan dat 24 procent van de patienten op spoedeisende hulp langer dan vier uur moeten wachten. Vanuit een Brits onderzoek zou dit betekenen dat er elk jaar 940 mensen onnodig sterven door lange wachttijden.
In de kamer voelt het alsof ik in een goedkope vlucht naar Spanje zit, net geen ruimte om de benen te strekken, de stoelen staan vrijwel tegen het bed aan. In het bed ligt een oude man, zijn gezicht net zo bleek als de felle lampen die de kamer, en ons, wakker houden. In de hal hoor je het kraken van een rolstoel, en het geroezemoes tussen patiënten en verpleegkundigen met in de achtergrond een gepiep van apparatuur alsof iemand zijn auto deur open heeft gelaten. De man in bed beweegt weer: “Is there any blood left?” De onschuldige uitdrukking is terug, eventjes vergeet je dat dit een 75-jarige man is, en niet een kind die net heeft gehoord dat alle koekjes op zijn.
“Veel zorgorganisaties zijn bezig met persoonsgerichte zorg” constanteert Jeanny Engels, expert op het gebied van persoonsgerichte zorg bij Vilans. Bij ‘normale’ zorg ligt de focus op het bestrijden van de symptomen en de ziekte zelf. “Persoonsgerichte zorg is zorg die is afgestemd op iemands persoonlijke behoeften, wensen en voorkeuren.” Oftewel, hierbij richt je onder andere op de wensen van de patiënt, communicatie, comfort en emotionele steun.
Precies 1.5 uur na de bloedafname komt de arts binnen, hij introduceert zich kort maar is meteen zakelijk. “What are the symptoms, how long?” Chris kijkt vragend naar zijn vrouw, zonder iets te zeggen. De lange lijst van medicijnen die Chris gebruikt weet hij ook niet. De arts gaat met de halve informatie naar zijn collega om de volgende stappen te bespreken, als die nog even had gewacht had die de lijst kunnen krijgen.
De zakelijkheid en onpersoonlijkheid van de arts is begrijpelijk, wanneer je meerdere patiënten per dag ziet, sommigen van wie misschien wel dood gaan, wil je natuurlijk niet te gehecht raken. Meer ziekenhuizen beginnen een verandering in hun zorg te brengen, zij richten zich op de patiënt, niet alleen de ziekte. Vaak krijg je te maken met artsen die zich richten op de ziekte en hoe zij die kunnen oplossen, zonder dat zij kijken naar de patiënt als geheel, wat is het beste voor deze patiënt, hoe kunnen we samen voor de beste zorg kiezen?
Het is al 20:20, door het raam zie ik donker buiten, maar door het constante witte licht, voelt het alsof we er pas net zijn. De arts komt terug met wat informatie. Hij mag zo naar huis, ze gaan hem andere medicatie geven die hopelijk beter werkt. Mieke wijst de arts erop dat hij die medicatie al heeft gehad en het niet werkte. Daardoor moet de arts weer even terug naar zijn collega om deze nieuwe informatie te bespreken. Had de arts dit niet beter kunnen vragen voordat die de eerste keer naar zijn collega ging? Hij danst nu al drie en een half uur heen en weer zonder dat we verder komen.
Volgens Engels kunnen zorgverleners nog veel verbeteren in hun communicatie met patienten. “Eerst verkennen, dan afstemmen en samen beslissen en dan ‘aan de slag’. Verzeker als zorgverlener dat de gemaakte afspraken overeenkomen met wat die persoon wil.” Engels geeft aan dat dit niet alleen de patient meer op zijn gemak brengt maar ook het werk voor de zorgverlener leuker maakt. “Als een ziekenhuis rust uit, dan uiten mensen zich gemakkelijker, kunnen ze hun verhaal doen en vragen stellen. Dat verdient zich terug. Dat geldt voor elke spreekkamer, persoon die je spreekt. Luister en kijk goed,”
Het is al 21:20, we zijn hier al bijna vier uur lang. Vanwege de onzekerheid en hoge bloedsuiker willen ze hem toch opnemen om op hem te letten. De arts komt nu aan onze kant van het bed en moet hem iets belangrijk vragen. “Do you want to be rescusitated (Wilt u gereanimeerd worden)?” Chris knikt mee. “Did you hear what he asked Chris?” “No.” De arts stelt de vraag opnieuw, dit keer niet in zijn dove oor. De tijd gaat langzaam, Chris is al een oude man, maar wel mijn vader, hij wil toch wel blijven leven? “Yes, I want to be rescusitated, against my wife’s wishes.” Voor het eerst sinds we de arts hebben ontmoet breekt hij ook een beetje en lacht hij om Chris zijn antwoord, zijn flauwe opmerkingen brengen een beetje positiviteit mee in een grimmig ziekenhuis waar eigenlijk niks leuks gebeurt. Misschien had de arts ook wat positiviteit nodig om ook even te breken, iemand die de hele dag zieke mensen ziet moet natuurlijk serieus blijven om niet te persoonlijk geraakt te worden.
De tijd vrijmaken om een goed gesprek te voeren met een patient kan ook niet realistisch klinken. “Als je vanuit een medisch model werkt, kan het lastig zijn om hiervoor tijd vrij te maken.” Maar Engels geeft aan dat er ook goede manieren zijn om het goed te doen. Zoals een verpleegkundige of assistent die meer tijd en training heeft om eerst een voorgesprek te houden met de patienten. “Doordat je meteen uitzoekt wat goed werkt bij de patiënt win je ook tijd.”
Om 22:40 zijn we weer terug bij het ziekenhuis met de tas vol spullen. Chris heeft al nieuwe vrienden gemaakt in zijn kamer en zit te lachen met de verpleegkundige die zijn informatie invoert. Chris is bezig met zijn insuline aan te spuiten, tegelijk wordt hem van alles gevraagd “I’m not a woman, I can’t multitask”, de verpleegkundigen vinden hem geweldig en lachen met hem mee, terwijl mijn gezicht rood is van schaamte. De verpleegkundige bedankt ons voor het brengen van Chris zijn tas, de eerste persoon die ons allemaal als mensen ziet, niet cliënten die opgelost moeten worden, dat kleine beetje menselijkheid geeft veel vertrouwen terug.