Kimberly Verwoert groeide op in een complexe thuissituatie en werd al jong mantelzorger van haar moeder. Kimberly is dertien wanneer haar leven omslaat. Op een middag ziet ze de fiets van haar moeder nog thuis staan. Dat klopt niet: haar moeder had allang op haar werk moeten zijn. Binnen vindt Kimberly haar moeder die steeds zieker blijkt te worden. Vanaf dat moment glipt de ouderrol langzaam van haar moeder naar haarzelf. ‘Je doet wat iemand moet doen. Dus je gaat zorgen. Alleen je bent dertien en eigenlijk nog een kind.’
Geen diagnose, geen hulp
Haar moeder werkte altijd hard, maar begon zonder duidelijke reden steeds zieker te worden. ‘Ze konden niet vinden wat ze had,’ zegt Kimberly. ‘En omdat er geen diagnose was, kreeg zij geen zorg. Dan ga je als kind vanzelf zorgen. Iemand moet het doen.’ De ziekte van haar moeder blijft jarenlang onduidelijk. Van burn-out tot fibromyalgie, later zelfs een foute diagnose van een levensbedreigende auto-immuunziekte: die het lichaam letterlijk verhardt. ‘De artsen zeiden dat ze nog maar een paar maanden tot een paar jaar zou leven,’ vertelt Kimberly. ‘Ik hoorde mijn moeder soms krijsen van de pijn. ’s Nachts lag ik wakker om te luisteren of ze nog ademde’. Dat bleek het uiteindelijk niet te zijn, maar niets lijkt te passen.
Door dat gebrek aan duidelijkheid komt er ook praktisch geen ondersteuning. Kimberly staat er vrijwel alleen voor, ze is dan net veertien. Ze kookt, doet de was, regelt medicatie, verzorgt haar moeder lichamelijk en probeert ondertussen ook nog naar school te gaan. ‘Ik heb leren koken via YouTube. De wasmachine bedienen via Google. Dat zijn dingen die je hoort te leren op je eigen tijd, niet omdat het moet.’

Kind zijn was geen optie
Door het gebrek aan hulp nam Kimberly steeds meer taken op zich. ‘Ik deed het huishouden, gaf medicatie, hielp haar lichamelijk, trok haar steunkousen aan. Je bent ineens niet meer het kind, maar een soort verzorger.’ Ze vertelt hoe verwarrend die dynamiek was. ‘Op een dag is je moeder afhankelijk van jou, en de volgende dag wil ze weer bepalen hoe laat jij thuis moet zijn. Dat botst.’
De druk werd ondraaglijk. Kimberly viel uit op school, werkte erbij om het dalende inkomen te compenseren en spijbelde om bij haar moeder te kunnen blijven. ‘Ik schaamde me ook. Want ergens voelde ik boosheid: waarom moet ik dit allemaal doen? En tegelijkertijd voelde ik me daarna weer schuldig.’ Ze vertelt openhartig over de gedachten die ze als puber had. ‘Als ik boodschappen ging doen en geld meekreeg, dacht ik soms: ‘anderen worden hiervoor betaald… wat als ik dit gewoon zelf hou?’ Ik heb dat nooit gedaan, maar het laat wel zien hoe kwetsbaar je wordt als kind in zo’n situatie.’

Wanneer het teveel wordt
De constante zorg maakt dat Kimberly haar jeugd kwijtraakt. En ze is voortdurend bang dat haar moeder overlijdt, want dat is wat artsen haar vertellen. ‘Ik lag ’s nachts wakker om te luisteren of ze nog ademde.’ Maar er is ook een andere kant: niemand lijkt echt te geloven dat zij degene is die de zorg draagt. ‘Je bent maar een kind,’ hoort ze vaak. En dus blijft alles achter gesloten deuren doorgaan. Hoewel mensen in haar omgeving zagen dat er iets speelde, werd ze vaak niet serieus genomen. ‘Als ik zei dat ik mijn moeder waste of haar medicatie gaf, zeiden mensen: Nee joh, dat doe jij niet. Dat kan niet.’ De angst om uit huis geplaatst te worden zorgde ervoor dat ze veel verborgen hield.
Uit huis
Rond haar zeventiende stort Kimberly haar wereld in elkaar. Ze ziet hallucinaties, raakt in een depressie, komt in een gewelddadige relatie terecht en kan niet meer functioneren. Maar stoppen met zorgen? Dat durft ze niet. Hulpverleners willen wel helpen, maar Kimberly laat niemand echt dichtbij, uit angst dat haar moeder zonder haar niet kan overleven. Het keerpunt kwam toen zowel hulpverleners als de gemeente aangaven dat er pas zorg voor haar moeder mogelijk was als Kimberly uit huis zou gaan. ‘Ze zeiden dat ze niks konden doen zolang ikthuis woonde, want ik was oud genoeg om voor haar te kunnen zorgen.’Dat was destijds het beleid. Ze is dan achttien jaar.
Met tegenzin ging ze op haar achttiende uit huis. ‘Ik ging weg met het idee dat er hulp zou komen. Die kwam er ook. hoewel later bleek dat mijn moeder minder zorg nodig had dan gedacht.’ Voor Kimberly begon daarmee een nieuw proces: dat van loskomen. ‘Ik realiseerde me pas toen ik weg was hoeveel rouw erin zat. Hoe hecht ik met mijn moeder was, en hoeveel ik verloren had.’
Eindelijk ruimte voor eigen leven
Uit huis gaan betekent niet dat alles wordt opgelost, maar het creëert wel lucht. Voor het eerst krijgt haar moeder praktische ondersteuning. Kimberly begint intensieve therapie en werkt hard aan haar herstel. ‘Het was een rouwproces. Want wie ben je nog, als je niet meer zorgt?’ Door de jaren heen verandert de relatie met haar moeder. Er is liefde, maar ook pijn. ‘Ik hou van haar. Maar wat zij toeliet en wat er gebeurd is… dat verandert de band voorgoed.’
Vandaag de dag gaat het goed met Kimberly. Ze werkt aan haar eigen herstel en carriere en zet zich in voor andere jonge mantelzorgers. Maar de relatie met haar moeder blijft ingewikkeld. ‘Ik hou heel veel van haar, maar het is complex,’ zegt ze. ‘Naarmate ik stabieler werd, kwam er ook afstand. En daarmee het besef: wat jij hebt gedaan, of niet hebt gedaan, was niet oké.’ Haar moeder weigert soms hulp of maakt keuzes die haar herstel in de weg staan. ‘Dan denk ik: ik gun je het allerbeste, maar ik ga niet mee in slachtofferschap. Als ik dat blijf doen, heb ik geen leven meer.’
Zelf naar Angelique haar verhaal luisteren? Luister naar haar verhaal in de podcast Familie zoals het echt is van podcasthost Joëlle de Boer.

