Omwonenden eisen inzicht in pesticidengebruik ‘Waarom mag ik niet weten wat ik inadem?’ (Trouw)

Voor omwonenden is inzicht verkrijgen in pesticidengebruik van bollenboeren haast onmogelijk. De wet schrijft maximale transparantie voor, maar het ministerie en toezichthouder NVWA vragen geen spuitgegevens op bij boeren. Een gang naar de rechter vergt een lange adem.

Zuchtend zet Joke Kolthoff een kop thee op tafel in haar woonkamer. Ze kijkt uit op een enorme akker, pal naast haar huis in het Drentse Lhee, gemeente Westerveld. Op het perceel worden geregeld lelies geteeld, berucht om het hoge pesticidengebruik. Het is voor Joke een grote bron van zorg. De bloementeler weigert inzicht te geven in zijn pesticidengebruik en verzoeken aan de gemeente Westerveld en andere overheidsinstanties worden keer op keer afgewezen. “Het voelt zo oneerlijk”, zegt Kolthoff. “Waarom mag ik niet weten wat ik inadem?”

Kolthoff is samen met andere omwonenden al bijna tien jaar bezig om erachter te komen welke middelen de boer op zijn perceel spuit. De ongerustheid is groot. Wetenschappelijke onderzoeken brengen pesticiden steeds vaker in verband met onder meer kanker en neurologische aandoeningen als de ziekte van Parkinson en ALS. Via de lucht komen bestrijdingsmiddelen makkelijk in de tuinen van omwonenden terecht. Vlaams en Nederlands onderzoek trof pesticiden zelfs in slaapkamers aan, tot in babyluiers aan toe.

Kopie van spuitgegevens
“Ik weet tot op de dag van vandaag niet welke middelen er naast mijn huis worden gebruikt”, zegt Kolthoff. “Eén keer heb ik een kopie van de spuitgegevens gezien, toen we een procedure voerden bij Provinciale Staten, maar verder zijn alle verzoeken om transparantie afgewezen door de overheid. Ik weet dus ook niet wannéér er pesticiden wordt gespoten, zodat ik mijn ramen en deuren dicht zou kunnen doen zoals het officiële GGD-advies voorschrijft.”

Inmiddels heeft Kolthoff zich verenigd met andere omwonenden en is er een rechtszaak aangespannen tegen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) om inzicht in de spuitgegevens af te dwingen.

Ook op andere plekken in Nederland klopten omwonenden de afgelopen jaren aan bij autoriteiten met de vraag welke pesticiden in hun directe omgeving worden gebruikt. Steeds krijgen ze nul op het rekest. De reden? De Nederlandse overheid beschikt simpelweg niet over deze gegevens: boeren zijn verplicht hun pesticidengebruik bij te houden, maar de registratie valt onder hun eigen verantwoordelijkheid. Door het ontbreken van een centraal registratiesysteem blijft essentiële informatie daardoor buiten het bereik van burgers die zich zorgen maken over hun gezondheid.

Maatschappelijke verandering
Het aantal toegenomen rechtszaken tussen omwonenden en telers betreft met name handhavingsverzoeken om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te beperken of volledig te doen stoppen. Het wantrouwen jegens bestrijdingsmiddelengebruik groeit.

“Bij omwonenden ontstaat steeds meer bewustzijn over landbouwgif en de gevolgen daarvan”, zegt Donna Stolwijk van Urgenda. Stolwijk ondersteunt Aardige Buren, een initiatief dat omwonenden bijstaat in het contact met de gemeente, provincie en telers. “Als dat niets oplevert, is de laatste stap dat we omwonenden ondersteunen om naar de rechter te gaan.”

Het opvragen van spuitgegevens is bij dit proces standaard, maar doorgaans zonder succes. De rechtszaak tegen een lelieteler uit Boterveen in 2023 zorgde volgens Stolwijk echter voor een doorbraak. De rechter besloot in die zaak het gebruik van pesticiden volledig te verbieden. In hoger beroep werd uiteindelijk bepaald dat de betreffende teler vier van de 33 middelen mocht gebruiken.

“Omwonenden eisen vooral dat de overheid strenger handhaaft en hen actief informeert over wanneer welke middelen worden gebruikt”, zegt Stolwijk. “Als de teler geen inzage geeft, tasten omwonenden namelijk in het duister.”

‘Het belast je leven’
Zowel Stolwijk als Kolthoff zien dat het een zware wissel trekt op omwonenden. “Niet weten welke pesticiden rondom je woning worden gebruikt, geeft zoveel onzekerheid dat mensen er soms zelfs voor kiezen om te verhuizen”, zegt Kolthoff. “Het belast je leven, het veroorzaakt enorm veel stress.”

Vooral bij bloembollen maken telers op grote schaal gebruik van bestrijdingsmiddelen: slechts iets meer dan één procent van de landbouwgrond is voor bloembollen, maar de bollenteelt is goed voor 21 procent van het totale pesticidengebruik. En de telers zijn allesbehalve transparant over wat en hoeveel ze gebruiken. Gevraagd naar een reactie zegt voorzitter Hester Maij van de KAVB, de branchevereniging van bloembollentelers: “De KAVB en haar leden staan voor een open gesprek met respect voor elkaar.”

Ze verwijst vervolgens naar twee folders van de vereniging over transparantie en meldt per mail: ‘Ik hoop dat het artikel objectief wordt. Wij merken dat er veel onzin wordt verkondigd en de nuance over het nut en noodzaak van gewasbeschermingsmiddelen ver te zoeken is’. In de folders waarnaar Maij verwijst, wordt met geen woord gerept over spuitgegevens. Maij reageert ook niet op meerdere verzoeken van Trouw om inhoudelijk op vragen in te gaan.

Krakkemikkige wetgeving
In het Europese recht is vastgelegd dat boeren een spuitregister moeten bijhouden. Burgers kunnen deze informatie opvragen bij de overheid. “Maar dit is wel krakkemikkige wetgeving”, zegt Anne de Vries, milieujurist bij de organisatie Natuur & Milieu. “Omwonenden kunnen spuitgegevens opvragen als die informatie in het bezit is van de overheid. Aan dat recht heb je alleen niks als autoriteiten die gegevens niet bij boeren opvragen. Er staat in de wet ook niet dat derde partijen een autoriteit kunnen dwingen om die informatie op te vragen. Dus hebben omwonenden meestal geen inzicht in wat er om hen heen gespoten wordt.”

Het transparantie-principe is ook verankerd in het zogenoemde Verdrag van Aarhus, een door alle EU-landen ondertekend milieurechtverdrag om burgers meer invloed te geven op milieubeleid en milieubescherming. Het verdrag stelt dat iedere burger informatie over milieu-emissies mag opvragen. “En als er íets tot milieu-emissie leidt, is dat pesticidegebruik”, zegt De Vries. “Hiervoor geldt alleen hetzelfde als voor de Europese verordening: autoriteiten kunnen voorkomen dat informatie in hun bezit komt door het gewoon niet op te vragen.”

Kastje naar de muur
Uit gesprekken met omwonenden blijkt dat het lastig is om de juiste overheidsinstantie te vinden voor het opvragen van spuitgegevens. “Het is een klassiek kastje-naar-de-muur-verhaal”, zegt de Drentse Joke Kolthoff. “Allereerst zijn we als omwonenden naar de provincie gegaan, die ons weer verwees naar het ministerie van Landbouw. Het ministerie speelde de bal door naar de NVWA en stelde dat dit de gezaghebbende instantie was.”

De voedsel- en warenautoriteit, verantwoordelijk voor toezicht op pesticidengebruik van telers, is de enige instantie die de gegevens kan opvragen. Echter, “alleen in een toezichthoudende rol”, laat de NVWA weten: “Omwonenden kunnen spuitgegevens opvragen bij de NVWA via een verzoek aan de minister van Landbouw, volgens Europese en Nederlandse wetgeving. De NVWA kan echter alleen informatie verstrekken die zij zelf in bezit heeft en mag geen extra gegevens opvragen op verzoek van derden, tenzij dit nodig is voor haar toezichtstaken.”

Het NVWA voert een paar honderd inspecties per jaar uit bij telers. “Bij de uitvoering van een inspectie kan de NVWA de ondernemer vragen om de registratie te verstrekken. De spuitregistratie maakt echter niet van elke inspectie onderdeel uit”, aldus de autoriteit.

Principiële kwestie
De zaak in Westerveld is inmiddels binnen de rechtbank Noord-Nederland verwezen naar de meervoudige kamer, omdat de rechter het in eerste aanleg als een “ingewikkelde en zeer principiële kwestie” beschouwde. Volgens ecoloog en jurist Henk Baptist, die Joke Kolthoff en de andere omwonenden in Westerveld bijstaat, is de situatie juridisch onhoudbaar. “Nederland is verplicht om de spuitgegevens openbaar te maken. Dat de overheid deze gegevens niet heeft, betekent niet dat burgers hun recht verliezen.”

Of de rechtszaak in Westerveld daar verandering in brengt, zal nog blijken. Vermoedelijk zal de meervoudige kamer voor de zomer oordelen of de overheid zich moet houden aan de Europese transparantieregels en spuitgegevens moet verstrekken. Dat zou grote gevolgen kunnen hebben voor het Nederlandse pesticidenbeleid.

Tot die tijd heeft de minister van Landbouw in elk geval geen plannen om meer transparantie voor omwonenden te bewerkstelligen. Gevraagd naar haar standpunt, laat ze via haar woordvoerder weten: “Overheden kunnen spuitgegevens bij boeren opvragen als dat nodig is voor een specifiek doel. Hoewel de overheid erkent dat er wensen bestaan bij derden, zoals omwonenden, om zo gedetailleerd mogelijke informatie te ontvangen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, verwachten professionele gebruikers andersom dat hun privacy wordt gewaarborgd.”

Omwonende Joke Kolthoff reageert teleurgesteld. “Deze afweging van het ministerie is geen argument. Ik vraag niet naar de pincode of bankgegevens van mijn buurman. Ik wil weten welke pesticiden hij gebruikt omdat het gif op mijn grond en in mijn huis terechtkomt. En dat kan ernstige consequenties hebben voor mijn gezondheid. Ik lees in de reactie van de minister opnieuw grote weerstand om omwonenden het recht te geven op werkelijke transparantie. De overheid kiest ervoor om de belangen van de sector boven de belangen van de inwoners te stellen. Dat is zeer kwalijk.”

Verstekeling Steven valt al meer dan twintig jaar tussen wal en schip

Vijftien jaar is Steven als de rebellen voor de deur staan in zijn geboorteland Sierra Leone. Ze willen dat hij mee gaat vechten in hun leger, hij is tenslotte oud genoeg. Stevens oom – die hem opvoedt omdat Steven en zijn zusje wees zijn – weigert en moet dat met zijn leven bekopen: hij wordt neergeschoten door de rebellen. Steven weet te vluchten, als verstekeling op een cruiseschip. Als hij na twee weken aankomt in Nederland, hoopt hij daar een nieuw leven op te kunnen bouwen. De hoop wordt langzaam maar zeker overschaduwd: Steven komt tussen wal en schip terecht van juridisch getouwtrek en bureaucratie.

In de gangen van een oude kerk in west-Utrecht is het rustig. Ik loop achter Jana aan, de begeleider van Steven. Hij zit op haar werkkamer te wachten en geeft me onzeker een hand. Hij wiebelt in zijn stoel heen en weer, maar wordt al snel rustiger. Steven, vertelt Jana,  woont inmiddels al 20 jaar in Nederland. Illegaal, dus hij heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht (SNDVU) vangt hem op; hij heeft een slaapplek toegewezen gekregen en krijgt leefgeld.

Als we koffie hebben gekregen, vraag ik Steven naar zijn jeugd in Sierra Leone. Hij begint een beetje te hakkelen, vindt het duidelijk moeilijk om de goede woorden te vinden: “Ik heb niet veel herinneringen meer aan mijn ouders, zij zijn jong gestorven. Samen met mijn jongere zusje woonde ik bij mijn oom in een dorp. We hadden een goed leven. Tot de oorlog begon.”

Het kost Steven duidelijk moeite erover te praten, als ik naar de rebellen vraag. Zijn Nederlands is niet vloeiend dus hij zoekt soms naar de goede woorden. “Toen ze in mijn dorp kwamen, wilden ze alle mannen en jongens meenemen om te vechten. Mijn oom wilde dat niet, maar hij wilde zeker niet dat ik meeging. Kort daarna is hij doodgeschoten en ben ik op de vlucht geslagen.” Steven praat zachtjes verder als ik hem naar zijn zusje vraag: “Mijn zusje… ik weet het niet. Ik weet niet wat er met haar is gebeurd. We hadden geen geld, geen idee waar we naartoe moesten. Het was oorlog, chaos. Iedereen moest voor zichzelf zorgen, zichzelf redden. En we hadden toen geen telefoons, geen sociale media. Ik heb haar nooit meer kunnen vinden, nooit meer iets van haar gehoord. Misschien leeft ze niet meer. Ik denk in elk geval niet dat ze in Europa is.”

Steven wist de haven te bereiken en klom als verstekeling aan boord van een groot schip: “Ik was daar met nog twee andere jongens. We verstopten ons. Ik denk dat de reis wel twee weken duurde. We hadden bijna geen eten, alleen wat noten. We stonden achter machines in de stoomkamer en om niet te worden ontdekt, konden wij bijna niet zitten: dan zouden ze ons kunnen zien. Dus we stonden een groot gedeelte van de reis, maar we waren zo moe. Zo moe. In de nacht was het donker, maar we hoorden steeds mensen praten en waren dus altijd alert. Voordat we aan boord gingen, zag ik een Canadese vlag op het schip, dus ik was ervan overtuigd dat ik in Canada terecht zou komen.” Het werd Nederland. 

Na twee weken aan boord, waar hij zich verschuilde in de machinekamer en leefde op noten en water, kwam hij aan wal. Vrijwel direct begrijpt hij dat hij niet in Canada is: “Ik had ooit gehoord dat ze daar Frans spreken, maar hier hoorde ik geen Frans. We werden naar de marechaussee gebracht en een van de agenten vertelde me: “Je bent in Nederland.” 

“Ik wist van koningin Beatrix, van Kluivert, Overmars: van voetbal wist ik een beetje”, zegt Steven lachend. “Ik had ook wel eens gehoord dat marihuana legaal was, maar wat maakte het uit: Canada of Nederland? Als ik maar veilig was.”

Steven wordt lang ondervraagd door de marechaussee. Lichamelijk onderzoek moet uitwijzen of hij minderjarig is. Als dat inderdaad de uitkomst van het onderzoek is, hoort hij dat hij mag blijven. Hij gaat naar een azc in Limburg. Steven: “Ik was blij en hoopte op een toekomst hier. Werken, een leven opbouwen, een gezin stichten.”

Het loopt anders. Wanneer ik Steven vraag naar die eerste weken in Nederland, probeert hij uit te leggen hoe hij zich voelde: “Je wordt in een systeem gedrukt. Je kan er niet uit. Alles moet volgens het systeem. De eerste stap: oké. Dan de tweede stap: die is ook oké. En zo ga je door. Je vraagt een verblijfsvergunning aan en ik mocht naar school in Maastricht. Maar nadat ik 18 was geworden, moest ik zelf een kamer zoeken. En ik mocht niet veder leren omdat ik geen verblijfsvergunning had.”

Het is inmiddels vier jaar geleden dat Steven in Nederland aankwam. Op een dag krijgt hij te horen dat hij zich moet melden op het politiebureau. Steven krijgt te horen dat ze hem terug willen sturen naar Sierra Leone. Hij wordt vastgehouden in een detentiecentrum, zes maanden lang. Maar zijn geboorteland werkt niet mee aan terugnameverzoeken. Als hij uiteindelijk terugkomt op zijn kamer, zijn alle spullen verdwenen en woont er iemand anders.

Vanaf dat moment begint zijn zwervende bestaan. Wanneer Steven vertelt hoe dat leven eruit zag, toont hij nauwelijks emotie: “Ik sliep meestal onder een brug, maar ik was vaak bang dat de politie me zou vinden, me zou aanhouden. Als ik dacht dat het te gevaarlijk was, ging ik naar het bos om daar te slapen. Ik bedelde om geld en kon daar eten van kopen.”

Toch lijkt het tij te keren als Steven een meisje ontmoet en een relatie met haar krijgt. Omdat hij dakloos is, probeert het meisje te regelen dat Steven bij haar thuis kan wonen, maar haar vader wil daar niets van weten: “Uiteindelijk wilde haar vader me wel zien, toen hij begreep hoe belangrijk het voor haar was. Ik heb met hem gepraat, de situatie uitgelegd en ik mocht blijven.” Steven bleef negen maanden bij de familie van zijn vriendin Jane. Hij glimlacht als hij over haar vertelt: “Voor mij was ze een vice-God. Geen vice-president of vice-premier, maar een vice-God. Ze deed alles voor me.”

Uit zijn verhaal is op te maken dat de negen maanden bij Jane Stevens laatste onbezorgde tijd was in Nederland. Daarna gaat het bergafwaarts. Maar zijn verhaal wordt ook onduidelijker. Jaartallen, de chronologie: hij probeert af en toe in zijn geheugen te graven.  

Ik begrijp dat hij ziek werd, tuberculose krijgt. Een opname volgt en als hij daarna thuiskomt, ontdekt hij al snel dat zijn vriendin verliefd is op een ander. Zijn wereld stort in. Het is nog steeds een open wond: “Jane is nu nog altjd met die man waar ze verliefd op werd. Ze heeft nu vier kinderen. Ja, daarover heb ik veel pijn. Heel veel pijn.”

Verstopt in een vrachtwagen, probeert Steven naar Italië te gaan. Hij zwerft ook daar, bedelt en slaapt op straat. Na een paar maanden wordt hij echter aangehouden met marihuana op zak. Hij zit een nacht in de cel en wordt teruggezet op de trein naar Nederland. Daar blijkt hij een verblijfsvergunning te kunnen krijgen, op medische gronden. De eerste opluchting maakt alleen snel weer plaats voor wanhoop, als blijkt dat de vergunning tijdelijk is. Hij mag niet werken, heeft geen huis en slaapt weer op straat: alles lijkt van voren af aan te beginnen. 

Steven moet verlenging aanvragen van zijn vergunning, maar is er te laat mee. 
Na een lange juridische strijd met het IND, volgt binnenkort de definitieve uitspraak van de rechter of Steven mag blijven. Na meer dan twintig jaar in Nederland gewoond te hebben, is zijn toekomst nog onzeker. Steven: “Regels zijn regels, daar verander ik niets aan en dat hoort bij een democratie. Ik moet de regels accepteren.”

Homoacceptatie in het Nederlandse voetbal: ‘Het is onmogelijk om jezelf te kunnen zijn’

Voetbalwedstrijd in de Keukenkampioen Divisie; SC Telstar tegen FC Almere City in januari dit jaar
Voetbalwedstrijd in de Keukenkampioen Divisie; SC Telstar tegen FC Almere City in januari dit jaar
Homoacceptatie in het Nederlandse voetbal: ‘Het is onmogelijk om jezelf te kunnen zijn’


Met 1,2 miljoen amateurvoetballers en 7 miljoen supporters is Nederland een van de dichtstbevolkte voetballanden ter wereld. Voetbal is in ons land razend populair. Maar als het gaat om de acceptatie van LHBTI+’ers, en in het bijzonder homo’s, loopt de voetbalgemeenschap hopeloos achter. Een gay voetbalsupporter en een gay amateurvoetballer vertellen over de huidige situatie in de voetbalwereld.

De huidige status van homoacceptatie wordt uitstekend geïllustreerd met het volgende voorbeeld: de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB) organiseerde de zogenoemde OneLove-actie. Aanvoerders in het betaald voetbal kregen een aanvoerdersband in de regenboogkleuren om daarmee een signaal af te geven tegen discriminatie en racisme in het voetbal. Het eerste actieweekend in oktober 2022 werd afgeblazen door de ophef die ontstond toen de aanvoerders van Feyenoord en Excelsior aangaven niet mee te willen doen. In het weekend van 18 en 19 maart 2023 was er een nieuwe OneLove-actie, nu vanwege de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. Ook amateurclubs werden door de KNVB aangespoord mee te doen en ontvingen regenboogvlaggen. De twee aanvoerders van Feyenoord en Excelsior droegen de regenboogband ook dit keer niet.

Deze situatie is tekenend voor de huidige staat van homoacceptatie in het Nederlands voetbal. De homoacceptatie is vergelijkbaar met een voetbalteam dat zich afwachtend opstelt: tot concrete, breed gedragen verandering komt het eigenlijk niet.

‘Ik ben met de dood bedreigd’

Roze supporter Sebas Maasland

Een vriendelijker klimaat in het stadion voor LHBTI+’ers. Dat is de wens van Feyenoord-supporter Sebas Maasland (27). In 2021 richt hij samen met twee anderen supportersvereniging ‘Roze Kameraden’ op. Sinds de oprichting wordt hij met de dood bedreigd en vreest hij voor zijn veiligheid in het stadion.

Hoe is het om uit de kast te komen als voetbalsupporter en vervolgens te worden bedreigd door clubgenoten?

‘We spelen als homo-voetballers liever in één team’

Scott Schuurman (Gay Soccer Amsterdam)

Als 16-jarige voetballer bij een amateurvereniging in Zwolle durft Scott niet uit de kast te komen. Vrienden en familie wisten het al, maar in zijn voetbalteam voelt het niet veilig om te vertellen dat hij gay is. Omdat hij niet zichzelf kan zijn, stopt hij met voetbal. Scott (nu 28) is dankzij Gay Soccer Amsterdam inmiddels weer aan het voetballen. Deze groep mannen vormt samen een voetbalteam dat wekelijks samen speelt. Als gays spelen ze liever niet bij een reguliere amateurvereniging.

Hoe is het om homo te zijn als voetbalspeler in het amateurvoetbal?


De voetbalcultuur
De voetbalwereld is een machocultuur waarin al snel iemand voor homo of flikker wordt uitgemaakt. Homo als scheldwoord ligt bij voetbalsupporters vooraan in de mond. Als de scheidsrechter fluit, wordt hij al gauw uitgemaakt voor ‘vuile flikker’, of erger. Ook bij interlands worden er hele teams voor homo uitgemaakt, zoals tegen Duitsland: ‘Alle Duitsers zijn homo’. In de voetbalwereld wordt homo of flikker bij iedere wedstrijd wel als scheldwoord gebruikt. De homofobe grappen aan de tafel van Vandaag Inside met Johan en Derksen en René van der Gijp, passen in deze macho-cultuur. Het besef dat dit gescheld, maar ook deze ‘grappen’, kwetsend zijn voor veel gays lijkt er niet te zijn. Homo zijn in de voetbalwereld is mede daardoor nog steeds een taboe. Gays durven niet openlijk voor hun geaardheid uit te komen. In het Nederlands betaald voetbal is tot op heden nog nooit een voetbalspeler uit de kast gekomen. En wanneer je als supporter openlijk gay bent, word je nota bene bedreigd door je eigen clubgenoten.

Reactie supporters
Scott Schuurman, voetballer bij Gay Soccer Amsterdam, weet er alles van. ‘Het Nederlandse voetbal kent een cultuur waarin het onmogelijk is voor homoseksuele mannen om zichzelf te kunnen zijn.’ 
Nederlandse profvoetballers zijn het met Schuurman eens. In een onderzoek van het Mulier Instituut, in opdracht van onder andere de John Blankenstein Foundation (foundation die zich inzet voor acceptatie van LHBTI+’ers in de sport, genoemd naar de openlijke homoseksuele scheidsrechter John Blankenstein), geven zij de homoacceptatie binnen het voetbal een flinke onvoldoende (4,6), De profs zien de belemmering voor homoacceptatie vooral bij de reactie van supporters (52%), de cultuur (42%) en de publieke opinie (28%).
Sebas Maasland, bestuurslid van gay supportersvereniging De Roze Kameraden: ‘Buiten de voetbalvelden is in Nederland één op de tien mannen gay, maar van de meer dan duizend betaald voetbalspelers is er zogenaamd geen één homo. Dat wil zeggen; niet openlijk. Dat laat zien hoe moeilijk het is in de Nederlandse voetbalcultuur om jezelf te zijn.’ 


Nachtmerrie
De NOS sprak voor de podcast ‘De Schaduwspits’ een gay voetballer die in de Eredivisie actief is, maar anoniem wilde blijven. En recent deed een profvoetballer uit de Engelse competitie eveneens anoniem zijn verhaal. Hij schreef een open brief via de Justin Fashanu Foundation (Justin Fashanu was de eerste voetballer wereldwijd die openlijk gay was). In de brief schrijft deze anonieme profvoetballer hoe moeilijk het voor hem is in de huidige voetbalcultuur zichzelf te zijn: ‘Elke dag kan een absolute nachtmerrie zijn. Het beïnvloedt mijn mentale gezondheid steeds meer. Ik voel me gevangen en mijn angst is dat het onthullen van de waarheid over wie ik ben het alleen maar erger zal maken.’

Kleedkamercultuur
Rens Cremers, onderzoeker van het Mulier instituut, zegt in weekblad de Groene Amsterdammer van januari 2023 wel te weten hoe dat komt: ‘De masculiene voetbalcultuur en negatieve reacties van supporters leiden ertoe dat het voor LHBTI+’ers vrijwel onmogelijk is om zichzelf te zijn op het veld of in een stadion. De sportcultuur wordt van oudsher door witte, heteroseksuele mannen bepaald’, vertelt hij. ‘Het is voor die groep moeilijk om zich voor te stellen dat stereotyperende kleedkamerhumor en spreekkoren kwetsend zijn. Voor LHBTI+’ers of mensen met een migratieachtergrond is het vaak veel meer dan een grapje. Het zegt iets over sociale hiërarchie: wie staat boven wie. De interactie tussen kleedkamercultuur en supporterscultuur maakt het voor homomannen heel lastig om open te zijn over hun seksuele voorkeur.’

Uit het onderzoek onder Nederlandse profvoetballers blijkt dat zij vooral de positieve aandacht van clubs en de KNVB nodig vinden (60%), maar ook homoseksuele (oud-)profvoetballers die hun verhaal delen (54%). 

Wat doet voetbalbond KNVB?
In 2020 ontwikkelde voetbalbond KNVB ‘Ons voetbal is van iedereen’; een driejarig aanvalsplan voor Nederlandse amateurclubs tegen racisme, discriminatie en homofobie. In 2023 blijkt dat de geplande drie jaar niet genoeg is. De invoering van het aanvalsplan is met een jaar verlengd.

In het kader van ‘Ons voetbal is van iedereen’ verscheen er onder meer een open brief in de media en er werd een instructievideo verspreid onder amateurverenigingen. Met de overheid werkt de KNVB op middelbare scholen samen aan zogenoemde Fair Play-workshops. Die bestaan onder meer uit een game en een groepsgesprek. De workshops maken jongeren bewust van verschillende vormen van discriminatie.

In de afgelopen jaren heeft de KNVB ook vijftig zogenoemde procesbegeleiders voor diversiteit & inclusie opgeleid. Zij helpen en trainen amateurclubs om racisme en discriminatie tegen te gaan. De procesbegeleiders vormen een zeer diverse poule van professionals qua samenstelling en afkomst en volgden onder meer trainingen bij de Anne Frank Stichting.

Speciale Discriminatie App
In Engeland bestaat sinds 2013 een app om discriminatie in het voetbal te melden. Met de app zijn mensen die zich schuldig maken aan discriminatie beter op te sporen. In haar aanvalsplan kondigt de KNVB aan ook een soortgelijke app in Nederland te willen introduceren. De app moet het melden van discriminatie makkelijker maken. Ook kan de bond via de app data verzamelen en in de stadions direct optreden tegen discriminerende uitingen.

De regenboogvlag hangt uit bij het hoofdkantoor van de KNVB in Zeist

Anoniem melden
De KNVB gaat gebruik maken van de bestaande app ‘Meld Discriminatie Nu’, die volledig geschikt wordt gemaakt voor het voetbal. Voetballers en begeleiders kunnen in de app zowel anoniem als persoonlijk melding maken van discriminatie. Dit kan via het invullen van een vragenformulier, het achterlaten van een ingesproken bericht of het uploaden van foto’s en video’s.

De toekomst: wat moet er gebeuren?
Dit vindt:

De Tweede Kamer heeft het kabinet verzocht om homofobe spreekkoren in stadions aan te pakken. De Kamer wil dat er afspraken worden gemaakt met clubs, bonden, supportersverenigingen, belangenorganisaties en de veiligheidsdriehoek. 

Minister Helder van Langdurige Zorg en Sport in een kamerbrief in 2022: ‘Een homofoob spreekkoor tijdens een wedstrijd is voldoende om de wedstrijd stil te leggen.’

De KNVB verlengt het aanvalsplan ‘Voetbal is van iedereen’ tot eind 2023.

Karin Blankenstein, voorzitter: ‘Het is maar een kleine groep supporters die tegen is. We moeten erover blijven praten, voorlichting is ontzettend belangrijk. En de kracht zit ‘m in de herhaling. Eén wedstrijd met een OneLove-aanvoerdersband spelen helpt niet.’ 

De meeste conservatieve regenbooggemeente van Nederland

Ede gaat werk maken van de emancipatie van lhbti’ers. Als een na laatste grote gemeente in Nederland is Ede sinds februari van dit jaar officieel een regenbooggemeente. Een unicum voor de gemeente op de Biblebelt waar 118.000 mensen wonen en de SGP de grootste politieke partij is.

Regenbooggemeenten zetten zich in voor een beter leefklimaat en investeren in veiligheid, sociale veiligheid en emancipatie van alle lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgenders en intersekse personen (LHBTI). Het ministerie van Onderwijs stimuleert dit met een jaarlijkse bijdrage van twintigduizend euro.

Sinds 4 februari van dit jaar is Ede regenbooggemeente nadat een meerderheid van de conservatieve gemeenteraad met het voorstel instemde. Alleen de SGP en de lokale partij DKE stemden tegen. Ede werd daarmee de 55ste Nederlandse regenbooggemeente. Maar hoe kan het dat de gemeente – waar in 2016 nog een motie werd afgewezen om alleen een regenboogvlag te hijsen – zich vijf jaar later uitroept tot regenbooggemeente?

Geen politiek
Het is juli 2016 als een verschrikkelijke aanslag plaatsvindt in een homonachtclub in Orlando. Vijftig mensen worden doodgeschoten. Het blijkt een gerichte aanslag op de lhbti-gemeenschap. Twee weken na de aanslag dient GroenLinks-raadslid Ellen Out in Ede een motie in. Ze stelt voor om eenmaal per jaar, op Coming-out Day, de regenboogvlag hijsen voor het gemeentehuis. Haar voorstel wordt nipt afgewezen, de regenboogvlag is voor Ede op dat moment nog een brug te ver.

Wanneer gemeenteraadslid Out in 2018 opnieuw een motie wil indienen om de regenboogvlag te hijsen, stelt burgemeester René Verhulst (CDA) dat dit niet nodig is. De burgemeester zegt toe de vlag zélf te hijsen. Het besluit van Verhulst is opmerkelijk omdat de gemeenteraad twee jaar eerder de regenboogvlag-motie nog wegstemde. Ook zijn voorganger, Cees van der Knaap (CDA), vond de regenboogvlag niet nodig: ”De Nederlandse vlag markeert ook onze rechten en plichten waarover de Grondwet in artikel 1 heel duidelijk is”, aldus de voormalig burgemeester.

De SGP, met zeven zetels de grootste partij in Ede, protesteert dan ook tegen het besluit van Verhulst en zegt het “ten zeerste te betreuren.” De burgemeester zet zijn beslissing echter door en zegt daar nu over: “De regenboogvlag is geen onderwerp om politiek over te bedrijven met uitgebreide discussies. Ik koos er dan ook voor om de vlag zelf te hijsen. Er zijn ook in Ede mensen die worstelen met hun gevoelens. Met het veelkleurige palet van de vlag laat je zien dat je die worsteling begrijpt. Ik hoop dat ze dit zien als steun”, aldus de huidige burgemeester.

Nashville-verklaring
Als in 2018 de regenboogvlag voor het eerst wappert voor het gemeentehuis van Ede, duikt ook in Nederland de Nashville-verklaring op; een internationale verklaring over Bijbelse seksualiteit. Hierin wordt geopperd dat homoseksualiteit, genderneutraliteit en transgenderisme zonden zijn en ‘afgekeurd moet worden door iedere goede christen.’ Veel kerkgemeenschappen op de Biblebelt ondertekenen de verklaring, waaronder ook Edese kerken.

COC-Gelderland-midden krijgt veel vragen van jongeren die worstelen met hun geaardheid, zegt bestuurslid Joris Brandts. “Vooral in Ede hebben die vaak te maken met religie. Zo’n Nasvhille-verklaring zorgt ervoor dat jonge mensen die twijfelen over hun geaardheid, nog dieper de kast induiken. We horen veel verhalen uit Ede van jongeren die eenzaam zijn en niet worden geaccepteerd door hun omgeving.”

De waarnemingen van het COC staan niet op zichzelf. Onderzoek van I&O Research toont aan dat 40% van de lhbti’ers zich onveilig voelt in de regio Gelderland-midden. Vooral mensen uit sterk gelovige kringen ervaren minder acceptatie.

Verdeeld
Om te kunnen doorgronden hoe het in Ede werkelijk gesteld is met de lhbti-emancipatie, is een analyse van de stemming rondom het hijsen van de regenboogvlag in 2016 interessant.

Binnen veel partijen heerste er destijds grote verdeeldheid. Onder andere bij de lokale partij GemeenteBelangen. Fractievoorzitter Gabriëlle Hazeleger daarover: “Ik was destijds zeer teleurgesteld in mijn fractie. Ik maak zelf deel uit van de lhbti-gemeenschap, dus het raakte me dat sommige collega’s tegen de vlag stemden.” GemeenteBelangen vindt inmiddels dat er wel degelijk een probleem is in Ede als het gaat om de acceptatie van lhbti’ers. “Wij zien de vlag niet als symboolpolitiek. Soms zou ik willen dat het symboolpolitiek zou zijn, dan zou het probleem niet zo groot zijn”, aldus Hazeleger.

Rigide
Het bijstellen van standpunten is volgens ChristenUnie-raadslid Dirjanne van Drongelen in Ede een kwestie van tijd geweest. “Niet alleen in de raad. Ik denk het ook te zien binnen kerken en überhaupt onder christenen. Van heel rigide naar een meer inclusievere gedachte”, legt ze uit. “Binnen de CU-fractie is er veel over gepraat, net als met onze achterban. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat er echt iets nodig is om de situatie voor lhbti’ers te verbeteren. Als de regenbooggemeente daar een stap in is, wil de CU daarin mee.”

De volledige CDA-fractie stemde in 2016 tegen de regenboogvlag, maar is in 2021 mede-indiener van het voorstel voor de regenbooggemeente. Tijden veranderen, stelt fractievoorzitter Anne-Jan Tegelen. “Het CDA vindt het vanzelfsprekend dat iedereen meetelt en vindt dat de regenbooggemeente eigenlijk niet nodig zou moeten zijn. Wij vonden Ede al een lhbti-vriendelijke gemeente en vinden dat nog steeds.”

Dat er veranderingen gaan komen, verwacht Telgen niet: “Er wordt alleen een ander stickertje op de kast geplakt en daardoor krijgen we extra geld uit Den Haag. Dan vinden wij het prima om voor te zijn. Baat het niet dan schaadt het niet.”

Mordicus tegen
De SGP, de grootste politieke partij in Ede, blijft mordicus tegen het fenomeen regenbooggemeente: “Voor ons is het geen punt van discussie”, zegt raadslid Kees van Wolfswinkel desgevraagd. “Wij vinden het niet passen bij gemeente Ede en hebben ook niet het idee dat Ede een onveilige gemeente is. Bovendien staat het inhoudelijk te ver af van ons uitgangspunt, de unieke waarde van het huwelijk tussen man en vrouw.”

Ook Rasit Görgülü van eenmansfractie Democratische Kiezers Ede (DKE), stemde tegen: “De lhbti-gemeenschap staat niet op zichzelf. Veel vrouwen in Ede die een hoofddoek dragen, voelen zich ook onveilig. Er moet niet alleen beleid gemaakt moet worden voor de lhbti-gemeenschap, maar voor iedereen. Alleen dan wordt Ede echt inclusief.”

Homo in de fractie
De Edese VVD stemde vijf jaar geleden deels tegen de regenboogvlag-motie, maar steunde dit jaar wel het initiatief voor de regenbooggemeente. “Er zit nu een heel andere fractie en dan maak je soms andere keuzes”, stelt VVD-raadslid Sjoerd Bakker. “Daarbij komt dat er nu ook een homo in de fractie zit. En dat ben ik”, zegt hij lachend.

Het beeld dat Bakker schetst, wordt bevestigd door dr. Eva Jaspers, universitair hoofddocent sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Jaspers doet in Nederland onderzoek naar actuele sociale vraagstukken en bestudeert uitsluiting en ongelijkheid. “Er is steeds meer aandacht voor en ervaring met lhbti’ers, ook bij politieke partijen. Zeker als raadsleden of mensen in hun omgeving uit de lhbti-gemeenschap komen, zie je meningen veranderen. Hoe dichterbij het komt, hoe moeilijker het wordt om het af te wijzen.” Volgens Jaspers is er een bredere maatschappelijke verschuiving aan het plaatsvinden. Vooral de jongere generaties hebben een inclusievere denkwijze.

Geen symbool
Het initiatief om Ede uit te roepen als regenbooggemeente kwam uiteindelijk van D66, GroenLinks en GemeenteBelangen. Raadslid Stephan Neijenhuis (D66) is positief verrast door de brede steun. Vooraf hebben we alle partijen benaderd, om zoveel mogelijk steun te krijgen voor het voorstel. “Door niet alleen het symbool van de vlag centraal te stellen, maar ook de beleidskeuzes en maatregelen die erbij horen, denk ik dat er meer partijen in mee zijn gegaan.”

COC Gelderland-midden is blij met de grote meerderheid in de Edese raad: “In een religieuze gemeente, waar christelijke partijen zitten die conservatief zijn als het gaat om LHBT-beleid, is dit een ontzettend mooie eerste stap. Ik weet zeker dat het voor veel jonge mensen waardevol zal zijn”, stelt bestuurslid Brandts. Er is volgens hem nog wel veel werk aan de winkel, want Ede is er nog niet: “Het is een kickstart. Het is nu nog een papieren document, het is belangrijk dat er werk wordt gemaakt van acceptatie.”

Raadslid Sjoerd Bakker (VVD) bevestigt dat: “Er is in Ede nog een lange weg te gaan: “Hand-in-hand lopen met mijn eigen man doe ik hier nog steeds niet in het openbaar. Het kan gedoe opleveren en daar heb ik geen zin in. We doen vaak alsof we heel tolerant zijn, maar dat zijn we nog lang niet.”