Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel zei dat een groot deel van de ongeveer 10.000 (ernstige) zaken die in 2024 niet werden opgepakt, uit meldingen bestonden en niet uit aangiften. De Algemene Rekenkamer spreekt in haar onderzoek juist over ongeveer 10.000 aangiften van ernstige misdrijven. Klopt het dat het merendeel van deze zaken dus uit meldingen bestond?
De 10.000 zaken
De Algemene Rekenkamer onderzocht hoe de politie in 2024 omging met ernstige misdrijven. Volgens het onderzoek werden ongeveer 10.000 aangiften van ernstige misdrijven niet verder behandeld. Bij ongeveer 7.000 zaken gebeurde dat direct. Nog eens ongeveer 3.000 zaken werden later stopgezet vanwege een tekort aan mankrachten of aanknopingspunten. De Rekenkamer gebruikte voor haar onderzoek onder andere de Crime Harm Index (CHI). Daarmee worden misdrijven ingedeeld op basis van de zwaarte ervan. Ook de manier waarop de politie zaken registreert speelt een rol. De politie gebruikt verschillende systemen voor aangiften en opsporingsonderzoeken. De rekenkamer beschrijft dat de aangiften in BOSZ worden geregistreerd en opsporingsonderzoeken in Summ-IT. Volgens Jan Steenbrink, docent-onderzoeker en voormalig politiemedewerker, kunnen verschillen in registratie ervoor zorgen dat partijen tot verschillende cijfers komen. ‘De hoofdlijnen zijn hetzelfde’, zegt hij. Het misdrijf verandert niet, maar het kan wel in een andere zwaartecategorie worden geplaatst. Daardoor is het volgens Steenbrink niet eenvoudig om de cijfers van de verschillende partijen rechtstreeks met elkaar te vergelijken.
Melding of aangifte?
Om de uitspraak van Van Weel te kunnen beoordelen, moet eerst duidelijk zijn wat het verschil is tussen een melding en een aangifte. Volgens Steenbrink is een aangifte een melding van een misdrijf waarbij iemand wil dat de dader strafrechtelijk wordt vervolgd. Een melding kan volgens hem bijvoorbeeld gaan over geluidsoverlast, gevaarlijke verkeerssituaties, onbegrijpelijk gedrag (voorheen verward gedrag) of huiselijk geweld. Ook de politie maakt in haar eigen jaarverslag onderscheid tussen een melding en een aangifte. Een melding is dus niet hetzelfde als een aangifte. Dat verschil is belangrijk, omdat ‘geen aangifte’ niet automatisch betekent dat iets een melding is. Ook leidt een aangifte niet automatisch tot een politieonderzoek. Volgens Steenbrink kan een gebrek aan aanknopingspunten een reden zijn om een zaak niet verder te onderzoeken. Ook de zwaarte van het misdrijf en de beschikbare mankracht kunnen volgens hem een rol spelen. Maar daarmee is nog niet duidelijk hoeveel van de 10.000 zaken daadwerkelijk meldingen waren. Op de vraag of de uitspraak van Van Weel houdbaar is, is Steenbrink duidelijk: ‘Hij is niet houdbaar, want de concrete cijfers die vanuit alle richtingen worden ondersteund zijn er niet.’ Volgens Steenbrink zijn er momenteel drie verschillende cijfers die door verschillende methodes tot stand zijn gekomen. Daardoor kunnen de cijfers volgens hem niet zomaar één op één met elkaar worden vergeleken.
Nuance
Dat de cijfers niet één op één vergelijkbaar zijn, betekent niet automatisch dat één van de partijen ongelijk heeft. Volgens Steenbrink kunnen verschillen in registratiemethodes een deel van de verschillende verklaren. De politie registreert zaken met bepaalde codes. De Rekenkamer gebruikt deze gegevens vervolgens voor haar onderzoek. Volgens Steenbrink kan een misdrijf daardoor bijvoorbeeld in een andere zwaartecategorie terechtkomen. Ook kunnen er verschillende redenen zijn waarom een aangifte niet verder wordt onderzocht. De cijfers moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd. De Rekenkamer spreekt over aangiften, terwijl Van Weel een deel van de zaken als meldingen beschrijft. Uit de beschikbare informatie blijkt niet duidelijk hoe groot dat aandeel meldingen precies is. De nuance is dus dat de verschillende registratiemethodes wel kunnen verklaren waarom er verschillende cijfers worden genoemd, maar niet bewijzen dat het merendeel van de 10.000 zaken uit meldingen bestond.
Conclusie
De uitspraak van Van Weel dat het merendeel van de 10.000 zaken uit meldingen bestond, wordt niet door de beschikbare cijfers onderbouwd. De Algemene Rekenkamer spreekt juist over ongeveer 10.000 aangiften van ernstige misdrijven. Wel is er een nuance: de politie en de Rekenkamer gebruiken verschillende registratiemethodes, waardoor de cijfers niet volledig één op één vergelijkbaar zijn.
Mijn oordeel is dat de claim deels onwaar is, want de claim wordt niet door de cijfers bewezen. Door de verschillende registratiemethodes kan ook niet met zekerheid vastgesteld worden dat alle 10.000 zaken aangiften waren.