Mascha de Jong: ‘Je moet altijd weten hoe je eruit komt’

Mascha de Jong (53) is algemeen verslaggever bij De Telegraaf. Al meer dan dertig jaar doet ze verslag van nieuws, sport, misdaad en gebeurtenissen in de stad Amsterdam. In haar werk komt ze vaak op plekken waar spanningen snel kunnen oplopen. Bedreiging en intimidatie zijn voor veel journalisten helaas herkenbaar. Voor vrouwelijke journalisten komt daar vaak nog iets extra’s bij: reacties die niet alleen over hun werk gaan, maar ook over het feit dat ze vrouw zijn.
In de lobby van het Mediahuis praat De Jong er rustig over. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Terwijl ze vertelt, haalt ze af en toe haar schouders op. Alsof dit nu eenmaal bij het vak hoort.
Op 7 oktober 2025 staat ze in Den Haag bij een demonstratie. Het is de dag waarop de aanval van Hamas op Israël, dan twee jaar eerder, wordt herdacht. Tegelijk demonstreren er ook mensen voor de Palestijnse zaak. De sfeer is gespannen. Aan de ene kant staan demonstranten, aan de andere kant staat veel politie, met ME-bussen en een waterwerper. De Jong loopt ertussen. ‘Je voelt meteen: dit kan misgaan,’ zegt ze. ‘Iedereen kijkt naar elkaar.’ Tussen de demonstranten valt ze op. Niemand kent haar. Mensen kijken haar aan en fluisteren. Tegelijk kan de politie haar ook voor een demonstrant aanzien. ‘Je staat er letterlijk tussenin,’ zegt ze. ‘De demonstranten haten je als media en de politie kan je net zo goed voor demonstrant aanzien.’ Op zo’n moment verandert haar rol. Dan is ze niet alleen de verslaggever. Dan denkt ze ook aan haar eigen veiligheid. ‘Dan ben je even niet bezig met je taak als journalist,’ zegt ze. ‘Dan denk je echt: hoe kom ik hier uit?’ Pas als ze haar perskaart kan laten zien aan een ME’er, kan ze weg.
Meer dan gewone kritiek
De ervaring van De Jong staat niet op zichzelf. Uit onderzoek van PersVeilig en de NVJ blijkt dat veel journalisten in Nederland te maken krijgen met agressie, bedreiging of intimidatie. Voor vrouwelijke journalisten komt daar vaak nog een extra laag bij. Reacties gaan dan niet alleen over hun werk, maar ook over hun uiterlijk of over het feit dat ze vrouw zijn. De Jong herkent dat. ‘Als ik iets online zet, krijg je reacties als: ‘ga terug naar het aanrecht,’ zegt ze. ‘Dat soort dingen krijg je als vrouw snel.’ Volgens haar zit daar een duidelijk verschil. Bij mannen gaat het vaker over wat ze zeggen, bij vrouwen over wie ze zijn. ‘Tegen een man wordt niet gezegd: terug de keuken in.’ Toch laat ze haar werk daar niet door bepalen. Alleen inhoudelijke kritiek neemt ze echt serieus. Seksistische opmerkingen daarentegen niet.
Werken in spanning

Het is niet de eerste keer dat De Jong in zo’n situatie terechtkomt. Als verslaggever staat ze vaak op plekken waar emoties hoog oplopen: demonstraties, rellen en sportvieringen. ‘Je staat altijd tussen groepen in conflict,” zegt ze. “Of het nou de politie is, demonstranten of gewone burgers.’ Volgens haar moet je daarom altijd voorbereid zijn. Je moet weten waar je bent, wat er kan gebeuren en hoe je weer wegkomt. Juist ervaring helpt daarbij. De Jong kent Amsterdam goed en weet hoe de politie optreedt op plekken als het Museumplein of het Mercatorplein. ‘Je moet als journalist maar al helemaal als vrouw altijd met een plan ergens naartoe gaan,’ zegt ze. Toch gaat het niet altijd goed. Tijdens de coronaprotesten op het Museumplein stond ze net te lang op de verkeerde plek. ‘Ik kreeg een keiharde klap,’ zegt ze. ‘Dan roep je nog ‘pers’ in de hoop dat het zou helpen, maar je reageert ook gewoon als mens.’
Dertig jaar in het vak

Foto: Puck van Westerloo
Mascha de Jong begon in 1995 als sportjournalist. Ze deed verslag van Olympische Spelen en grote voetbaltoernooien. Maar sinds 2016 werkt ze als algemeen verslaggever in Amsterdam. Daar doet ze van alles: misdaad, rechtbank en snel nieuws op straat. ‘Geen dag is hetzelfde,’ zegt ze. In haar carrière werkte ze lange tijd vooral tussen mannen. Het grootste compliment dat ze daar soms kreeg, was: jij bent een van de jongens. ‘Maar daar kan ik eigenlijk niks mee,’ zegt ze. Zelf kijkt ze daar nuchter naar. Ze wil niet “een van de jongens” zijn. Ze wil gewoon haar werk goed doen. Wat haar helpt, is haar leven buiten het werk. Ze is moeder van drie kinderen en inmiddels ook oma geworden. Volgens haar moet je stevig in je schoenen staan om dit vak vol te houden. ‘Dit vak geeft veel,’ zegt ze. ‘Maar als je niet stabiel bent, neemt het alleen maar van je.’
Jonge collega’s
Juist daar ziet ze verschil met jongere collega’s. Waar zij inmiddels snel herkent wanneer iemand een grens overgaat, kunnen jonge journalisten daar nog door overvallen worden. ‘Als je jong bent, kan je dichtklappen,’ zegt ze. Ze hoort soms verhalen van jongere vrouwelijke collega’s die ongepaste of seksuele opmerkingen krijgen tijdens hun werk. Volgens haar is het dan belangrijk om niet mee te gaan in zo’n opmerking, maar wel duidelijk een grens te stellen. ‘Je moet er niet op ingaan, maar je moet wel grenzen aangeven,’ zegt ze. Soms helpt het al om een opmerking terug te leggen bij de ander en daarna stil te blijven. Dat maakt volgens haar meteen duidelijk dat iemand te ver gaat. De Jong wordt daarom soms gevraagd om met jonge collega’s te praten. Gewoon luisteren, helpt vaak al, zegt ze.
Weten wanneer je weg moet
Na al die jaren weet De Jong één ding zeker: journalistiek gaat niet alleen over verhalen maken. Het gaat ook over inschatten, grenzen stellen en weten wanneer je moet vertrekken. ‘Je leert hoe je blijft staan,’ zegt ze. Maar nog belangrijker is misschien wel iets anders: ‘Je moet altijd weten wanneer en hoe je uit een situatie komt.’