Spotlight

Selecteer Pagina

Factcheck: “Terugkeer Poolse arbeidsmigranten lost het Nederlandse woningprobleem op”

Factcheck: “Terugkeer Poolse arbeidsmigranten lost het Nederlandse woningprobleem op”

Het verminderen van arbeidsmigratie en de terugkeer van Poolse werknemers zou het woningtekort in Nederland oplossen. Dat stelde opiniemaker Annemarie van Gaal in het programma Nieuws van de Dag. Uit onderzoek van onder andere het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en cijfers van het CBS blijkt echter dat veel arbeidsmigranten in gedeelde huisvesting wonen. Daardoor levert hun vertrek niet zomaar extra woningen op voor Nederlandse woningzoekenden.

Claim

De terugkeer van Poolse arbeidsmigranten neemt de druk op de woningmarkt weg en lost het woningprobleem in Nederland op.

Bron van de claim

Annemarie van Gaal deed deze uitspraak in de uitzending van Nieuws van de Dag op maandag 5 oktober 2026. In de uitzending werd besproken dat er minder Poolse arbeidsmigranten naar Nederland komen en dat bedrijven daarom personeel uit andere landen zoeken. Van Gaal noemde dat ‘de omgekeerde wereld’. Volgens haar moeten werkgevers eerst kijken naar het onbenutte arbeidspotentieel in Nederland. Als er minder arbeidsmigranten nodig zijn, zouden er volgens haar ook minder mensen woonruimte nodig hebben. Op die manier zou in Nederland het woningprobleem worden opgelost. (Bron: Nieuws van de Dag, uitzending van 5 oktober 2026.)

Waarom de claim grotendeels onwaar is

  1. Het woningtekort is veel groter dan de Poolse bevolkingsgroep

Het woningtekort in Nederland is groot. Volgens cijfers van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) bedraagt het statistische woningtekort ongeveer 384.000 woningen. Om de woningmarkt weer op een gezond spanningsniveau te krijgen, zijn volgens dezelfde berekening ongeveer 213.000 extra woningen nodig. (Bron: VRO)

Volgens het CBS woonden er in 2026 244.835 mensen met een Poolse migratieachtergrond in Nederland. Dat is een aanzienlijk kleinere groep dan het totale woningtekort. Bovendien betekent het vertrek van een inwoner niet automatisch dat er ook een zelfstandige woning vrijkomt. Het is daarom niet realistisch om te verwachten dat de terugkeer van Poolse arbeidsmigranten het woningprobleem oplost. (Bron: CBS) (https://allecijfers.nl/migratie/polen/)

 

  1. Veel arbeidsmigranten wonen in gedeelde huisvesting

Ook het soort huisvesting waarin arbeidsmigranten wonen, speelt een belangrijke rol. Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat 64 procent van de EU-arbeidsmigranten bij aankomst in Nederland in gedeelde woonruimte woont. Dit kan bijvoorbeeld een kamer, een woning die met anderen wordt gedeeld of huisvesting via een uitzendbureau zijn. Slechts 7 procent begint in een koopwoning en 5 procent in een corporatiewoning. (Bron: PBL)

Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van de arbeidsmigranten binnen zes jaar weer uit Nederland vertrekt. Van deze groep woonde bij aankomst 74 procent in gedeelde huisvesting.

Als deze arbeidsmigranten vertrekken, komen er dus vooral plekken vrij in gedeelde huisvesting en uitzendaccommodaties. Dat betekent niet automatisch dat er zelfstandige huur- of koopwoningen beschikbaar komen voor starters en andere woningzoekenden. Het vertrek kan wel de druk op de huisvesting voor arbeidsmigranten verminderen.

  1. Sommige arbeidsmigranten wonen uiteindelijk wel in reguliere woningen

Niet alle arbeidsmigranten blijven in gedeelde huisvesting wonen. Een deel blijft langer in Nederland en verhuist uiteindelijk naar een zelfstandige huur- of koopwoning. Dat blijkt uit het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving. De onderzoekers beschrijven dat sommige EU-arbeidsmigranten na verloop van tijd hun gedeelde woonruimte verruilen voor een woning op de reguliere woningmarkt. Soms wonen zij daar samen met hun partner en kinderen.

Het vertrek van deze arbeidsmigranten kan dus woonruimte vrijmaken. Het onderzoek laat echter niet zien hoeveel zelfstandige woningen hierdoor daadwerkelijk beschikbaar komen voor andere woningzoekenden wanneer Poolse arbeidsmigranten naar hun land terugkeren. Daarvoor is meer specifieke informatie nodig over de woningen die zij achterlaten en wie deze vervolgens betrekt. Daarom is het te stellig om op basis van deze gegevens te concluderen dat hun vertrek het Nederlandse woningtekort oplost.

Conclusie

De claim dat de terugkeer van Poolse arbeidsmigranten het Nederlandse woningprobleem oplost, is grotendeels onwaar. Het woningtekort is veel groter dan de groep inwoners met een Poolse migratieachtergrond. Daarnaast woont een groot deel van de EU-arbeidsmigranten bij aankomst in gedeelde huisvesting, waardoor hun vertrek niet automatisch zelfstandige woningen oplevert.

Minder arbeidsmigratie kan de druk op de huisvesting voor arbeidsmigranten verminderen. Het is echter geen oplossing voor het volledige woningtekort in Nederland. Daarvoor zijn ook andere maatregelen nodig, zoals het bouwen van meer woningen.

Over de auteur

Nikki Haaima

Mijn naam is Nikki Haaima (23) en ik studeer Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Hiervoor heb ik havo gedaan en heb ik gestudeerd aan Hogeschool Inholland in Haarlem. Mijn grootste interesse ligt bij reizen en het buitenland, maar op dit moment richt ik me vooral op het schrijven over evenementen en lokale gebeurtenissen in Leidsche Rijn, Vleuten en de Meern.