
De Raad onder Druk 🎙️ 📻 🎧
©️ Gemeente Amsterdam.
Teun Kassenaar 19 januari 2026
Raadslid zijn en een gemeente besturen, veel mensen denken dan nog aan één avond per maand vergaderen. Bij het zijn van gemeenteraadslid komt een stuk meer kijken dan dat. De werkdruk onder deze groep volksvertegenwoordigers neemt al jaren toe. In de podcast De Raad onder Druk vertellen twee raadsleden van de gemeente Amsterdam over hun ervaringen. Extra toelichting op hun verhaal is te vinden in de tekst hieronder.
Podcast
Wie hoor je in de podcast ?

Dit zijn Carlo van Munster, raadslid voor GroenLinks & Judith Krom, raadslid voor de Partij voor de Dieren in Amsterdam.
Toenemende druk op raadslidmaatschap, vooral onder vrouwen en minderheden
In veel gemeenten hebben raadsleden te maken met hoge werkdruk. Gemeenteraadsleden besteden gemiddeld twintig uur per week als lokale volksvertegenwoordiger, een stijging van ruim 40 procent sinds 2007. Wat bedoeld is als een functie voor ‘leken’, is steeds vaker een zware parttimebaan die vaker leidt tot vroegtijdige uitval. Wetenschappelijk en overheidsonderzoek geven een beeld over verschillende aspecten van lokaal bestuur dat onder druk staat.
Nederland besturen begint bij gemeenten, en daar zitten burgers die naast hun reguliere baan of sociale leven de koers van hun stad bepalen. Maar uit de meest recente Basismonitor Politieke Ambtsdragers 2024 blijkt dat er problemen ontstaan bij deze vorm van lokaal bestuur. In 2007 besteedde een raadslid gemiddeld nog veertien uur per week aan raadswerk, nu is dat opgelopen tot een gemiddelde van twintig uur. In grote gemeenten, 100.000+ inwoners, loopt dit zelfs op naar 25 uur per week.
36 procent hiervan is voor het voorbereiden en deelnemen aan vergaderingen. De rest van de tijd gaat op aan fractieoverleg, contact met de samenleving en werkbezoeken. Het salaris en ondersteuning van raadsleden groeit niet even hard als de mee met werklast, met vroegtijdige uitval tot gevolg.
De stijging van werkdruk begon volgens bestuurskundigen door de grootschalige decentralisaties van 2015. Gemeenten werden verantwoordelijk voor complexe taken in het sociaal domein, zoals de jeugdzorg en de WMO.
Hoogleraren Klaartje Peters en Geerten Boogaard pleitten in 2024 in het blad van de VNG dat werkdruk op zichzelf niet het enige probleem is, het gaat ook om de ‘zinervaring’. Veel raadsleden ervaren dat zij door de complexiteit en de taken vanuit het Rijk nauwelijks nog werkelijke invloed kunnen uitoefenen op grote onderwerpen zoals woningbouw of zorg.
De uitval in de raad is niet gelijkmatig verdeeld over de bevolking. Politicoloog aan de UvA Zahra Runderkamp, onderzocht in haar proefschrift Personal institutions, political lives (2024) waarom bepaalde groepen sneller afhaken. Runderkamp concludeert dat de Nederlandse politiek weliswaar diverser is geworden in instroom van nieuwe raadsleden, maar nog niet als je kijkt naar wie een periode ook helemaal uitzit.
Vooral vrouwen en raadsleden met een migratieachtergrond vallen vaker vroegtijdig uit. Runderkamp wijst op de “combinatiedruk”: de moeite om het raadswerk te verenigen met een carrière en zorgtaken. Het huidige systeem is volgens haar nog steeds gevormd voor de “standaard politicus, vaak mannelijk, wit, en met een flexibele agenda”. Wanneer gemeenten niet meebewegen met de diversiteit van de raadsleden, raakt de hoge werkdruk sommige groepen harder dan andere.
De overheid erkent de situatie bij gemeenten. In 2025 publiceerde onderzoeksbureau Necker in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken een rapport over de omvang van gemeenteraden. De centrale vraag: moeten raden worden uitgebreid om de lasten te verdelen? Ook al wordt uitbreiding in de grootste gemeenten overwogen, blijft het kernprobleem de inrichting van hoe een raad werkt.
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) merkte in het rapport Deskundige Overheid in 2025 op dat de politieke ondersteuning van gemeenteraden “relatief mager” is in vergelijking met de taken van gemeenten. Zonder structurele versterking van de griffies en een nieuwe beoordeling van wat een ‘leek’ redelijkerwijs kan behappen, blijft de lokale democratie afhankelijk van een krimpende groep burgers die bereid is hun privéleven grotendeels op te offeren voor het publieke belang.
De bekende werkdruk heeft directe gevolgen voor de instroom van nieuw politiek talent. De algemene politieke interesse is onder de Nederlandse bevolking volgens het Nationaal Kiezersonderzoek stabiel, maar dit vertaalt zich niet in de interesse om een raadszetel in te nemen. De Basismonitor Politieke Ambtsdragers signaleert een dalende trend als het gaat om werven van nieuwe gemeenteraadsleden door politieke partijen. Het gemiddeld aantal kandidaten per zetel daalt, wat de keuzevrijheid voor de kiezer ook weer beperkt.
Runderkamp stelt dat dit geen motivatieprobleem is, maar een structurele barrière, een “rationele afweging”. Potentiële kandidaten, met name in de leeftijdscategorie 25-45 jaar, zien de tijdsbelasting van gemiddeld twintig uur als een te grote hindernis voor hun professionele carrière en gezinsleven. Daarnaast laat data van ProDemos zien dat de verharding van het politieke klimaat en de toename van agressie tegen lokale politici, waarvan 15 procent van de raadsleden jaarlijks melding maakt,een extra reden is. Hierdoor droogt de vijver van kandidaten niet alleen op, maar vindt er ook een “pre-selectie” plaats waarbij alleen burgers met een zeer hoge tolerantie voor tijdsdruk en conflict overblijven, wat de brede representatie van de samenleving verder onder druk zet.