“Geen slaap, vertrouwen in andere of de deur niet meer uit, dat gevoel hebben slachtoffers”
Cybercriminaliteit is nog steeds in opmars in Nederland. Er worden slachtoffers gemaakt in alle lagen van de samenleving, met diverse gewiekste methoden. Hoe kunnen we slachtoffers beter bijstaan en beschermen?

In Nederland zijn er allerlei organisaties die slachtoffers van criminaliteit bijstaan, de bekendste is Slachtofferhulp. De afgelopen jaren bleek dat sommige slachtoffers van cybercrime zich niet voldoende gehoord voelden. De politie, Slachtofferhulp Nederland, Gemeente Rotterdam en het Openbaar Ministerie zijn daarom vorig jaar de Cybercrime Nazorg Pilot begonnen.
Wanneer iemand aangifte doet, vraagt de politie of de gegevens doorgestuurd mogen worden naar Slachtofferhulp. De medewerkers van Slachtofferhulp kunnen dan aan de slag.
“Cybercrime en zedenzaken hebben een speciaal element, dat zijn delicten waar schuld en schaamte een grote rol kan spelen. Het is heel anders dan een inbraak bijvoorbeeld. Als er bij jou wordt ingebroken dan zul je niet heel vaak schuld of schaamtegevoelens hebben. Bij allerlei soorten van cybercrime ligt dat dus anders.” Vertelt Roy Heerkens van Slachtofferhulp Nederland.
Schaamte
Bij deze vorm van criminaliteit worden mensen vaak in een val gelokt, waarin ze zelf vaak handelingen hebben verricht. En de dader krijgt wat die wil. De meeste mensen hebben de gedachte en het gevoel ‘dat zal mij niet overkomen’, maar dat gebeurt toch dagelijks. Slachtofferhulp maakt altijd duidelijk aan slachtoffers dat het nooit hun schuld is geweest. De schuld en schaamte komt voort uit de eigen rol die ze gespeeld hebben. Een persoon die zich schuldig voelt of zich schaamt zoekt minder snel hulp en blijft niet alleen met financiële schade zitten, maar ook vaak psychische schade.
“Er staan fabriekshallen vol met criminelen organisaties die de hele dag met niets anders bezig zijn dan zo veel mogelijk potentiële slachtoffers te maken zodat het altijd wel een aantal keer lukt. Ze gaan tegenwoordig zo geraffineerd te werk dat het in steeds meer gevallen heel moeilijk is om onderscheid te maken tussen echte en neppe mails bijvoorbeeld.” Vertelt Heerkens.
Aangiftes
In 2021 werden volgens de veiligheidsmonitor van het CBS 1,7 miljoen mensen slachtoffer van online fraude of oplichting. Daarvan deden er maar ongeveer 480 duizend aangifte. Een heel groot deel valt dus af. Die schaamte en schuldgevoelens zouden dus een reden kunnen zijn voor zo veel mensen om niet over te gaan tot het doen van aangifte. Van alle vermogensdelicten, waar cybercrime onder valt, neemt het Openbaar Ministerie in ruim 70 duizend zaken een beslissing. In 20 duizend zaken legt de Rechtbank een straf op. Bij elke juridische horde die genomen moet worden blijft er dus heel veel liggen. Door het internationale aspect van deze vorm van criminaliteit zijn veel daders lastig op te sporen.
“De politie staat door een gebrek aan mankracht elke keer voor een dilemma welke zaak ze oppakken. Hierbij gaat vaak de voorkeur uit naar zaken waarbij veel mensen betrokken zijn zodat er zoveel mogelijk mensen geholpen kunnen worden.” Vertelt Dik Wendels, projectleider cybercrime nazorg bij politie-eenheid Rotterdam.
Veel slachtoffers van onopgeloste zaken blijven kampen met emotionele gevolgen. Heerkens vertelt over een slachtoffer van beleggingsfraude met een schade van 25 duizend euro. “Hij heeft daar met niemand over gesproken, het is een ondernemer, die was al bang om klanten kwijt te raken, of door vrienden voor dom uitgemaakt te worden. Het geld kwam ook nog eens voor een deel uit zijn pensioenpotje dus met zijn vrouw durfde hij er ook niet over te praten.”
Tijdens het eerste deel van de Cybercrime Nazorg Pilot is in zeven maanden tijd nazorg verleend aan 146 slachtoffers. Voor 94% van de slachtoffers is het project van meerwaarde geweest, aldus de politie. Het hulpaanbod bestaat uit emotionele nazorg, praktische hulp en het delen van preventietips om herhaald slachtofferschap te voorkomen. De politie wil ervoor zorgen dat slachtoffers van cybercriminaliteit de juiste ondersteuning krijgen en dat hun rechten en belangen worden beschermd.
Bij een bekende vorm van cybercrime, bankhelpdeskfraude, zouden mensen kunnen denken dat dit alleen bij ouderen gebeurt, die weinig ervaring hebben met internetbankieren. Dat klopt niet. “Hoewel het stereotypebeeld van een slachtoffer van cybercriminaliteit vaak ouderen betreft, is het probleem veel breder en treft het mensen van alle leeftijden en achtergronden.” Licht Wendels toe.
Voorlichting en preventie
Met betrekking tot marktplaatsfraude heeft gemeente Rotterdam laten zien dat preventieve maatregelen effectief kunnen zijn. Door bijvoorbeeld een bevestigingssysteem in te voeren waarbij de koper aangeeft het product te hebben ontvangen voordat betaling mogelijk is, is het aantal gevallen van fraude aanzienlijk gedaald. Dit bewijst dat vergelijkbare maatregelen in de bankensector ook effectief kunnen zijn, waarbij voorlichting over het veiligstellen van bankrekeningen en het implementeren van vertragende betalingen mogelijkheden bieden om cybercriminelen te dwarsbomen.
“Preventie en bewustwording spelen een cruciale rol bij het beschermen van burgers tegen cybercriminaliteit. Het is echter een complexe taak, aangezien verschillende vormen van cybercriminaliteit met elkaar verweven zijn en technologische oplossingen moeten worden ingezet om deze bedreigingen tegen te gaan. Gemeenten en de politie moeten een gezamenlijke inspanning leveren om burgers te informeren en preventieve maatregelen te implementeren.” Aldus Wendels.
De gemeente Rotterdam heeft erkend dat preventie en het tegengaan van cybercriminaliteit niet langer een bijzaak kunnen zijn, maar prioriteit moeten krijgen. Door middel van landelijke en lokale programma’s en het vergroten van het bereik van voorlichtingscampagnes kan een grotere groep mensen worden bereikt en bewust worden gemaakt van de risico’s van cybercriminaliteit. Ook door middel van interactieve sessies heeft de gemeente geprobeerd om de inwoners van Rotterdam meer inzicht te geven in de diverse vormen van cybercriminaliteit en hoe ze zich hiertegen kunnen wapenen.
Het succes van de aanpak van cybercriminaliteit hangt ook af van het vermogen om aangiftes serieus te nemen en op te volgen. Door de digitale sporen van daders te volgen en verschillende zaken aan elkaar te koppelen, wordt de kans vergroot dat daders worden opgespoord en vervolgd. “De Rotterdamse politieafdeling cybercrime kampt net zoals de meeste van lokale recherche afdelingen met capaciteitsproblemen”, stelt Wendels.
Onderzoek slachtofferschap
Socioloog en politiekundige Jildau Borwell doet onderzoek naar de gevolgen van het zijn van slachtoffer van cybercrime. In het kader van haar promotieonderzoek en werk bij de politie bestudeert Borwell regelmatig aangiftes die vallen binnen internetcriminaliteit. Daarin ziet ze vaak terugkomen dat slachtoffers aangeven “slecht te slapen, problemen hebben met mensen vertrouwen en soms de deur zelfs niet meer uit willen.”
Woninginbraak is binnen de politie een zogenoemd High Impact Crime, en cybercrime is dat nooit, in geen enkele vorm. Borwell ging daarom slachtoffers van verschillende soorten criminaliteit met elkaar vergelijken en maakt zich er hard voor dat de politie iets gaat veranderen in de bejegening tegenover cybercrime slachtoffers. Ze spreekt over het belang van herstellen van het zelfbeeld van het slachtoffer.
Vragenlijstdata en aangiftes waren de voornaamste bronnen voor haar onderzoek. Uit eerder onderzoek van Borwell kwam ook naar voren dat hoe meer vriendelijk, toelatend of altruïstisch iemand is dit de kans kan vergoot om slachtoffer van cybercrime te worden. “Contentieuze personen doen vaak sneller wat er van ze gevraagd wordt, in het voordeel van de oplichter dus. Wel is het belangrijk om te zeggen dat iedereen ten prooi kan vallen aan deze vorm van criminaliteit.”
Bij sommige vormen ligt het ook voor de hand wie er meer slachtoffer zijn. Jonge, digitaal bekwame mensen zullen niet snel in bankhelpdesk fraude trappen maar nog wel sneller in marktplaats fraude. En voor oudere geld dan in het algemeen het omgekeerde. DDoS aanvallen zie je dan weer vaker bij mensen die gamen of online ondernemen.
“Depressies en zelfmoorden zijn voor sommige slachtoffers van cybercrime de uiterste gevolgen. Bij sextortion zie dat het uitlekken van bepaalde beelden de naarste gevolgen kan hebben. Maar ik heb ook een geval van bankhelpdeskfraude gelezen waarin het slachtoffer vertelde dat als de kat niet op schoot was gesprongen en wat genegenheid bood, misschien wel naar een overdosis gegrepen werd.”, Aldus Borwell.
Borwell heeft drie groepen slachtoffers ingedeeld. De eerste 0 tot 3 maanden sinds ze slachtoffer zijn, 3 tot 6 maanden en 6 tot 12 maanden. Daarin is te zien dat de meeste last wordt ervaren door de eerste groep, begrijpelijk aangezien tijd wonden heelt. Maar tussen de andere twee groepen zit bijna geen verschil. Daaruit valt op te maken dat slachtofferschap wel degelijk iets is wat blijft hangen en waar mensen last van kunnen blijven houden tijdens een langdurige periode.
Ook in het percentage van mensen dat mee wil werken met de onderzoeken van Borwell zou je de schaamtegevoelens kunnen terugzien, dat was bij het laatste onderzoek namelijk 25 procent.
Dataverantwoording. In dit artikel wordt data uit verschillende onderzoeken benoemt. Deze data komen van de databanken van de Nationale Politie en onderzoek en data van het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum). Uit de onderzoeken en databanken zijn niet alle cijfers gebruikt. De data gaan over de jaartallen 2021 en 2022. Bij het lezen van criminaliteitscijfers moet de lezer altijd in acht nemen dat het gaat om cijfers van geregistreerde misdaad en aangiftes, het werkelijke getal zal waarschijnlijk hoger zijn.