De ‘Dream Hall’ van TU Delft is het decor voor de innovaties van Project March
In die ‘Dream Hall’ wordt gewerkt aan het exoskelet van 2023, de MARCH 8. Een groep van 27 studenten verdeelt over verschillende disciplines hoopt in juli een pak met veel verbeteringen te presenteren.

Teun Kassenaar 13 juni 2025
De loods met de naam ‘Dream Hall’ lijkt op het eerste oog meteen modern. Deze broedplaats van de TU Delft ligt er op een middag in juni rustig bij. De hal dient als thuisbasis voor futuristische en innovatieve projecten van de universiteit. Een daarvan is Project March, een team dat elk jaar een nieuw exoskelet ontwikkelt. Hoe bouwen Delftse studenten in één jaar een futuristisch exoskelet dat deels met gedachten bestuurd wordt?
Bij binnenkomst vertelt de pr-manager van Project March, Tim de Mooij, dat de plek modern oogt, maar vroeger een scheepswerf was. Hier werden ooit boten gebouwd. Nu ruik je in de hoge hal plastic en metaal. Het voelt als een combinatie van een creatieve kantoortuin en moderne fabriek.
Project March bestaat uit een jaarlijkse nieuwe groep studenten die een verbeterde versie van ‘MARCH’ ontwikkelen. Zo noemen zij hun exoskelet, een levensgroot elektronisch pak dat mensen aan kunnen trekken voor verschillende doeleinden. Opnieuw leren lopen na een ongeluk of zwaar lichamelijk werk in een distributiecentrum makkelijker maken bijvoorbeeld.
In die ‘Dream Hall’ wordt gewerkt aan de versie van 2023, de MARCH 8. Een groep van 27 studenten verdeeld over verschillende disciplines hoopt in juli een pak met veel verbeteringen te presenteren.
Op de vloer van de grote hal staan bouwwerken van allerlei projecten. Daarboven een lange balustrade waar kantoortjes aan zitten. Elke discipline heeft er een. Teams zoals software en design of andere moeilijke technische termen in het Engels. Alle technieken die nodig zijn om zo’n exoskelet te ontwikkelen. Het is duidelijk te merken dat er veel studenten in dit gebouw werken. In veel ruimtes tref je spullen aan die niet zijn opgeruimd, en duidelijk maken dat dit geen studentenhuis is. Een halve robotarm ligt naast een bakje met schroeven. Op een prikbord hangt een post-it met ‘Bug in program C niet vergeten!’, ernaast een zak drop. Of versieringen die je in het bedrijfsleven niet snel tegenkomt. En dan is er ook nog een ‘piloot’ van het pak, het skelet. De persoon die in het skelet zit en alle tests en trainingen uitvoert. Dat is iemand met een echte verlamming in de benen.
In een hoekje van de grote hal is een grote praktijkruimte, hier hangt het huidige pak en staat apparatuur om het mee aan te sturen. Ook een zelfgebouwd toestel de het best te omschrijven valt als een dubbelzijdige en industriële ballerina-bar. Zoiets zo je ook bij een fysiotherapeut kunnen vinden. De pilot kan hierin lopen met het pak aan en altijd snel houvast vinden. Drie keer per week is er zo’n training met ‘piloot’ Koen.


Het jaar van team MARCH is opgebouwd met een duidelijke planning, licht de Mooij toe. “De inspanningen van elke discipline moet op een gegeven moment samen komen in één pak. Het blijven wel altijd prototypes, want op papier zijn we een stichting, dus ons doel is niet om de commerciële markt op te gaan met een exoskelet. Elk jaar kan een nieuw team voor een groot deel voortborduren op de eerdere versies van MARCH”.
De grootste verandering tussen de MARCH 7 en 8 zijn de krukken. De achtste versie is zo doorontwikkeld op het evenwicht tussen de ‘piloot’ en het pak, dat er geen krukken meer nodig zijn tijdens het lopen in dit pak. Althans dat is het doel. Met nog ruim vier weken tot de onthulling van het eindontwerp is het nog niet gelukt om het pak zonder krukken te laten lopen.
Wat wel al lukt is de ‘piloot’ van het pak recht overeind te laten lopen. Voorheen gooide piloten vaak hun lichaam naar voren waarna het pak dan de volgende stap zette. Zijn bovenlichaam en vooral rug zit nu nog beter vast in het pak.
Als het team de software aanpast, wordt eerst met een computersimulatie gekeken of het pak wel doet en kan wat de studenten willen op dat moment. De tijdsdruk is een probleem voor sommige ontwikkelingen. Zo werd ervan uitgegaan dat de gewrichten uit de 7e versie goed genoeg waren om mee te nemen naar de 8e versie van het pak. Maar dat blijkt iets anders te zitten. Op het moment dat de studenten daarachter kwamen, waren ze eigenlijk al te laat.
Op het gebied van innovatie loopt Project March in veel gevallen voor op de commerciële bouwers van dit soort pakken. Alles wat deze groepen studenten doen is opensource, bedrijven kunnen alles zien en gebruiken als ze dat willen. Voor bedrijven is het natuurlijk gevoelig om eigen ontwikkel prestaties en innovaties elk jaar naar buiten te brengen.
Boston Dynamics, een bekend Amerikaans bedrijf dat allerlei (loop)robots maakt, is een grote inspiratiebron voor de studenten bij Project March. En bij het zien van die veel al spectaculaire video’s is dat te begrijpen.
Iedere vier jaar doet een groep van Project March mee aan de Cybathlon, een wedstijd in Zurich waar teams met elkaar strijden om het beste hulpmiddel voor mensen met een handicap te ontwerpen. Het Nederlandse teams is het enige team wat volledig uit studenten bestaat.
In die grote loods heeft elk kantoortje dus een eigen verhaal. Thijn Hoekstra vertelt enthousiast over ‘zijn’ afdeling, ‘Human’. In volledigheid is zijn functie Human Machine Interaction ontwerper. Samen met nog een student is hij verantwoordelijk voor hoe het pak zit en hoe de ‘piloot’ daarmee om kan gaan. Exoskeletten worden altijd aangestuurd door een soort afstandsbediening. Maar bij Project March doen ze daar nu nog een schepje bovenop, met een soort hersenbesturing.
Het pak meet waar de ‘piloot’ aan denkt en kan op basis daarvan actie ondernemen. Door middel van eeg-technologie. Alsof hij met zijn gedachten het pak bestuurt – een soort sciencefiction, maar dan met een badmuts vol elektroden. De ‘piloot’ moet dus wel heel letterlijk denken aan lopen en stappen zetten. Voordat hij in het pak gaat moet de software leren welke breingolf het commando lopen betekend.
“Alleen bij een futuristisch ding als een exoskelet vinden wij een badmuts niet echt passen, dus daar hebben we een iets mooiere versie voor gemaakt. Je kan het zo op en af zetten.” Licht Hoekstra toe. Denk hierbij aan een grote driedelige haarband. Maar daar ook een nadeel aan. Iets wat je op je hoofd zet is een stuk minder precies dan implantaten, je verliest precisie omdat het nog door de schedel naar buiten moet.


Aan een ander bureau zit Sanne ten Hoopen, Design ontwerper. Ze is medeverantwoordelijk voor de buitenkant van het exoskelet. Een deel wordt door de studenten zelf 3D geprint, de rest bij partners van het project. Het ontwerp wat eerder dit jaar is onthuld was een prototype, gemaakt met de computer. In juli is het eindontwerp bekend. Al die onderdelen zijn te groot voor de 3D printer, dus die moeten ook nog aan elkaar gelijmd worden.
Onder het uiterlijk van het pak zit natuurlijk alle techniek, waaronder het frame. Lizelotte d’Engelbronner is frame ontwerper. “Ik maak de botten en gewrichten van het skelet. Zorgen dat het pak en ‘piloot’ Koen op elkaar aansluiten”. Omdat het team maar een ‘piloot’ heeft is deze voor hem op maat gemaakt. Na Iedere training geeft de ‘piloot’ feedback op het pak en kan het team daar aanpassingen op maken. De technische studenten hebben daarnaast advies nodig van fysiotherapeuten om de juiste beslissingen te nemen voor het ontwerp. De ‘piloot’ zit nu strakker en hoger in het bovenste gedeelte van het pak waardoor hij automatisch rechter op gaat lopen.

Al die verschillende technieken moeten natuurlijk aangestuurd worden door software. Marco Bak is de software architect van de groep. “De grootste verandering bij de March 8 is gebalanceerd lopen, de computer moet precies kunnen aansturen op balans van het skelet, zodat de botten en gewrichten bewegen hoe wij dat willen.” Zoals een koorddanser voortdurend zijn evenwicht bijstuurt, moet de software van MARCH 8 precies voelen waar het zwaartepunt ligt.

De voorbereiding van de training die middag werd steeds spannender, het pak reageerde namelijk niet op de juiste manier op de software. Achter het bureau, in de praktijkruimte, kwamen steeds meer teamleden kijken wat het probleem was en of ze dit op konden lossen. Alle systemen moeten op het juiste moment worden geactiveerd en met elkaar communiceren. Als dat niet gebeurt blijft het exoskelet helaas ongebruikt in een rek hangen. Na heel wat vertraging en handen in het haar kwam de hard- en software eindelijk op gang en kon de letterlijke en figuurlijke volgende stap gezet worden.
De studenten zijn optimistisch over het halen van de deadline voor de presentatie van hun eindproduct, de achtste versie van hun exoskelet, de MARCH 8. Of het nieuwste exoskelet op tijd klaar is? Dat weet niemand. Maar door de teams die hier elk jaar bezig zijn, is sneller leren lopen of revalideren dichterbij dan gedacht.
Lees ook
Trainen met een exoskelet, er zit veel achter die kleine stapjes