Crossmediale productie – Drieluik deel I

Hoe een gratis bijles stichting de ongelijkheid probeert te keren

De betaalde bijlesmarkt in Nederland groeide de afgelopen tien jaar explosief. Maar er groeit ook een tegenbeweging, van kleine organisaties die bijles voor iedereen een realiteit willen laten zijn.

Bron & Beeld: Dana op het Veld. Links Dana.

Bijna vijfhonderd miljoen euro. Dat is wat Nederlandse ouders jaarlijks uitgeven aan betaalde bijles, huiswerkbegeleiding en examentraining voor hun kinderen, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Tien jaar geleden was dat nog de helft. In 1995 ging het nog om slechts 26 miljoen euro. De bijlesmarkt is booming, maar niet iedereen profiteert. En dat maakt Dana op het Veld boos. En die boosheid maakte haar actief.

Vijf jaar geleden richtte zij samen met twee vriendinnen Stichting WIJs Bijles op in Amsterdam. De aanleiding was simpel en persoonlijk. “We gaven zelf bijles als bijbaantje en merkten dat het altijd bij dezelfde groep terecht kwam”, zegt ze. “Gezinnen die het financieel goed hebben. Terwijl kinderen die het écht nodig hebben, het helemaal niet konden betalen.” De oplossing die ze bedachten was eenvoudig en doeltreffend, wie bij WIJs bijles koopt voor zijn kind, betaalt automatisch mee aan een gratis les voor een kind dat het zich niet kan veroorloven. Eén bijles, twee kansen.

Het model werkt. Inmiddels draait de stichting fulltime, zijn er tientallen bijlesdocenten actief, zowel betaald als vrijwilliger, en groeide de wachtlijst voor gratis bijles zo snel dat WIJs bewust minder reclame maakt. “We willen niet opnieuw een enorme wachtlijst creëren”, legt Op het Veld uit. In Amsterdam is WIJs bijna de enige aanbieder van individuele bijles aan huis voor kinderen die het niet kunnen betalen.

De bijlesmarkt waar WIJs Bijles tegenin werkt, is ondertussen fors gegroeid. Tussen 2017 en 2022 steeg het aantal bijles- en huiswerkbedrijven in Nederland met meer dan zestig procent, tot ruim vijfduizend, blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel die De Groene Amsterdammer analyseerde. Opvallend: onderwijs is in Nederland vrijgesteld van btw, en bijles valt daaronder. Dat maakt de markt aantrekkelijk voor investeerders. De grootste speler, Lyceo, is eigendom van een Belgisch private-equityfonds en heeft tientallen merknamen onder zich, zoals het voormalig concurrerende Studiekring.

Op het Veld werkte zelf als student voor zo’n commercieel bedrijf. Wat haar bijbleef: de verhouding tussen wat ouders betaalden en wat zij als bijlesdocente verdiende. “Ouders betaalden veertig, vijftig euro per uur. Ik kreeg er acht à negen van.” Tarieven die inmiddels verder zijn opgelopen: uit onderzoek van Ouders & Onderwijs en EenVandaag (2024) blijkt dat bijlesbureaus soms tot zestig euro per uur rekenen. Op het Veld begrijpt dat een bedrijf kosten maakt, maar vindt de marges buitensporig. “De CEO van zo’n bedrijf is hier miljardair van geworden, terwijl ik de bijles zat te geven aan kinderen die eigenlijk geen zin hadden, maar van wie de ouders nu eenmaal het geld hadden.”

Dat laatste is precies wat de Inspectie van het Onderwijs al jaren als probleem benoemt. Wie bijles kan betalen, heeft een voorsprong, niet alleen op de leerling die het zich niet kan veroorloven, maar ook op wie het niet eens weet dat bijles bestaat. Voormalig onderwijsminister Mariëlle Paul stelde in 2024 richtlijnen op: scholen mogen geen reclame meer maken voor commerciële bijlesbureaus. Uit hetzelfde onderzoek van Ouders & Onderwijs en EenVandaag bleek echter dat een kwart van de middelbare scholen die regels aan hun laars lapte.

Op het Veld signaleert wel een voorzichtige omslag in de sector. “Zelfs grote commerciële partijen zijn zich bewust geworden dat ze kansenongelijkheid creëren.” Sommige bieden inmiddels gratis plekken aan, maar die worden amper gepromoot. “Je moet als gezin zélf bellen om te vragen of er toevallig gratis plekken zijn. Vanwege schaamte over armoede ga je dat gewoon niet snel doen.” Ze pleit er dan ook voor dat commerciële partijen hun sociale aanbod zichtbaarder maken, of samenwerken met organisaties als WIJs Bijles.

De vraag of bijles überhaupt nodig zou moeten zijn, stelt Op het Veld zichzelf ook. Haar antwoord is helder: in een ideale samenleving niet. “Net zoals een voedselbank in een ideale samenleving niet zou bestaan.” De werkelijke oorzaak van de vraag naar bijles ligt dieper: het lerarentekort, te grote klassen, en een selectiemoment op twaalfjarige leeftijd dat kinderen te vroeg in hokjes duwt. “Juist kinderen met een migratieachtergrond of uit gezinnen met een laag inkomen worden dan structureel onderschat. Die ouders kloppen bij ons aan, maar hoeveel ouders weten niet eens dat bijles een optie is?”

Meer geld naar het onderwijs zou helpen, denkt ze, maar ze is nuchter over de toekomst. “Als de overheid vandaag extra investeert, heb je over tien jaar pas de opgeleide leraren die dat geld ook echt kunnen invullen.” Op de kortere termijn droomt ze van een bijlesmarkt zonder winstoogmerk. “Idealiter mag er in het onderwijs gewoon geen winst meer worden gemaakt.” Het is een ideaal toekomstbeeld, erkent ze zelf. Maar WIJs Bijles bewijst ondertussen alvast dat het ook anders kan: twee kinderen helpen voor de prijs van één.

Bekijk hieronder ook de andere delen van dit drieluik.