Na een aantal jaren daling, komen er weer meer mensen bij de voedselbank
19 juni 2026
Een alleenstaande moeder van twee, doet de boodschappen al maanden bij de voedselbank. Niet omdat ze niet werkt, maar omdat werken alleen niet genoeg is. Ze is geen uitzondering. In 2025 hielpen de Nederlandse voedselbanken weer meer mensen dan het jaar ervoor, na een korte daling in 2024. Wie er nu aanklopt, is voor een groot deel hetzelfde type huishouden als jaren terug: alleenstaanden en eenoudergezinnen. Maar de groep verandert ook. Steeds vaker melden zich werkende mensen, zzp’ers en gepensioneerden.
Dat eenoudergezinnen al jaren oververtegenwoordigd zijn, verbaast lector kinderarmoede Mariëtte Lusse niet. “Het zijn vaak vrouwen die na een scheiding alleen achterblijven met de zorg voor kinderen, en die zorg en werk moeilijk kunnen combineren.” Hoogleraar sociale en fiscale regelgeving, Koen Caminada van de Universiteit Leiden ziet hetzelfde patroon: bij een scheiding valt het tweede inkomen vaak weg, terwijl de kosten nauwelijks dalen. Beiden wijzen ook op een nieuwe groep: werkende armen. Caminada legt uit dat veertig procent van de mensen onder de armoedegrens een baan heeft. Vooral zelfstandigen in de zorg of schoonmaak, die maar een paar dagen per week werken, vallen volgens hem snel onder de grens.
Voor kinderen heeft dit gevolgen die verder gaan dan een lege boodschappentas. Lusse: “Kinderen die te weinig eten, kunnen zich niet concentreren op school. Het is heel slecht voor hun toekomst, omdat ze minder profijt hebben van wat ze leren.” Niet elk kind dat dit nodig heeft, krijgt ook hulp: schoolontbijtprogramma’s bestaan voornamelijk op scholen met veel armoede, terwijl kinderen op andere scholen zich er volgens Lusse juist eenzamer door kunnen voelen.
De cijfers van 2024 en 2025 laten een wisselend beeld zien: eerst een daling, dan weer een stijging. Caminada wijt de daling in 2024 aan een verhoging van het minimumloon en het kindgebonden budget. Maar de stijging van 2025 kan hij niet helemaal verklaren. “Dat zit nog ergens tussen, er is iets aan de hand wat ik nog niet scherp heb, en de voedselbanken zelf ook niet.” Hij vermoedt een soort vertraagd effect: pas later paste de voedselbank haar inkomensnormen aan op de nieuwe regels, waardoor mensen er een jaar later weer wel voor in aanmerking kwamen.
Het meest opvallende cijfer blijft misschien wel dit: meer dan zeventig procent van de mensen in armoede weet de voedselbank niet te vinden. Lusse noemt schaamte en angst als grote drempels. “Een diepgewortelde angst van ouders is dat hun kinderen worden afgenomen als ze laten zien dat ze niet voor ze kunnen zorgen.” Caminada voegt een nuchtere verklaring toe: mensen onderschatten vaak hun eigen recht op hulp, of denken dat hun geldprobleem morgen wel is opgelost. In 2025 bereikte Voedselbanken Nederland 155.600, welk deel dit is van de mensen in armoede leefde vorig jaar is nog niet bekend.
De voorzitter van Voedselbanken Nederland, Henk Staghouwer, benoemt dezelfde problemen als het gaat om mensen bereiken en gaat in op hoe de voedselbank hiermee omgaat. “Mensen durven geen hulp te vragen of weten niet dat ze in aanmerking komen. Hierdoor blijven veel huishoudens onnodig zonder essentiële ondersteuning, terwijl zij juist recht hebben op voedselhulp. Daarom zijn we een aantal jaar geleden gestart met ons programma Onder de Radar waarmee we actief op zoek gaan naar mensen die hulp nodig hebben, maar die nog niet de weg naar een voedselbank gevonden hebben. Een onderdeel van dit programma was de bewustwordingscampagne ‘Ook voor jou’ die we in het voorjaar van 2025 hebben gedaan. Met deze campagne wilden we meer mensen bereiken, drempels verlagen en schaamte rond voedselhulp wegnemen.”
Is de voedselbank daarmee een teken van falend beleid? Caminada relativeert: “In iedere samenleving heb je mensen aan de onderkant. Ik denk dat er altijd een rol is voor de voedselbank.” Lusse is daarin strenger: “De voedselbank is een pleister. Die is nodig zolang er bloed is. Maar het zou structureel niet nodig moeten zijn.”
Dataverantwoording:
Alle data in dit artikel komen uit verschillende jaarcijfers van Voedselbanken Nederland die met elkaar zijn gecombineerd of in een andere en nieuwe deelselectie zijn gebruikt voor dit verhaal. In een van de datavisualisaties is ook data van het CBS toegevoegd om context te scheppen.