
Psychische klachten als onzichtbare barrière voor jong talent op de werkvloer
In de afgelopen tien jaar is het percentage jongvolwassenen met psychische klachten verdubbeld, blijkt uit de Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 van GGD GHOR Nederland en het RIVM. Deze klachten achtervolgen jongvolwassenen tot op de werkvloer. Hoe kun je groeien in je werk als psychische klachten je kansen in de weg staan?
Meer dan de helft van de jongvolwassenen tussen 16 en 25 jaar heeft psychische klachten. Dat bleek uit een grootschalig onderzoek van GGD GHOR Nederland en het RIVM. Opvallend is de explosieve stijging in de afgelopen tien jaar. In 2009 had volgens het Trimbos-instituut ‘slechts’ 22% van de jongvolwassenen last van psychische klachten. Jongvolwassenen met psychische klachten hebben veel moeite met het vinden en behouden van werk door verschillende stigma’s die er heersen, aldus het Trimbos-instituut.
Een onzichtbare muur
Voor jongvolwassenen met psychische klachten vormen stigma’s een grote barrière bij het vinden en behouden van werk. Tijdens sollicitatiegesprekken voelen jongvolwassen met psychische klachten zich genoodzaakt over hun klachten te zwijgen. Dit uit angst dat zij worden afgewezen of beoordeeld op basis van hun klachten in plaats van hun vaardigheden, blijkt uit onderzoek van Evelien Brouwers van Tilburg University. Dit soort stigma’s hebben niet alleen betrekking op het vinden van een baan, maar ook voor het behouden van werk. Jongvolwassenen met psychische klachten zijn vaak bang dat openheid over hun psychische klachten op het werk zal leiden tot discriminatie. Veel werkgevers associëren psychische klachten bij werknemers met negatieve aspecten, aldus Brouwers.
Werkgevers zien werknemers met psychische klachten vaak als minder productief of als een risico vanwege een vermeende grotere kans op terugval of langdurig ziekteverzuim, stelt Brouwers. Dit stigma kan ervoor zorgen dat werknemers minder snel promotie krijgen, omdat hun mentale gezondheid wordt gezien als een risico. Daarbij moet wel gezegd worden dat volgens onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aandoeningen zoals depressie en angststoornissen de productiviteit op de werkvloer inderdaad met 35% verlagen.
In zijn boek: Generatie angststoornis stelt sociaal psycholoog Jonathan Haidt dat “Juist deze stigma’s rondom psychische klachten het probleem zijn, niet de psychische klachten zelf.” De werkgever die niets doet aan het stigma, draagt volgens Haidt bij aan een vicieuze cirkel waarin de psychische klachten alleen maar toenemen. In plaats van het probleem direct aan te pakken kiezen veel werkgevers ervoor om werknemers met mentale klachten te labelen als ‘kwetsbaar’ of ‘niet inzetbaar’, wat het stigma in stand houdt.
De stille crisis
Er zijn meerdere oorzaken voor de sterke toename van psychische klachten onder jongvolwassenen. De coronapandemie speelde hierin een belangrijke rol. Het gebrek aan sociale interactie, de sluiting van scholen en het verlies van structuur leidden tot een verhoogd risico op eenzaamheid en psychische problemen, zoals blijkt uit onderzoek van het RIVM. Voor veel jongvolwassenen versnelde de pandemie de ontwikkeling van bestaande klachten die eerder beheersbaar waren.
Hoewel de coronamaatregelen inmiddels grotendeels zijn opgeheven, blijft het percentage jongvolwassenen met psychische klachten hoog. Dit blijkt onder andere uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 van GGD GHOR Nederland, in samenwerking met het RIVM en het CBS, waarin werd vastgesteld dat de impact van de pandemie nog steeds doorwerkt in het mentale welzijn van deze groep. Het herstel verloopt trager dan verwacht.
Naast de impact van de coronapandemie dragen diverse maatschappelijke factoren bij aan de toename van psychische klachten onder jongvolwassenen. Een belangrijke factor is de toenemende prestatiedruk. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat ruim de helft van de 12- tot 25-jarigen regelmatig druk ervaart om aan hun eigen verwachtingen te voldoen. Jongvolwassenen voelen druk vanuit verschillende bronnen, zoals school, ouders en sociale media. Volgens GGD GHOR Nederland ervaren jongeren stress door ‘hoge verwachtingen en drukke agenda’s’, waarbij school als grootste stressfactor wordt genoemd. Deze druk om te presteren kan leiden tot stress, angst en onzekerheid.

Ook de opkomst van sociale media speelt een cruciale rol. Jongvolwassenen zien op sociale media onrealistische idealen die ze willen nastreven. “Ze voelen zich vaak minderwaardig wanneer ze zich vergelijken met de perfect samengestelde beelden van anderen en er ontstaat een gevoel van Fear of missing out (FOMO)”, ofwel de angst om iets te missen wat anderen wel meemaken, stelt psycholoog Mareike Uithol. Onderzoek van het Trimbos-instituut bevestigt dat prestatiedruk, gecombineerd met de druk die sociale media kunnen veroorzaken, bijdraagt aan gevoelens van angst, onzekerheid en depressie. “Enige mate van onzekerheid bij jongvolwassenen is normaal. Ze zijn bezig met het vormen van hun identiteit. Dat brengt altijd angsten en onzekerheden met zich mee. Maar het wordt problematisch zodra deze onzekerheid vanwege maatschappelijke factoren overslaat in stress en angst waardoor er geen stappen meer gezet worden in de ontwikkeling”, vertelt Jolien Dopmeijer van het Trimbos-instituut.
Van taboe naar toegankelijkheid
Hoewel de openheid en dialoog over mentale gezondheid in de samenleving toenemen, mede door initiatieven zoals de campagne #ikbenOpen van GGZ, die mentale gezondheid bespreekbaar maakt door middel van het delen van een ‘imperfecte cirkel’ op social media, blijft de werkvloer een plek waar nog veel taboes heersen over dit onderwerp. “Het verlagen van drempels en vooroordelen over dit thema op de werkvloer is essentieel”, aldus Uithol. “Werkgevers kunnen, soms onbedoeld, bijdragen aan het stigma door te weinig ruimte te bieden voor gesprekken over mentale gezondheid. De drempel kan verlaagd worden door een open communicatiecultuur te creëren waarin mentale gezondheid besproken wordt zónder stigma, bijvoorbeeld door regelmatig teamgesprekken te houden waarin mentale gezondheid wordt besproken als ‘normaal’ onderwerp”.
In de kiem gesmoord
Echter is het verlagen van de drempels en vooroordelen op de werkvloer volgens Uithol lang niet genoeg om de psychische klachten onder jongvolwassen te verminderen. “Preventie begint al veel eerder. Scholen moeten meer aandacht besteden aan mentale gezondheid” stelt Uithol. “Door kinderen te leren hoe ze met hun emoties om moeten gaan en hoe ze op een gezonde manier stress kunnen managen, kunnen scholen bijdragen aan het voorkomen van mentale problemen.”
Verder spelen scholen volgens Uithol een belangrijke rol bij het bevorderen van sociale interactie. “Het stimuleren van sociale interactie en activiteiten kan een positieve invloed hebben op mentale gezondheid. Jongeren voelen zich dan verbonden met anderen wat het risico op eenzaamheid verminderd, een belangrijke oorzaak van mentale klachten. Scholen kunnen hieraan bijdragen door buitenschoolse activiteiten te organiseren of te promoten.”
Ook ouders spelen volgens Uithol een fundamentele rol in het ondersteunen van de mentale gezondheid van hun kinderen. Jong geleerd, jongvolwassen gedaan. “Open communicatie over stress en mentale gezondheid is van cruciaal belang. Ouders moeten het normaliseren om over mentale gezondheid te praten, zodat jongeren zich veilig voelen om hun zorgen en gevoelens te delen zonder angst voor oordeel”, aldus Uithol.
De laatste drempel
Het percentage jongvolwassen met psychische klachten is in de laatste tien jaar verdubbeld en er zijn geen concrete aanwijzingen dat dit percentage de komende periode zal afnemen. Veel jongvolwassenen met psychische klachten ervaren stigma’s rondom het vinden en behouden van werk. Door de taboes rondom mentale gezondheid op de werkvloer te doorbreken en het onderwerp bespreekbaar te maken kan de carrièrebarriere voor jongvolwassenen met psychische klachten doorbroeken worden.
Dataverantwoording
De data is afkomstig uit de Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022, een gezamenlijke enquete uitgevoerd door GGD GHOR Nederland en het RIVM. De data werd verzameld via een landelijke enquête die in 2022 is afgenomen onder 70.000 jongvolwassenen tussen de 16 en 25 jaar. Jongvolwassenen werden gevraagd naar verschillende onderwerpen als fysieke gezondheid, mentale gezondheid, eenzaamheid en stress. Een mogelijke beperking van de betrouwbaarheid is dat de data gebaseerd is op zelfrapportage. Dit kan leiden tot vertekeningen, bijvoorbeeld als deelnemers hun klachten niet volledig eerlijk rapporteren. Echter, door het grote aantal deelnemers (70.000), wordt deze beperking deels gecompenseerd en is de dataset representatief voor de Nederlandse jongvolwassenenpopulatie.