Het is maart als de scholen vanwege corona moeten sluiten. Kinderen komen thuis te zitten. Ze kunnen niet meer sporten, niet naar school en ook hun vriendjes zien ze voorlopig niet. Alhoewel, via het gamen houden ze toch contact. Maar als kinderen zoveel kunnen gamen, groeit de kans op een gameverslaving dan ook?

 “Je merkt dat families echt behoefte hebben aan een vertrouwingspersoon. Iemand die hen kan helpen. Toen het coronavirus uitbrak, mocht ik niet meer langs komen door de richtlijnen”, begint zegt Sandra van Boekel. Zij is gezinscoach en komt zelf regelmatig in aanraking met gameverslaafden.

“Normaal spreek je elkaar één of twee keer in de week en zie je hoe het met iemand gaat. Nu moest ik het doen via skypegesprekken. Die interactie is toch heel anders. Je merkt dat sommige ouders radeloos werden. Dat doet mij pijn. Daarom ben ik heel blij dat ik weer naar deze families toe mag. Natuurlijk wel met de nodige maatregelen.”

Ze legt uit wat er precies verwacht wordt van een gezinscoach. “Als gezinscoach help je families die te maken hebben met bepaalde problemen. Dat kan van alles zijn. Ik ga samen met die familie opzoek naar een oplossing. In het geval van een verslaafde probeer je bijvoorbeeld het gesprek tussen ouders en kind te organiseren. Als gezinscoach ben je er echt voor iedereen uit de familie. Vaak werk je een aantal maanden samen in de hoop dat de hele familie er sterker uitkomt.”

Iemand die zelf te maken kreeg met een gameverslaving is de nu 24-jarige Victor van Rossum. Hij zet zich in om gameverslaving bespreekbaar te maken. Voor hem was gamen een toevlucht naar een wereld waar hij zichzelf kon zijn en geen last ondervond van de problemen in de echte wereld.

‘Het virus hoeft niet meteen gevaarlijk te zijn’

Door het uitbreken van het coronavirus worden kinderen beperkt in hun doen en laten. Thuis achter de computer of PlayStation kruipen is erg verleidelijk. Toch ziet Kamps het nog niet als een probleem. “Wij zien dat er tijdens corona veel meer gegamed wordt. Dat lijkt me ook logisch. Mensen zitten thuis en hebben tijd over. Dat hoeft niet direct een probleem te zijn. Maar we hebben wel ouders aan de telefoon gehad waarvan hun kind meer is gaan gamen. Dan zeggen wij dat het niet erg is. Laat die kinderen zich maar vermaken. Tenzij het leidt tot problemen. Als het kind bijvoorbeeld helemaal niet meer aan de eettafel komt.”

“Wat ik mij kan voorstellen is wanneer omstandigheden veranderen dat het gedrag van mensen zich ook aanpast. Dus is het goed om dat in de gaten te blijven houden. En ook in coronatijd afspraken maken met je kind over het gamen helpt”, luidt het advies van Kamps.

Van Rossum vindt het lastig om te zeggen of er meer gameverslaafden bij zullen komen door het coronavirus. In zijn blog schrijft hij: “Het zal iets zijn wat we in de toekomst zullen zien. Zodra alle verantwoordelijkheden weer terugkomen; dan zullen we zien wie er moeilijk terug in het ritme van het dagelijks leven komt. Wie games begint te prioriteren ten opzichte van andere zaken. Dan pas zien we wie zich nou echt kan verliezen in games.”

Cijfers lastig vindbaar

Gamen is vooral populair onder jongeren. Het Trimbos-instituut zegt dat 87% van de jongeren op het basisonderwijs en 68% op het voorgezet onderwijs gamet. Het instituut herkent daarin drie typen gamers. De incidentiele gamer, de hobbygamer en de risicogamer. Bij die laatste groep is er sprake van problematisch gedrag. Zij ondervinden door het vele gamen hinder in hun dagelijks leven.

Maar het is lastig te zeggen hoeveel mensen precies te maken hebben met een gameverslaving. Het Landelijk Alcohol en Drugs Informatiesysteem (LADIS) hield tot en met 2015 publiekelijk bij hoeveel mensen een hulpaanvraag deden vanwege een gameverslaving. Maar vanaf 2016 gebeurt dat niet meer vanwege veranderingen in de nieuwe privacy regelgeving. De verzamelde gegevens van het LADIS zouden volgens de Autoriteit Persoonsgegevens vallen onder persoonsgegevens en mogen daarom niet meer openbaar worden.

Hieronder in de tabel is het aantal hulpaanvragen van mensen met een gameverslaving te zien van 2009 tot en met 2015.

Discussie over erkenning WHO

Sinds 2018 erkent de Wereldgezondheidsorganisatie een gameverslaving als officiële verslaving. Van Rossum is daar erg blij mee. “Ik vind het vervelend dat er overal labeltjes aan geplakt worden. Maar soms besef ik me dat er labels nodig zijn om er iets aan te doen. Mensen worden minder goed geholpen als er geen label is. Door te zeggen dat iemand een gameverslaving heeft, kan deze persoon beter begrepen worden.”

Toch ontstond er discussie over de erkenning van het WHO. Leonie Kamps legt uit waarom er mensen binnen het Trimbos-instituut moeite hadden met de erkenning. “Gamen op zich is niet schadelijk. Vergelijk je het met een alcoholverslaving, dan is het gedrag schadelijk. Je krijgt stoffen binnen die niet goed voor je lichaam zijn. Bij gamen is dat niet zo. Alleen in bepaalde omstandigheden kan het schadelijk voor je zijn.”

“De kritiek die wij hebben is dat door de erkenning er een stigma kan komen te liggen op gamers. Vaak is dat ook een generatiekloof. Ouders begrijpen niet wat hun kind aan het doen is. En andersom vindt het kind het misschien ook wel moeilijk om dat uit te leggen. Vaak is het conflict over het gamen iets wat van beide kanten komt. Door die erkenning kan er een stigma ontstaan over gamers”, aldus Kamps.