De boekenclub – Recensie I

Camping: op vakantie met je problemen

In Camping weet Maartje Wortel een interessante sfeer te creëren van een diverse groep mensen die, met elk hun eigen reden, een plekje op de camping innemen.
Na een onverwachte gebeurtenis besluit Victorien een camping over te nemen van twee zussen, die ermee instemmen onder de voorwaarde dat ze in het huis op het terrein mogen blijven wonen. De camping wordt al snel een toevluchtsoord voor een stel uiteenlopende figuren: een jongen met een uitlaatservice, een klimaatvluchteling, een crimineel die zijn organisatie runt vanuit een caravan, een beroemdheid op de vlucht voor de roddelpers, een militair met PTSS en een jonge vader met relatieproblemen. Wat voor de één een vakantie is, is voor de ander een noodzakelijke ontsnapping. De campinggasten hebben in principe niets met elkaar te maken, maar zijn toch op een bepaalde manier tot elkaar veroordeeld.

De ontwikkeling van de karakters in dit boek blijft beperkt. Er wordt weinig inzicht gegeven in hun innerlijke belevingswereld, waardoor de lezer moeite heeft om een echte band op te bouwen met de hoofdpersonen. Dit zorgt ervoor dat het moeilijk is om als lezer mee te leven met hun worstelingen of emoties. In plaats daarvan is de lezer een toeschouwer van hun ongemakkelijke ‘vakantie’, zonder veel verbinding met hun innerlijke conflicten.

Toch biedt de openheid van Camping de ruimte voor interpretatie, waardoor de lezer wordt uitgenodigd tot verder nadenken. De openheid zorgt bijna voor een gevoel van onvolledigheid, vol vragen waar je het antwoord op wilt hebben.
Het boek voelt bijna als een verhalenbundel, in elk verhaal staat een ander personage centraal. Deze verhalenbundel vormt samen een interessant opgebouwde, boeiende roman.
Wortel laat zien hoe mensen vooral met zichzelf en hun eigen problematiek bezig zijn, zonder oog te hebben wat er voor of na hen gebeurt. Dit wordt in de roman geïllustreerd door de lege, dorre plek die elke campinggast achterlaat zodra zij vertrekken. Een afdruk waar de volgende campinggast zonder blikken of blozen zijn tent weer overheen zet. Met deze beeldspraak weet Wortel subtiele kritiek op het egoïsme en individualisme van mensen te geven, dit maakt haar werk niet enkel boeiend om te lezen, maar ook confronterend.

Maartje Wortel is een auteur die bekendstaat om haar luchtige en vlotte schrijfstijl. Deze past goed samen met haar soms wat cynische, grappige ondertoon.
‘Hij vond het sowieso grappig dat veel mensen hun vakantietijd gebruikten om het slechter te hebben dan thuis. Lekker ontspannen, noemden ze dat. Durfden ze dat te noemen, maar goed, Bilal had weinig zin om daar woorden aan vuil te maken. Ieder zijn ding. Misschien konden ze een dagje ruilen met wat types in Ter Apel.’
Met deze komische stijl die vooral bestaat uit korte zinnen schroomt Wortel zich ook niet om wat zwaardere maatschappelijke thema’s aan te snijden, zoals de vluchtelingencrisis.

Wat Camping uiteindelijk biedt, is geen kant-en-klaar antwoord, maar wel een spannend en prikkelend mysterie. Het daagt de lezer uit om verder te kijken dan de oppervlakte van het verhaal. Dat maakt het boek, ondanks de afstandelijke karakters, de moeite waard. Het is een verhaal dat blijft hangen en uitnodigt tot verder nadenken over maatschappelijke thema’s, maar ook jezelf.