
Bron: Linda Valkeman
‘Ik spreek eigenlijk nooit af op Teams, eigenlijk op die andere hoe heet die ook alweer?’ Zoom? ‘Ja die ja! Hier doet mijn camera het niet, zullen we even switchen naar die andere?’ Na wat geduld te hebben verschijnt Linda op beeld, de verbinding met Ghana is gelukt. ‘Internet is een challenge, ik zit nu op mijn hotspot. En mijn airpods ben ik ook kwijt, dus gebruik nu een weird KLM setje oortjes.’ Hoe gaat het met je? ‘Een beetje overwhelmed, daily life hier is echt een uitdaging, alles is een hustle in Accra.’
Linda Valkeman is twee jaar geleden permanent verhuisd naar Accra, de hoofdstad van Ghana. En met een goede reden. Accra huisvest de grootste tweedehands kleding markt van het land, de befaamde Kantamanto Market. ‘Deze markt is sustainable, nog voordat dit een stickerterm werd. Het is het meest duurzame retail ecosysteem in de hele wereld.’ Vanuit de hele wereld worden balen vol ‘afdank’ kleding verscheept naar Accra, om hier op de Kantamanto Market verkocht te worden voor een bescheiden winstmarge. Te midden van deze markt werkt Valkeman. Een schijnbaar uitputtende baan, maar is het wel de moeite waard?
Valkeman werkt voor het bedrijf The Or Foundation, een bedrijf met als missie om alternatieven te ontwikkelen voor de dominante fashion industrie. In hun eigen woorden: ‘Alternatieven die ecologische welvaart voortbrengen, in tegenstelling tot vernietiging.’ Die vernietiging doelt op de veranderende fashionindustrie door de groeiende fast fashion wereld. Fast fashion is kleding van een matige kwaliteit, maar die wel betaalbaar is en door een productieproces in rap tempo kan inspringen op de laatste modetrends.
‘Er is volgens mij geen andere retail hub die zoveel kledingstukken recycles of upcycles in de tijdspan van een dag of een week. Ongeveer 25 miljoen kledingstukken per maand worden hier gerecycled.’ Door de grote overvloed aan kleding op het moment in de wereld, barst de markt op vele plekken uit diens voegen, ongeveer 40% van de binnengekomen kleding eindigt direct als afval. Kantamanto fungeert als voorlaatste halte in de levenscyclus van een kledingstuk. De laatste halte? De goot, of het strand, of illegale dumpplekken in nabijgelegen wijken. ‘De afvalbeheerfaciliteiten kunnen niet omgaan met de capaciteiten. We doen wel clean ups, maar deze voelen performatief, symbolisch.’

Bron: Linda Valkeman

Bron: Linda Valkeman
De kleren die in Accra op de markt binnenkomen, komen zoals gezegd van over de hele wereld, dus ook vanuit Nederland. ‘Mensen zijn niet bewust van wat er gebeurd als zij kleren doneren. De ideologie is dat het wordt gegeven aan de arme mensen in nood, maar hier ontbreekt de transparantie. Daar zit nog veel groei.’ De transparantie ontbreekt over het proces ná het doneren, want volgens Valkeman zit daar het probleem. ‘Na het inzamelen verschuift Nederland het probleem. De hopen kleding worden uitbesteed aan andere landen, bijvoorbeeld Bulgarije.’ Hier wordt de kleding wederom gesorteerd. En wat hier niet bruikbaar is wordt weer in grote balen gestopt en afgescheept naar onder andere Accra. ‘Er zijn nog veel plekken, buiten Accra, die écht de humanitaire behoefte hebben aan kleding. Dus veel van die balen komen goed terecht.’ Alleen niet alle binnengekomen kleding vormen een oplossing.
Door de groeiende fast fashion industrie worden het steeds grotere aantallen, van steeds lagere kwaliteit. En niet enkel dat vormt een probleem. ‘Het is niet alleen kleding wat wordt geëxporteerd, maar ook een visuele cultuur waarmee een andere cultuur wordt onderdrukt. En in die zin, naar mijn mening, is de kledingexport het meest gewelddadig. De mensen hier hebben er niet voor gekozen toch? Onderdrukking gaat over het ontbreken van een keuze. En op die manier blijf je neokoloniale effecten zien.’ Volgens Valkeman is de oplegging van de Westerse kledingcultuur een groot probleem. ‘Het is een oneerlijke strijd tegenover lokale Afrikaanse kleding en lokale designers. Er is bijna geen ruimte voor een Afrikaanse fashion scène.’

Bron: Lieke Mobach
Gethrifte outfits op Kantamanto Market
Bron: Juls&Edwin @theorfoundation
Ondanks deze problemen is er dankzij de Kantamanto Market een bloeiende tweedehands kledingcultuur ontstaan. ‘Ik zie Kantamanto Market echt als een healing journey. Het kan misschien wel de healing journey zijn die fashion nodig heeft om te overleven.’ Jonge designers vinden hun kleding op de markt, om deze om te vormen naar nieuwe eigen ontworpen kleding, voor hun eigen kledingcollecties. ‘Er wordt heel veel geupcycled op de markt, en dat is waar wij met The OR Foundation bij helpen.’ Het bedrijf is begonnen met de ‘No More Fast Fashion Lab’. ‘Dat is eigenlijk de kern van wat wij doen. Dat was het beginpunt.’
Het lab werd opgericht in 2021, in wezen is het een gemeenschapscentrum en een circulariteitslab. Het lab is er voor twee doeleinden, het eerste doel is materiaaltransformatie. Ze zijn op zoek naar innovatieve manieren om textielafval om te zetten naar nieuwe materialen. Nummer twee is meer gericht op de gemeenschap, door aan de hand van trainingssessies, debatten en voorlichtingen mensen te leren over duurzaamheid en circulariteit. Daarnaast is er ook veel training voor jonge designers, en dat is waar Valkeman te vinden is.
Bij The OR Foundation werkt ze als ‘Community Business Incubater’. ‘We zijn bezig met het implementeren van een nieuwe infrastructuur voor upcycling-ontwerpers, en te ontwikkelen hoe zij internationaal kunnen groeien. Want wie bepaalt de waarde in fashion? Ik begeleid de designers in hun creatieve proces, en in het opzetten van creatieve bedrijven. Maar ook in het begrijpen van het ecosysteem rondom de markt, want Kantamanto is een plek om te overleven. Er is hier geen infrastructuur of systeem wat jonge designers begeleid, het is een hustle. Het is geen traditioneel fashion systeem. Ik help ze zoeken naar een authentiek alternatief pad. En dat brengt mij hoop.’

Bron: Linda Valkeman
Licht aan het einde van de tunnel is niet iets wat Valkeman zoekt. ‘Ik heb geen hoop meer dat het consumptieniveau in deze wereld ooit gaat slinken. En hoop is het laatste dat ooit verloren gaat.’ Door in Accra te wonen en te werken kan ze zich focussen op hetgeen waar ze wél impact op kan hebben. ‘Ik moet echt focussen op het micro perspectief. Op de verandering die ik om mij heen zie. Dat is wel hoopvol voor mij, want ik zie de daadwerkelijke veranderingen in de levens hier. Maar als ik te veel ga focussen op het macroperspectief trek ik het niet. Ik bedoel het macroperspectief van de hele wereld is totally fucked, om echt eerlijk te zijn. Ik weet dat ik geïnformeerd moet zijn van het macroplaatje om het microplaatje te begrijpen. Alleen ik kan niet langer te gefocust zijn daarop, want dat neemt mijn vermogen weg om mijn werk te doen hier. De hele wereld maakt mij gewoon soms heel hopeloos.’
Valkeman kan wel inzien dat er een groeiend bewustzijn is, en dat er wel degelijk impact wordt gemaakt. ‘Ik zie dat er wel degelijk een macro impact is, maar we zijn aan het vechten tegen een kapitalistische kracht dat wordt gerund door de meest machthebbende mensen in de wereld. En er zijn zoveel mensen die hun ogen sluiten hiervoor.’ Door in Accra te wonen kan ze begrijpen wat er gebeurt, en niet simpel haar hoofd wegdraaien en het probleem proberen te vergeten. Op de vraag of deze baan de moeite waard is, antwoorde Valkeman: ‘Ik wil dingen zien, en mij levend voelen, en verbonden voelen met wat er speelt in de wereld. Ik sprak van de week iemand aan de telefoon en toen zei ik: ‘I’d rather be in the mess than creating the mess abroad.”





