Jong, vrouw en in de politiek: ‘Het geeft mij vuur.’

Al meer dan een eeuw geleden, in 1917 kreeg de vrouw het passieve kiesrecht: het recht om gekozen te worden. In die meer dan honderd jaar is er relatief weinig veranderd, want waar meer dan de helft van de Nederlandse bevolking vrouw is, is maar slechts 36 procent van de lokale politiek dat.  Voor veel vrouwen, en vooral jonge vrouwen, is de politiek ingaan niet een gemakkelijke keuze, wetende hoeveel barrières en hindernissen er op de baan liggen. Vrouwen zijn op elke laag van de politiek, lokaal en nationaal, nog steeds ondervertegenwoordigd. Brengen de aankomende Gemeenteraadsverkiezingen van maart daar verandering in? Als het aan Lili ligt wel, maar dat wist ze 15 jaar geleden ook al.

Lili Slotboom, al vroeg wist ze haar antwoord op de vraag: wat wil je worden? Politicus. En de eerste stappen zijn gezet. Want aankomende gemeenteraadsverkiezingen staat Lili als lid van de PVDA op de kandidatenlijst. Een kinderdroom komt langzaam uit

Lili groeide op in Utrecht, in een naar haar zeggen chaos gezin, en met twee zussen was het altijd een gezellige vrouwenbende.‘Iedereen bij ons thuis is best wel aanwezig, en als wij met z’n allen aan tafel zitten, dan is het ook echt hard door elkaar heen praten, maar wel altijd vanuit enthousiasme.’ Aan die tafel werd stilletjes de politieke basis gelegd, niet alleen in discussies voeren, maar ook in meningen onderbouwen en gedegen gesprekken voeren. ‘Als ik iets voor elkaar wilde krijgen,’ bijvoorbeeld een puppy toen ze jonger was, ‘dan was het wel van oké, kom maar met een argumentatie en neem ons maar mee in waarom je dat wilt, maak maar een presentatie.’

Al enige tijd is Slotboom bezig met de politiek. Vaak werd ze kwaad over hoe de wereld in elkaar zit, en waarom bepaalde dingen zo ongelijk zijn, dus in een verwoede poging om de machtsstructuren van de wereld te begrijpen is ze politicologie aan de Universiteit van Amsterdam gaan studeren. ‘Als je er meer over leert, dan kun je die kennis ook weer inzetten om de wereld iets beter te maken.’  Tijdens die studie kwam ze terecht bij Feminer, een organisatie die zich inzet voor gendergelijke werkvloeren. Deze omgeving was voor Lili een goede prikkeling om zich verder in te zetten voor onder andere vrouwen. ‘Ik denk dat de stem van vrouwen te weinig gehoord wordt in machtsposities, dus niet alleen in de politiek, maar sowieso in topposities. Er is nog heel veel winst te behalen om het voor vrouwen fijner, veiliger, maar ook gendergelijker te maken.’  Na haar studie bleef de politiek aanlokken, ze kwam terecht bij de Eerste Kamerfractie van GroenLinks-PvdA en verzorgt daar de communicatie. Daarnaast werkt ze ook als campagnestrateeg bij Meute, om toch de politiek te combineren met creativiteit.

Als een Amsterdammer dus deze maart het stemhokje induikt en kijkt naar plek 19 van de PVDA Amsterdam, vind je daar de naam Lili Slotboom. Een, in haar eigen woorden, import-Amsterdammer, maar juist die reden geeft haar vertrouwen dat ze zich goed in kan zetten voor de stad: ‘Ik denk juist dat als je hier niet je hele leven woont, zie je ook weer hele andere dingen en waardeer je de stad op een andere manier.’

Plek 19

Lili Slotboom is campagnestrateeg bij Meute en communicatiemedewerker bij de Eerste Kamerfractie GroenLinks-PvdA. Ze is energiek en gedreven met een sterke maatschappelijke betrokkenheid en diep geloof in het verdedigen van de democratie. Al sinds jonge leeftijd zet ze zich in voor een inclusieve samenleving. Met haar idealisme en bevlogenheid brengt ze nieuwe energie en scherpte mee. (Bron: PVDA-Amsterdam kieslijst)

De ondervertegenwoordiging van vrouwen in de politiek, en daarbij ook de grote aanwezigheid van mannen, heeft verschillende gevolgen. Vooral voor de ambitie van meisjes, en het vertrouwen in de politiek, is het van belang dat er herkenning zit in de politiek. Gelijken terug zien op een positie wat jij wellicht ook wilt bereiken, zorgt voor een hoger zelfvertrouwen.

Maar om die voorbeeldrol te kunnen vervullen, lopen vrouwen dus vaak al hun leven tegen verscheidene barrières aan, soms zichtbaar en soms minder zichtbaar. Uit een rapport van de Alliantie Politica blijkt dat die barrières op te delen zijn in drie categorieën: de sociale en culturele barrières, politieke barrières en kennis- en informatiebarrières. Slotboom, als verse nieuwkomer in de politieke wereld, ziet en ervaart deze obstakels ook

Bij sociale en culturele barrières ligt de focus op onze samenleving, en de rol die gender daarin speelt. Vrouwen krijgen vaak bij de geboorte al een bak genderrollen over zicht uitgestort. Denk bijvoorbeeld aan traditionele eigenschappen dat vrouwen lief en zacht zijn. Eigenschappen die niet gelijk in verband worden gebracht met de politiek, laat staan met leiderschap. Dit ziet Lili ook vaak voorbij komen: ‘Het heeft ook te maken met wat we zien als kwaliteit, wat zien we als leiderschap? Al dat soort dingen zijn ook nog best wel bepalend in hoe die rolverdeling uiteindelijk is, en hoe wij dus gender meenemen in onze afweging of we iemand een capabele wethouder vinden of niet.’

De politiek wordt vaak neergezet als een harde wereld, waar het altijd draait om conflict en concurrentie. Dit zorgt bij vrouwen vaak voor een afzwakking van motivatie. Wat ook een rol speelt is de bescheidenheid bij vrouwen, want vrouwen stellen zich hierdoor vaak minder snel kandidaat dan mannen. Dit is een eigenschap die aangeleerd wordt bij gender-socialisatie, die storting van genderrollen bij de geboorte. Vrouwen ervaren, blijkbaar vaker dan mannen, minder politiek zelfvertrouwen, denken dat ze de politiek minder goed begrijpen en ook minder goed een actieve rol kunnen spelen. Even voor duidelijkheid, dit zijn zelfbeelden en niet per se de realiteit. Slotboom ervaarde ook soort gelijke gevoelens, en zag het politieke klimaat niet als iets heel aantrekkelijks om zelf onderdeel van te zijn: ‘Er zat dan een bepaald gevoel bij van, ja, wat ga ik hier precies aan bijdragen? En dat zit nog steeds in mij, een soort impostersyndroom. En ik denk dat veel vrouwen daar ook last van hebben. Maar je gaat gewoon niet op een dag wakker worden en denken, ik ben er helemaal voor geknipt en ik heb er nooit meer onzekerheid over.’ Naast Slotboom staan er nog 7 vrouwen op de kandidaatslijst, ‘Ik denk dat dit in de basis ook wel wat zegt over dat mannen sneller geneigd zijn om zich aan te melden dan vrouwen, en dat is natuurlijk wel jammer.’

De talloze stereotypen, toegeschreven eigenschappen en de bedenkingen rond de rol van de vrouw in de samenleving vormen samen een grote barrière in het politieke opstarten van vrouwen.

Als ik kijk naar de manieren waarop er met vrouwen wordt omgegaan in de politiek, en wat ze af en toe over zich heen krijgen, denk ik wel bewuster na over of ik dit echt wil, en heb ik daar zin in? Dat is voor heel veel vrouwen ook wel echt een reden om het niet te doen, wat intens zonde is.’ De manier waarop de politiek zelf georganiseerd is legt de basis van de politieke barrières. Om te beginnen zijn vooral mannen lid van politieke partijen. Deze leden vormen vaak de enige vijver waaruit gevist wordt voor allerlei politieke functies.

Een andere barrière is de harde politieke cultuur, waar vrouwen zich vaak niet welkom of gezien voelen. Er is vaak sprake van geweld, zowel offline, denk maar terug aan de hooivork bij Sigrid Kaag, als online. Na onderzoek van de Groene Amsterdammer en de Utrecht Data School bleek dat tien procent van alle tweets gericht aan de vrouwelijke politici bevatte agressie. ‘Het wordt vrouwen ook zo niet aantrekkelijk gemaakt om zich politiek in te zetten. Het is zoveel lastiger door die online haat die vrouwen erbij krijgen.’ Het is een extra bordje om hoog te houden en mee te dealen. Het onderzoeksrapport ‘Ga aardappelen schillen, of zoiets’ van Atria en Ipsos benadrukt dat vrouwelijke politici frequenter last hebben van online agressie, en daar ook vaker de gevolgen van voelen. Zo ervaart bijna de helft van de vrouwen online agressie, tegenover een derde van de mannen. En laat die agressie 35% van de vrouwen nadenken over of en hoe ze nog sociale media willen gebruiken.

Het Nederlandse systeem is wel weer goed ingericht omdat de vrouwen die op de lijst staan, relatief makkelijk verkozen kunnen worden. Dit komt door de evenredige vertegenwoordiging in onze democratie: alle uitgebrachte stemmen dragen bij aan het resultaat. Ook mogen de verkiezingslijsten heel lang zijn, waardoor er meer ruimte is voor de vrouw. En natuurlijk de voorkeursstemmen, handig voor de vrouwen op ‘onverkiesbare’ plekken. Ook voor Slotboom wordt het campagnevoeren voor voorkeurstemmen, maar vooral campagne voeren voor de partij: ‘Ik sta niet op een concrete, verkiesbare plek’, als vrouwenhekkensluiter op plek 19, ‘dus de campagne voelt groter en breder. Ik wil sterk gaan staan met de vrouwen en elkaar pushen, en zorgen dat we elkaar versterken.’

Door de onwelkom ervaren politieke cultuur vallen vrouwelijke raadsleden vaker en sneller uit. Deze uitval komt vooral voor bij jonge vrouwen. Met name de werkcultuur is hier een belangrijke factor, maar ook de combinatie van zorgtaken, werk en de politiek. Zelfs als vierentwintig jarige moet Lili nu al nadenken over of dit carrièrepad wel handig is, ‘ik wil gewoon op een gegeven moment graag moeder worden, en ik weet ook wel dat je als vrouw daar hard op afgerekend wordt,’ als je eenmaal een gezin hebt, ‘en ook als je hoort wat voor haat er bij komt kijken, weet ik niet of ik mijn gezin daarmee in gevaar wil brengen of alleen al mee belasten. Vrouwen worden daar heel erg op aangekeken, politicus zijn en moeder zijn: hoe doe je dat? Maar aan de andere kant vind ik het juist ook heel mooi als het wel goed lukt om het naast elkaar te laten bestaan, gezin en politiek.’ Waar de ene twintiger nog een carrièrepad moet kiezen, is Lili al bezig of haar carrière wel goed is voor haar wellicht toekomstige kids.

Kennis- en informatiebarrières komen neer op het feit dat vrouwen nog te weinig toegang hebben tot juiste informatie, netwerken en vooral rolmodellen. Een tekort aan kennis maakt de politiek niet alleen onduidelijk en intimiderend, voor zowel jonge vrouwen als jonge mannen, maar maakt het zetten van concrete stappen ook ingewikkelder. Want, waar begin je? En wie kan je leiden in die zoektocht? Door grotere aantallen vrouwen terug te zien in de politiek, wordt de kans verhoogt dat jonge vrouwen ook politieke ambities ontwikkelen.

Bij de vraag of haar aanwezigheid in de politiek een positieve bijdrage is voor het vertrouwen van vrouwen, klaart Lili’s gezicht op: ‘Ik denk dat het heel erg kan helpen als je representatie hebt van een jonge vrouw, je deelt niet altijd concreet dezelfde ervaringen, maar ik kan mij wel makkelijker verplaatsen in dingen die andere vrouwen ingewikkeld vinden. Het gaat ook gewoon echt om het feit dat je benaderbaar bent. Als ik stem op een jonge vrouw, dan heb ik ook eerder het gevoel dat ik haar kan benaderen als ik iets belangrijk vind. Of überhaupt zou denken ‘met jou kan ik koffie drinken’ vind ik een belangrijke politieke factor. Ik hoop zo dat ik dat vertrouwen kan overbrengen.’

Een groot barrière is het gemis van rolmodellen, het aantal politiek aanwezige vrouwen stijgt gestaag maar traag, Slotboom hoopt daar aan bij te kunnen dragen. Het gebrek aan netwerk vind Lili voor zichzelf terug in haar eigen partij, ‘ik vind het erg fijn om mij te omringen met ambitieuze vrouwen, en dat we allemaal hetzelfde doel delen. We kunnen veel van elkaar leren, en het voelt wel alsof we een blok vormen tegen de uitdagingen die we als vrouwen tegenkomen. Ik hoop dat wij daar andere vrouwen mee kunnen inspireren.’ Een oplossing voor het gebrek kan volgens Slotboom komen in de vorm van mentorschap: ‘Ik denk dat we elkaar kunnen versterken, en investeren in het leren van elkaar.’

Deze barrières spreiden zich uit over een heel politiek leven. Van jonge meiden die leren wat de politiek is, tot vrouwen die willen strijden voor een gelijkere verdeling van zorgtaken. Hoezeer Lili deze obstakels ook ervaart en ziet om zich heen houdt het haar niet tegen. ‘Ik vind het eigenlijk aanmoedigend. In de basis is het verdrietig, absoluut, en ik zou het doodgraag anders willen zien, maar het geeft mij juist een vuur om dingen te veranderen.’