
Elke maandag hetzelfde rondje
Anne Mieke staat al te wachten op de hoek van de Westerstraat, precies in het zonnetje, voor een kleine speelgoedwinkel. Haar jas hangt open, haar gezicht naar de zon. Na dagen van grijs en regen lijkt de stad collectief te hebben besloten dat het genoeg is geweest. Mensen zijn buiten en zichtbaar vrolijk.
Op straat is het druk. Mensen lopen met koffiebekers in hun handen, zonnebrillen op, jassen halfopen. Er wordt weer gekeken, gekletst, stilgestaan. De eerste echte lentedag van het jaar hangt voelbaar in de lucht.
“Lekker hè,” zegt Anne Mieke terwijl ik op haar afloop. Ze komt hier al tien jaar, elke maandag. Een rondje Noordermarkt. In die tijd heeft ze haar eigen ritme gevonden. Haar vaste route, haar vaste kramen, haar vaste mensen. De markt is voor haar geen plek om iets te kopen, maar om even te zijn. Al komt ze zelden met lege handen thuis.
We beginnen bij de speelgoedwinkel. ‘’Hier ga ik heel vaak even rondsnuffelen,’’ zegt ze. Binnen is het warm en het staat vol met speelgoed. Blikken autootjes, houten treintjes, kleine objecten die bewegen, tikken en draaien. “Hier koop ik altijd kaartjes, voor mijn kaartenverzameling,” zegt Anne Mieke terwijl ze bij de kaartenrek staat met allemaal gekker kaartjes. Achter de toonbank kijkt de verkoopster op. “Je ziet er goed uit!” roept ze meteen. Anne Mieke lacht. “Het is nu te druk om te kletsen,” zegt de vrouw, terwijl ze zich alweer naar een andere klant draait. “Maar we spreken elkaar snel.”
Buiten is de Westerstraat inmiddels voller geworden. Fietsers laveren tussen wandelaars door, mensen blijven staan om even te kijken, anderen bewegen langzaam richting de markt. Een groepje toeristen probeert de juiste kant op te lopen, terwijl een man met een bakfiets erlangs schuift. Alles beweegt door elkaar heen, zonder duidelijke richting. “Kom,” zegt Annemiek, “we gaan even naar Maureen.”
De Noordermarkt opent zich langzaam. De kramen staan dicht op elkaar, een lappendeken van spullen: servies, kleding, sieraden, oude boeken, schilderijen, dozen vol kleine objecten zonder duidelijke functie. De groenteman roept zijn aanbiedingen de markt over. Zijn stem snijdt door het geroezemoes heen. “Twee voor drie euro! Verse aardbeien.
De geur van koffie, vers brood en iets zoets hangt tussen de kramen. Mensen lopen langzaam, kijken, voelen, pakken iets op en leggen het weer terug. Jong en oud, Amsterdammers en toeristen, alles loopt door elkaar heen. Sommige mensen weten precies waar ze heen gaan, anderen dwalen.


Bij Maureen is het druk. Haar kraam ligt vol met vintage spullen: schilderijen, sjaaltjes, kleine objecten die allemaal een vorig leven lijken te hebben gehad. Anne Mieke pakt een Japans schilderij op. Twee naakte vrouwen, zacht geschilderd. “Oh, dit is wel pikant,” zegt ze. Maureen kijkt op en lacht. “Ja, spannend hè! Ik heb nog mooiere thuis liggen. Zal ik de volgende keer voor je meenemen. Wil er eigenlijk nog meer scoren. Moet ik wel even mijn best doen bij de veiling.”
Anne Mieke vraagt of ze al naar die tentoonstelling is geweest die ze de vorige keer had getipt. “Ik heb echt geen tijd,” zegt Maureen. “Snel gaan,” zegt Annemiek. “Voor het alweer voorbij is.”
Ondertussen heeft Anne Mieke twee sjaaltjes uitgezocht. Ze wrijft de stof tussen haar vingers. “Voor hoeveel?” vraagt ze. Maureen kijkt bedenkelijk en noemt een prijs die lager klinkt dan verwacht. “Vriendenprijsje,” zegt ze met een knipoog.
Even later, als we weglopen, zegt Anne Mieke: “Ik support haar graag. De verkopers hebben het niet makkelijk.”
We lopen verder, langs kramen met stapels kleding. Jassen hangen dicht op elkaar, broeken liggen opgevouwen, rekken schuiven heen en weer als mensen ertussen zoeken. Bij een kraam blijft Annemiek staan. De kraam van Rendy en Deborah met hippe dameskleding. “Wel lekker broekje dit,” zegt ze, terwijl ze er één uit het rek trekt. Een blauwe met een rekbare stof. “Heb je het nodig?” vraag ik. Ze kijkt er even naar. “Nee. Ik heb geen kleding meer nodig. Maar leuk is het wel.”
Rendy, de verkoper, ziet het gebeuren en komt erbij staan. Hij voelt de stof, knikt, zegt iets over de pasvorm. Voor ze het weet heeft Rendy haar al overtuigd en rekent de broek af. ‘’Is hij wel goed in’’
“Het is wel rustig hè,” zegt Anne Mieke tegen Deborah, die erbij komt staan. “Ja,” zegt Deborah. “In tijden niet zo rustig gehad.” Ik kijk vol verbazing om mij heen naar de drukke Noordermarkt.
We lopen door naar een kraam met servies. Glanzende kopjes, borden met fijne patronen, schalen in zachte kleuren. Het licht weerkaatst op het porselein.
“Ik ga bijna naar Japan,” zegt Anne Mieke. “Dus ik kijk nu alleen nog maar naar Japans servies. Hoef ik het daar niet meer te kopen,” zegt ze lachend.
Ze begint te zoeken tussen de spullen. Even later pakt ze een oud telefoonboek op. Dik, vergeeld, de kaft licht beschadigd. Ze pakt het op en slaat het open. Bladzijde na bladzijde vol namen, adressen, telefoonnummers. Ze bladert langzaam, alsof ze door een verleden gaat dat niet van haar is. “Dit vind ik altijd een beetje zielig,” zegt ze. “Al die namen… zo privé. En nu ligt het hier.”
We lopen verder. De markt wordt drukker. Mensen staan dichter op elkaar, moeten soms even wachten om langs een kraam te kunnen. Iemand anders lacht hard om iets wat net gezegd is. Een hond trekt aan de lijn.
Bij een sieradenkraam wordt Anne Mieke opnieuw begroet door de vrouw vanachter de kraam. Een kraampje vol met verschillende sieraden. “Ik heb nog kettinkjes gemaakt,” zegt de vrouw. “Moest aan je denken.” En ze wijst naar een schattig kralenkettinkje.
Anne Mieke glimlacht. “Ja, die draag ik veel.”
Bij de laatste kraam blijft ze nog even hangen. Sjaaltjes, op een stapel gegooid.
“Drie voor vijf euro,” staat erop. Ze pakt er een paar op, houdt ze tegen haar jas.
“Zal ik dit doen?” zegt ze. Ze kijkt nog een keer en twijfelt. “Ik zie geen andere leuke.” Ze legt ze terug.
We lopen de markt af. De terrasjes zitten vol, mensen staan buiten, praten, lachen, drinken koffie. De zon staat nog steeds laag maar fel genoeg om iedereen naar buiten te trekken. ‘’Tijd voor appeltaart’’, zegt Anne Mieke. Bij Papeneiland zien we nog een heerlijk plekje in de zon. We gaan zitten op een krukje, tegen een gevel aan. Voor ons rijdt het verkeer langzaam voorbij. Mensen lopen langs, met tassen vol spullen die ze hebben gekocht. De appeltaart wordt gebracht. Een dikke punt, nog een beetje warm, met een royale toef slagroom. De koffie dampend ernaast.
“Dit hoort er wel bij,” zegt Anne Mieke. ‘’De lekkerste appeltaart van Amsterdam.’’
Na een tijdje staat Anne Mieke op. Haar tas iets voller dan toen we begonnen.
“Dat was ‘m weer,” zegt ze. Ze neemt afscheid. Haar rondje zit erop. Zoals elke maandag.
Volgende week weer.
De Noordermarkt
De Noordermarkt, gelegen in de Amsterdamse Jordaan, kent een lange en gelaagde geschiedenis die teruggaat tot het begin van de zeventiende eeuw. In 1616 werd het plein aangelegd onder de naam Prinsenmarkt, in een periode waarin de stad snel uitbreidde. Enkele jaren later, in 1623, kreeg het plein zijn huidige naam na de bouw van de Noorderkerk, die nog altijd het middelpunt van de markt vormt.
Al vroeg ontwikkelde de Noordermarkt zich tot een plek van handel. In de zeventiende eeuw vond hier een levendige handel plaats in tweedehands goederen, textiel en gebruiksvoorwerpen. De markt trok vooral arbeiders en buurtbewoners, die er betaalbare spullen konden kopen of verkopen. Daarmee kreeg de markt al snel een uitgesproken volkskarakter.
In de negentiende eeuw werd de markt verder geformaliseerd en groeide uit tot een vaste weekmarkt. De handel breidde zich uit en de Noordermarkt werd een belangrijk economisch en sociaal knooppunt in de buurt. Ook in de twintigste eeuw bleef de markt bestaan, zelfs in moeilijke tijden. Tijdens de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog bleef de markt functioneren als plek waar mensen betaalbare goederen konden vinden.
Vandaag de dag is de Noordermarkt nog steeds een levendige markt, maar met een ander karakter. Naast de traditionele handel in tweedehands spullen is er nu ook ruimte voor biologische producten, antiek en ambachtelijke waren. De markt trekt een breed publiek: van buurtbewoners tot toeristen. Ondanks deze veranderingen blijft de kern hetzelfde: een plek waar handel, ontmoeting en dagelijks leven samenkomen, zoals dat al bijna vier eeuwen het geval is.