OnAir

Selecteer Pagina

Laaggeletterdheid: Waar ligt de verantwoordelijkheid voor ontlezing?

Laaggeletterdheid: Waar ligt de verantwoordelijkheid voor ontlezing?

Een brief vanuit de gemeente begrijpen, je financiën regelen een sollicitatieformulier invullen. Voor veel mensen zijn dit redelijk simpele en vanzelfsprekende taken. Voor ongeveer 3 miljoen Nederlanders tussen de 16 en 75 jaar oud is dat niet zo. Zij hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Digitale vaardigheden zijn ook een probleem.

Laaggeletterdheid is meer dan alleen moeite hebben met een boek lezen maar levert ook problemen op in je dagelijkse leven. Tegelijkertijd neemt de leesvaardigheid onder de jongeren af. De week van lezen en schrijven, die loopt van 8 t/m 15 september, vraagt daarom extra aandacht voor basisvaardigheden. Maar hoe moet dat probleem opgelost worden en wie is daar verantwoordelijk voor? Scholen, ouders of de maatschappij zelf?

Volgens Anke van Lankvelt, docent Nederlands op het Montessori College Nijmegen, ligt de verantwoordelijkheid verder dan bij alleen de scholen. ‘Als iemand moeite heeft met de Nederlandse taal wordt er snel naar de scholen gekeken’, vertelt ze. Scholen proberen leerlingen wel degelijk meer te laten lezen en schrijven, maar volgens Van Lankvelt is onderwijs maar een deel van de oplossing.Ook thuis speelt een grote rol. ‘Er zijn genoeg kinderen die thuis een hele boekenkast gevuld hebben maar er helemaal niks mee doen. En hoe vaak zij hun ouders zien lezen speelt ook mee. Kinderen nemen hun leesgedrag vanuit hun omgeving mee.’

Daarbij ligt er ook een verantwoordelijkheid bij de samenleving. Overheidsbrieven, websites, instructieformulieren en andere informatieve teksten moeten begrijpelijk zijn voor iedereen. Laaggeletterdheid is vaak ook onzichtbaar, mensen schamen zich er namelijk snel voor en durven daardoor geen hulp bij taal te vragen.

Van Lankvelt vat het bondig samen: ‘Een blinde vlek in de samenleving, is natuurlijk ook een  blinde vlek in het onderwijs. De verantwoordelijkheid van ontlezing wat kan lijden tot laaggeletterdheid ligt daarom niet maar bij één partij. Scholen kunnen lees en taalvaardigheid stimuleren en ouders kunnen thuis het voorbeeld geven. De samenleving moet er voor zorgen dat algemene informatie toegankelijk blijft. Samen kan er voorkomen worden dat moeite met taal uitgroeit tot een probleem wat mensen belemmert om volledig mee te doen.

 

 

 

 

 

 

 

Over de auteur

Ole Laenen

• Ole Laenen (2005) is student Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Zijn interesses liggen vooral bij sport, politiek en regionaal nieuws. Zijn doel is dan ook om later als journalist van Viaplay te zijn langs het voetbalveld te staan of in de studio te zitten. Hij produceert momenteel nieuws in regio Nieuwegein. • Contact • E-mail: ole.laenen@student.hu.nl