OnAir

Selecteer Pagina

Wooncrisis: waarom verandert er zo weinig?

Wooncrisis: waarom verandert er zo weinig?

Nederland heeft al jaren te maken met een tekort aan woningen. Eind 2025 waren er ruim 8,3 miljoen woningen, maar volgens een modelmatige raming van ABF Research, in opdracht van het ministerie, waren er bijna 400.000 woningen te weinig. Het tekort bedroeg daarmee ongeveer 4,8 procent van de woningvoorraad. Tegelijkertijd groeit het aantal huishoudens en blijven huren en koopprijzen hoog. Het CBS constateert dat de woningvoorraad wel groeit, maar de vraag niet kan bijbenen.

Dat tekort is een belangrijke reden waarom mensen protesteren. Vooral starters en mensen met een lager of middeninkomen hebben moeite om een betaalbare woning te vinden. Ook in de sociale huursector zijn de wachttijden lang. Het ministerie van Volkshuisvesting schrijft dat deze wachttijden op veel plaatsen inmiddels oplopen tot meer dan tien jaar.

Toch wordt er wel degelijk gebouwd. Woningcorporaties realiseerden in 2024 bijna 23.000 nieuwe woningen. Voor 2025 werd gerekend op ongeveer 25.000. Het Rijk, gemeenten en corporaties hebben afgesproken om uiteindelijk jaarlijks 30.000 nieuwe sociale huurwoningen te bouwen.

Waarom is het probleem dan nog steeds zo groot?

Volgens de Autoriteit woningcorporaties komt de nieuwbouw nog altijd te langzaam op gang. Daarvoor zijn verschillende oorzaken: er moeten voldoende bouwlocaties beschikbaar zijn, grondprijzen moeten betaalbaar blijven en corporaties moeten genoeg financiële ruimte hebben om te investeren.

Die financiële ruimte staat bovendien onder druk. Uit een doorrekening van 2026 blijkt dat woningcorporaties tot 2034 een tekort van 19,4 miljard euro hebben om alle afgesproken investeringen in nieuwbouw, onderhoud en verduurzaming te kunnen uitvoeren. Zonder maatregelen kunnen zij hun ambities niet volledig waarmaken.

De overheid probeert daarom meer regie te nemen. Sinds 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting van kracht. Daarmee kunnen Rijk, provincies en gemeenten sterker sturen op waar, hoeveel en voor wie er wordt gebouwd. Twee derde van de nieuwe woningen moet betaalbaar zijn en 30 procent van de nieuwbouw moet uit sociale huur bestaan. Ook moeten procedures worden versneld.

Maar die maatregelen hebben tijd nodig. De overheid wil de bouw versnellen, terwijl corporaties aangeven dat daarvoor ook voldoende geld en bouwlocaties nodig zijn. Ondertussen blijft het tekort bestaan.

Over de auteur

Bastiaan Foppen

Mijn naam is Bastiaan Foppen (2007). Ik studeer journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Mijn interesses liggen bij maatschappelijke thema's en sport.