AI is inmiddels niet meer weg te denken uit het onderwijs. Steeds meer leerlingen en studenten gebruiken ChatGPT en andere AI-tools voor hun school- en studiewerk. Maar wanneer is AI een handige hulp en wanneer neemt het juist het denkwerk over? Mieke Nijbroek, docent op een middelbare school, merkt dat leerlingen AI volgens haar ‘super vaak’ gebruiken. Vooral bij huiswerk ziet ze dat leerlingen AI inzetten. Ze merkt het onder andere aan de woordenschat en zinnen die leerlingen gebruiken. Soms schrijven ze ineens opvallend nette zinnen met woorden die helemaal niet passen bij hun normale taalgebruik. Wanneer Nijbroek vervolgens doorvraagt naar wat een leerling precies bedoelt, loopt diegene soms vast. Toch is Nijbroek niet tegen het gebruik van AI. Volgens haar kan AI juist een goede sparringpartner zijn. Leerlingen kunnen het bijvoorbeeld gebruiken om zich voor te bereiden op een toets, extra uitleg te krijgen of oefenvragen te maken. Het probleem ontstaat volgens haar wanneer leerlingen een volledige opdracht in AI zetten en het antwoord vervolgens zonder kritisch na te denken overnemen. Nijbroek ziet daardoor ook gevolgen voor de vaardigheden van leerlingen. Vooral op het gebied van formuleren merkt ze problemen. Volgens haar kunnen AI-gebruik en een afnemende lees- en schrijfvaardigheid elkaar versterken. Maar hoe kijken studenten zelf naar het gebruik van AI? Gebruiken zij het vooral als hulpmiddel, of laten ze steeds meer werk door AI overnemen? En wat vindt een AI-expert van de manier waarop jongeren deze technologie gebruiken? Daarover sprak verslaggeefster Pien van Faassen met student Joni Bodaan en AI-expert Olivier de Groot.