Humor is voor iedereen anders, de grens voor humor ligt niet vast. Deze grens wordt voortdurend opnieuw bepaald. Sommige cabaretiers klagen over censuur, andere vragen zich af welke grappen gemaakt kunnen worden en welke grappen als kwetsend ervaren kunnen worden.
In sommige gevallen kunnen grappen een vol theater laten beven. Grappen kunnen ook voor verontwaardiging leiden. Dit bleek in maar 2026, toen cabaretier Rogier Kahlmann kritiek kreeg op zijn grappen over femicide. Theaters schrapten optredens van Kahlmann. De cabaretier verdedigde zich met het argument dat satire ver mag gaan. Nabestaanden van slachtoffers vertelde dat dit soort grappen pijnlijk en kwetsend waren. Die discussie laat zien dat artistieke vrijheid en maatschappelijke kwesties wel eens met elkaar botsen.
Maatschappelijke gevoeligheid betekent niet automatisch dat alles verboden is. Humoronderzoeker Dick Zijp stelde in 2026 bij NPO Radio 1 dat het idee dat tegenwoordig niets meer mag, overdreven is. Humor verandert mee met de tijd: wat vroeger vanzelfsprekend leek, kan nu anders worden ontvangen.
De uitdaging voor cabaretiers is daarom niet simpelweg om minder gewaagd te zijn. Het gaat erom waar de grap op gericht is, welke context erbij hoort en wie er het mikpunt van wordt. Een taboe doorbreken kan maatschappelijke kritiek opleveren, maar ook bestaande vooroordelen versterken.
De vraag is dus niet alleen welke grappen nog mogen, maar ook wat ze blootleggen. Juist wanneer humor schuurt, wordt zichtbaar welke normen een samenleving wil behouden en welke ze ter discussie durft te stellen.
Bastiaan Foppen ging de straat op voor de mening van studenten in Utrecht.
