Nederlandse journalisten, schrijvers en vertalers zeggen dat Meta hun werk zonder toestemming gebruikt om AI-modellen te trainen. Zij willen daarvoor een vergoeding en meer zeggenschap over het gebruik van hun teksten. Het conflict tussen de makers en het techbedrijf loopt inmiddels al maanden.
De kwestie kwam in februari in een stroomversnelling. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Auteursbond en Stichting Lira stuurden Meta op 27 februari een sommatie. Daarin eisten de organisaties dat Meta stopt met het gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk uit illegale databronnen voor het trainen van AI-modellen. Ook wilden ze met het bedrijf in gesprek over een regeling voor het gebruik van teksten.
Volgens de drie organisaties gebruikt Meta onder meer materiaal uit zogenoemde ‘shadow libraries’. Dat zijn online verzamelingen waarin grote hoeveelheden auteursrechtelijk beschermde boeken en andere teksten zonder toestemming zijn opgeslagen en verspreid. De organisaties stellen dat Meta dit materiaal heeft gebruikt bij de ontwikkeling van zijn AI-modellen.
De kwestie blijkt bovendien niet alleen bij een kleine groep makers te spelen. Toen de NVJ en de Auteursbond makers opriepen om te controleren of hun werk voorkwam in bekende AI-datasets, kwamen er volgens de organisaties meer dan zeshonderd reacties binnen van journalisten, schrijvers en vertalers. Zij willen daarom niet alleen individuele makers helpen, maar een collectieve regeling voor het gebruik van hun werk door AI-bedrijven.
Volgens de NVJ, Lira en de Auteursbond bood Meta na de sommatie geen opening voor een gesprek. Daarom wordt gewerkt aan een collectieve juridische procedure. De organisaties willen daarbij afspraken over drie punten: een eerlijke vergoeding, zeggenschap over het gebruik van teksten en transparantie over welke werken worden gebruikt.
De discussie draait daarmee niet alleen om de vraag of AI gebruikmaakt van bestaand werk, maar ook om de voorwaarden waaronder dat gebeurt. Voor de makers staat daarbij de vraag centraal wie mag bepalen wat er met hun teksten gebeurt en wie daarvan profiteert.
