Voetbal wordt vaak als dé sport gezien om mensen bij elkaar te brengen. Maar steeds vaker gaat het mis op de voetbalvelden. Zo liep het afgelopen weekend voor de 2e keer in 3 weken tijd volledig uit de hand bij een wedstrijd van amateurclub Ijsselmeervogels. En Ijsselmeervogels is lang niet de enige club die last heeft van geweld op en rond het veld. Begint het probleem van agressie langs de velden niet al veel eerder? Terwijl jeugdspelers op het veld voetballen, kijken ouders fanatiek mee. Hoeveel invloed hebben ouders langs de zijlijn eigenlijk echt op hun kinderen? En hoe gaan clubs met dit soort ouders om?
Agressie op de amateurvelden is niet nieuw. Toch meldt de KNVB dat er afgelopen seizoen een stijging is in het aantal zware tuchtzaken van 1.058 gevallen naar 1.193. Onder zware tuchtzaken vallen onder andere langdurige schorsingen voor spelers en uitsluiting van clubs. Maar waar begint deze agressie eigenlijk? Volgens sportpedagoog Erik Boot ligt dat vooral aan de druk die ouders aan hun kinderen meegeven. “Als de opvoeding al is ingesteld op presteren op school maar ook op het voetbalveld, krijgen kinderen veel meer druk met zich mee. Daardoor ontstaat er vanaf de zijlijn veel negativiteit als er wat mis gaat en dat kan teleurstelling oproepen bij sommige ouders.”
En Boot is niet de enige. Uit onderzoek van EenVandaag blijkt dat 68% van de voetballers, trainers en scheidsrechters vindt dat agressie begint bij ‘fanatieke’ ouders. Volgens Boot moeten ouders stoppen met de plek van de trainer innemen. “Trainers houden zich bezig met het tactische gedeelte. Als ouders zich daarmee gaan bemoeien krijg je allemaal trainers die gaan schreeuwen naar die kinderen. Een ouder moet juist positief zijn.” Boot vindt niet dat ouders helemaal geweerd hoeven worden van het voetbalveld. “Ouders kunnen juist heel goed hun kind stimuleren maar wel op een andere manier. Er moet iets veranderd worden in de mentaliteit.”
En die veranderingen moeten beginnen bij de clubs. “Clubs moeten hun mentaliteit verzetten naar meer plezier en minder kijken naar het winnen. Ook moeten ouders geleerd worden hoe zij positief kunnen bijdragen aan het plezier in het voetbal. Uiteindelijk willen we allemaal dat onze kinderen plezier hebben.”