“In de huidige tijd zou de God van het Oude Testament voor het Internationaal Strafhof worden gesleept.” Dat zegt cabaretier Herman Finkers in een interview met KRO-NCRV van 13 oktober 2026. Finkers werkte vijf jaar aan een Twentse vertaling van de Bijbel en kwam daarbij verhalen tegen die vragen oproepen over religie, geweld en de normen van nu. Klopt zijn vergelijking juridisch gezien?
De Bijbel is ook onderdeel van de Nederlandse en Europese cultuurgeschiedenis, maar bevat passages waarin op grote schaal geweld wordt beschreven, waaronder het vernietigen van bevolkingsgroepen. Om de uitspraak te controleren, moet een moreel oordeel worden onderscheiden van een juridische beoordeling: dat iets vanuit hedendaagse opvattingen over mensenrechten onaanvaardbaar lijkt, betekent niet automatisch dat het een misdrijf is. Daarom toets ik concrete passages aan de criteria voor internationale misdrijven.
Geweld in het Oude Testament
Genesis 6:7. God zegt: “Ik zal de mensen die Ik geschapen heb van de aarde wegvagen” (NBV21). In Genesis 7 vernietigt de zondvloed vrijwel al het leven, behalve Noach, zijn familie en de dieren in de ark (Genesis 6–9).
1 Samuel 15:3. Koning Saul krijgt de opdracht de Amalekieten aan te vallen: “Dood iedereen, mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen.” Ook het vee wordt genoemd. Het bevel beperkt zich dus niet tot strijders, maar noemt uitdrukkelijk ook kinderen en zuigelingen als doelwit (1 Samuel 15:3).
De eerste passage beschrijft de vernietiging van vrijwel de hele mensheid, de tweede het bevel een specifieke bevolkingsgroep uit te roeien.
Wanneer is iets een internationaal misdrijf?
Volgens het Statuut van Rome heeft het Internationaal Strafhof rechtsmacht over vier categorieën: genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en agressie. Het Hof vervolgt individuele personen, niet staten of groepen als zodanig (Internationaal Strafhof).
Genocide: de bedoeling hebben een nationale, etnische, raciale of religieuze groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Het gaat dus ook om het doel, niet alleen om het aantal doden.
Misdrijven tegen de menselijkheid: ernstige misdrijven zoals moord of uitroeiing, als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval op een burgerbevolking.
Oorlogsmisdrijven: ernstige schendingen van de regels tijdens een gewapend conflict.
Welke categorie van toepassing is, hangt af van de omstandigheden. Volgens de uitleg van het Openbaar Ministerie over internationale misdrijven valt niet ieder gewelddadig optreden automatisch onder een van deze categorieën.
Zouden deze handelingen genocide kunnen zijn?
Voor deze factcheck beschouw ik God als een mens: zouden de handelingen die de Bijbel aan God toeschrijft strafbaar zijn als een mens ze vandaag uitvoerde?
De zondvloed is een extreem voorbeeld van grootschalig geweld, maar niet automatisch genocide. De definitie beschermt specifieke groepen; de mensheid als geheel valt daar niet vanzelfsprekend onder. Het opzettelijk doden van grote aantallen burgers kan wel aanleiding geven tot onderzoek naar andere internationale misdrijven.
Bij 1 Samuel 15:3 is het bevel concreter: een specifieke bevolkingsgroep, inclusief vrouwen, kinderen en zuigelingen. Als een menselijke leider dat vandaag zou bevelen en laten uitvoeren, is er serieuze aanleiding om genocide te onderzoeken. Dan moet worden vastgesteld of de groep onder de wettelijke definitie valt en of de leider haar geheel of gedeeltelijk wilde vernietigen.
Strafrechtadvocaat W.J. Ausma is daar in het interview dat ik met hem hield stellig over. Op de vraag of de handelingen onder genocide vallen, antwoordde hij: ‘Ja, dat valt absoluut onder genocide.’ Over het verschil tussen de zondvloed en het doden van een specifieke groep zei hij: ‘Het zijn allemaal mensen die door het Hof in bescherming zullen worden genomen.’
Een kanttekening: Ausma beoordeelt geen concrete zaak met een volledig dossier, maar reageert op de verhalen die ik hem voorlegde. Voor een zorgvuldige beoordeling zijn de precieze feiten, omstandigheden en het bewijs nodig, plus de specifieke intentie om een beschermde groep te vernietigen. Zijn reactie is dus een inschatting, geen definitieve vaststelling. Ze laat wel zien waarom Finkers’ vergelijking serieus genomen moet worden: een leider die vandaag opdracht geeft een bevolkingsgroep inclusief kinderen te vernietigen, kan worden onderzocht en mogelijk vervolgd. ‘Deze teksten zouden nu inderdaad niet door de beugel gekund hebben’, aldus Ausma.
Hoe moeten de Bijbelverhalen worden geïnterpreteerd?
In een artikel van de EO, ‘Wat moet ik met genocides in opdracht van God?’, bespreekt Henk Jan Kamsteeg het boek The Bible Tells Me So van theoloog Peter Enns. Daarin komt de visie aan bod dat Bijbelverhalen niet alleen als letterlijke historische verslagen gelezen kunnen worden, maar ook iets vertellen over hoe mensen in de oudheid God en hun wereld begrepen.
Geweld in oude teksten wordt vaak verklaard vanuit de tijd waarin ze ontstonden. Dat helpt om ze te begrijpen, maar kan ertoe leiden dat we minder stilstaan bij de ernst van wat er staat. Dat een heel volk, inclusief vrouwen en kinderen, moet worden gedood, is geen detail. Vergelijkbaar geweld nemen we nu serieus en toetsen we aan het internationaal recht, ook bij leiders die geweld tegen bevolkingsgroepen goedpraten of ertoe oproepen. Daarom is het relevant de passages langs dezelfde maatstaven te leggen, los van hun religieuze betekenis.
Het Internationaal Strafhof
Het Hof is in beginsel alleen bevoegd voor misdrijven die op of na 1 juli 2002 zijn gepleegd, en alleen als ook aan andere voorwaarden is voldaan. De Bijbelse gebeurtenissen vallen als gebeurtenissen uit het verleden dus buiten de bevoegdheid van het ICC.
Voor deze factcheck kijk ik echter naar wat er zou gebeuren als iemand vandaag dezelfde opdrachten gaf en uitvoerde. Een leider die opdracht geeft een heel volk, inclusief vrouwen en kinderen, uit te moorden, geeft reden om genocide of een ander internationaal misdrijf te onderzoeken, vooral bij de opdracht de Amalekieten uit te roeien. Volgens het Statuut van Rome moet dan onder meer worden aangetoond dat de bedoeling bestond een beschermde groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Of iemand voor het ICC kan worden vervolgd, hangt ook af van de bevoegdheid van het Hof en het bewijs. Een onderzoek betekent niet automatisch dat iemand schuldig is.
Oordeel: juist
De uitspraak van Herman Finkers is juridisch gezien juist, als we de Bijbelverhalen letterlijk nemen en ervan uitgaan dat een menselijke leider vandaag dezelfde handelingen zou uitvoeren. De moordpartijen zouden aanleiding kunnen geven tot onderzoek naar internationale misdrijven en mogelijk tot vervolging voor het ICC, vooral de opdracht om de Amalekieten te doden. Ausma noemt de handelingen stellig genocide. Dat ondersteunt dat de passages juridisch serieus genomen moeten worden, al is het een afzonderlijke vraag of in beide gevallen aan alle voorwaarden voor genocide wordt voldaan.
Finkers zegt dat God voor het Strafhof zou worden gesleept, niet dat hij automatisch veroordeeld zou worden. Voor vervolging gelden voorwaarden en is voldoende bewijs nodig; een veroordeling vereist dat de schuld volgens de geldende regels wordt vastgesteld. Letterlijk genomen is het dus aannemelijk dat zulke handelingen tot een juridische procedure zouden leiden. De kern van Finkers’ uitspraak houdt daarmee stand, al staat een veroordeling niet vast.
Geschreven door Do Pieren