Foto: Tim Lutters
Geschreven door: Tim Lutters
Aleksandr Vedenev (28) vluchtte vier jaar geleden vanuit het Russische Tobolsk naar Nederland. Toen hij werd opgeroepen voor het militaire keuringscentrum, besefte hij dat de oorlog in Oekraïne ook voor hem dichtbij kwam. Hij wilde geen deel uitmaken van Poetins oorlogsmachine en vertrok. In Nederland kreeg hij niet alleen veiligheid, maar ook ruimte om een deel van zichzelf te ontdekken dat hij in Rusland moest verbergen: zijn seksualiteit.
“De omgeving in Rusland is erg onderdrukkend”, vertelt hij. Homoseksualiteit werd volgens hem vaak spottend en neerbuigend besproken. “Je moet die gedachten en ideeën echt onderdrukken.”Aleksandr heeft zijn ouders nooit rechtstreeks verteld dat hij op mannen valt. Toch weet zijn vader inmiddels dat dit zo is, al was dat niet de bedoeling. “Als ik ergens hulp bij nodig heb, vraag ik vaak mijn vader om hulp. Ook als het om mijn verblijfstatus gaat.”
Vorig jaar had Aleksandr een gesprek met de IND. “Daarin heb ik benoemd dat mijn geaardheid een reden is om niet terug te willen keren naar Rusland.” De inhoud van dat gesprek werd gedocumenteerd. Aleksandr was vergeten dat zijn vader in het document kon lezen waarom hij niet terug wilde “Zo kwam mijn vader er per ongeluk achter.” Inmiddels heeft Aleksandr een betere relatie met zijn vader. Binnen de familie blijft het echter een onderwerp waar niet over wordt gesproken. “Ik heb het er met ma via de telefoon nog nooit over gehad. Ik weet dat zij het niet zou accepteren.”
In Nederland ontmoette hij openlijk homoseksuele mensen en werd hij zelfs verliefd op een man. Zo leerde hij begrijpen wat zijn gevoelens voor hem betekenden. “Gewoon de mogelijkheid om jezelf te uiten, daar open over te zijn en veel minder stigma te voelen”, zegt hij over het verschil met Rusland.
Die ontdekking was niet vanzelfsprekend. Aleksandr worstelde met zelfhaat en moest leren zijn gevoelens te accepteren.
Iedereen verdient de vrijheid om zichzelf te zijn
Frank Vos, jarenlang voorzitter van de Zaanse Regenboog en mede-initiatiefnemer van Zaan Pride, ziet die verandering vaker bij queer vluchtelingen. Samen met anderen organiseert hij bijeenkomsten en activiteiten op COA-opvanglocaties. “Je ziet regelmatig dat mensen een beetje verlegen zijn. En na een paar maanden zie je dat ze zich ontwikkelen”, zegt Vos. “Dat ze merken dat ze zichzelf kunnen zijn en erover kunnen praten.”
Een opvanglocatie is echter niet altijd veilig voor queer vluchtelingen. Vluchtelingen kunnen zich eenzaam voelen en mensen tegenkomen die weinig begrip hebben voor hun seksualiteit. Bovendien blijft open praten moeilijk voor wie jarenlang bang was voor vervolging. Vos vindt daarom dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn. “Als dat in je eigen land niet mogelijk is, omdat je wordt vervolgd, dan hoop je dat er een ander land is waar dat wél kan. In dit geval is dat Nederland.”
Frank Vos blijft bijeenkomsten organiseren waarbij queer vluchtelingen zoals Aleksandr open kunnen zijn over hun seksualiteit. Hij benadrukt dat er voor iedereen plaats moet zijn om open te zijn over je gevoel. “Ik wil mezelf kunnen zijn, jij wilt jezelf kunnen zijn. En dat geldt net zo goed voor een queer vluchteling.”
Luister hier naar een audioreportage over Aleksandr Vedenev, gemaakt door Tim Lutters: