Spotlight

Selecteer Pagina

Factcheck: ‘Is de homoacceptatie onder jongeren bijna gehalveerd?’

Factcheck: ‘Is de homoacceptatie onder jongeren bijna gehalveerd?’

Nieuwe cijfers laten zien dat jongeren minder positief tegenover homoseksualiteit staan. Maar betekent dit ook dat de homoacceptatie bijna is gehalveerd?

Claim

De homoacceptatie onder jongens in Nederland is tussen 2021 en 2025 bijna gehalveerd.

Oorsprong claim

Afgelopen september kwamen nieuwe cijfers naar buiten over hoe Nederlandse jongeren tegenover homoseksualiteit staan. Naar aanleiding hiervan sprak actrice Victoria Koblenko bij Goedemorgen Nederland haar zorgen uit. ‘Alles waar decennialang voor gevochten is, waar Nederland wereldwijd beroemd om was, om onze tolerantie, dat zien we nu gewoon de helft minder worden in deze cijfers’, zei Koblenko.

Ze verwijst hiermee naar het nieuwe HBSC-onderzoek 2025. Hierin is te zien dat het percentage jongens met een positieve houding tegenover homoseksualiteit flink is gedaald. Maar betekent deze daling ook dat de homoacceptatie onder jongens echt bijna is gehalveerd?

Wat zeggen de cijfers?

Het HBSC-onderzoek 2025 wordt uitgevoerd door de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut. Het is een breed onderzoek naar de gezondheid en het welzijn van jongeren in Nederland. Homoseksualiteit is dus maar een klein onderdeel van het hele onderzoek.

Sinds 2009 worden jongeren gevraagd naar hoe zij tegenover homoseksualiteit staan. Uit de nieuwste cijfers blijkt dat in 2021 nog ongeveer 40 procent van de jongens een positieve houding tegenover homoseksualiteit had. In 2025 is dit nog maar 22 procent.

Als je alleen naar deze cijfers kijkt, lijkt de uitspraak van Koblenko te kloppen. De daling van 40 naar 22 procent betekent dat het percentage met 45 procent is afgenomen. Dat is dus bijna een halvering.

Toch is er nog een belangrijke vraag: betekent een ‘positieve houding tegenover homoseksualiteit’ ook automatisch hetzelfde als homoacceptatie?

Hoe wordt die houding gemeten?

Saskia van Dorsselaer is co-projectleider van het HBSC-onderzoek. Volgens haar hebben de onderzoekers zelf ook goed nagedacht over welke term ze voor deze cijfers moesten gebruiken. ‘Je kan discussiëren of dat dan acceptatie is van homoseksualiteit’, vertelt Van Dorsselaer.

In het onderzoek wordt namelijk niet letterlijk aan jongeren gevraagd: ‘Accepteer jij homoseksualiteit?’ In plaats daarvan krijgen ze een aantal stellingen voorgelegd. Zo wordt bijvoorbeeld gevraagd hoe zij denken over homoseksuele jongens en meisjes als vrienden en of ze het vies vinden wanneer twee jongens of twee meisjes met elkaar zoenen. De antwoorden op deze vragen worden uiteindelijk samengevoegd tot een score.

Hierdoor betekent die 22 procent niet dat de overige 78 procent homoseksualiteit helemaal niet accepteert. Volgens Van Dorsselaer zouden jongeren namelijk best een ander antwoord kunnen geven als je de vraag op een andere manier stelt. ‘Het zou best kunnen dat als je de vraag zou stellen: accepteert u het? Dat ze dan ja zouden zeggen.’

Je kunt op basis van het onderzoek dus niet zeggen dat maar 22 procent van de jongens homoseksualiteit accepteert.

Toch zegt de daling wel iets

Volgens Van Dorsselaer heeft de manier waarop HBSC de vragen stelt ook een voordeel. Als je iemand rechtstreeks vraagt of diegene homoseksualiteit accepteert, is de kans groter dat iemand daar ‘ja’ op zegt. Door concretere situaties voor te leggen, krijg je volgens haar misschien een beter beeld van hoe iemand er echt over denkt.

Iemand kan bijvoorbeeld zeggen dat hij homoseksualiteit accepteert, maar tegelijkertijd aangeven dat hij het vies vindt als twee jongens met elkaar zoenen. ‘Ze willen er niet mee geconfronteerd worden in ieder geval’, legt Van Dorsselaer uit.

Daarnaast worden deze vragen al sinds 2009 op dezelfde manier gesteld. Hierdoor kunnen de onderzoekers goed zien of de houding van jongeren door de jaren heen verandert. En juist daar is nu een flinke daling te zien. ‘Als je dan zo’n keldering ziet, dan zegt dat wel wat’, aldus Van Dorsselaer.

Ook staat deze daling volgens haar niet helemaal op zichzelf. In het onderzoek is bijvoorbeeld ook het percentage jongeren afgenomen dat denkt dat iemand op school openlijk voor zijn of haar homoseksualiteit kan uitkomen.

Wat laat ander onderzoek zien?

Om te kijken wat andere onderzoeken zeggen over homoacceptatie heb ik ook contact opgenomen met Movisie. Karijn van den Berg van Movisie verwees mij naar de Lhbtiqa+ monitor 2026. In dit onderzoek wordt onder andere gekeken naar hoe Nederlanders tegenover lhbtiqa+ personen staan.

De Lhbtiqa+ monitor meet acceptatie alleen op een andere manier dan het HBSC-onderzoek. Ook gaat het niet alleen over scholieren. Hierdoor kun je de percentages uit de twee onderzoeken niet zomaar naast elkaar leggen.

Dat laat wel zien waarom het belangrijk is om goed te kijken naar wat er precies wordt bedoeld met ‘acceptatie’. Het ene onderzoek kan iemand als accepterend zien, terwijl een ander onderzoek andere of strengere vragen stelt.

Dit is ook belangrijk bij de 22 procent uit het HBSC-onderzoek. Dat percentage betekent dus niet dat slechts 22 procent van de jongens homoseksualiteit accepteert. Het betekent dat 22 procent volgens de vragen en berekening van HBSC binnen de groep met een positieve houding tegenover homoseksualiteit valt.

Is de homoacceptatie dan echt bijna gehalveerd?

Van Dorsselaer vindt uiteindelijk dat deze conclusie wel uit het onderzoek getrokken kan worden. Tijdens het interview vroeg ik haar rechtstreeks of het terecht is wanneer in de media wordt gezegd dat de homoacceptatie onder jongens bijna is gehalveerd.

‘Die conclusie hebben we zelf ook getrokken. Dat was de kop van ons eigen persbericht’, vertelt ze.

De uitspraak van Koblenko lijkt volgens de onderzoekers dus voor een groot deel te kloppen. Dezelfde vragen worden al sinds 2009 gesteld en tussen 2021 en 2025 is een grote daling te zien.

Toch is de uitspraak wel iets stelliger dan wat de cijfers precies laten zien. De 22 procent betekent namelijk niet dat de overige 78 procent homoseksualiteit niet accepteert. Het laat vooral zien dat veel minder jongens dan vier jaar geleden positief antwoorden op de vragen die HBSC gebruikt om hun houding tegenover homoseksualiteit te meten.

Oordeel: grotendeels waar

De uitspraak dat de homoacceptatie onder jongens bijna is gehalveerd, is grotendeels waar. Het percentage jongens met een positieve houding tegenover homoseksualiteit daalde van ongeveer 40 procent in 2021 naar 22 procent in 2025. Dat is een daling van 45 procent en dus bijna een halvering.

Ook de onderzoekers achter HBSC vinden dat op basis van deze cijfers gesproken kan worden over een sterke daling van de acceptatie. Toch is er een belangrijke nuance. De 22 procent betekent niet dat de overige 78 procent homoseksualiteit niet accepteert. Het percentage komt voort uit verschillende vragen over de houding van jongeren tegenover homoseksualiteit.

De cijfers laten dus duidelijk zien dat jongens een stuk minder positief tegenover homoseksualiteit staan dan vier jaar geleden. Maar zeggen dat nog maar 22 procent van de jongens homoseksualiteit accepteert, zou een verkeerde conclusie zijn.

Over de auteur

Juliën de Jongh

Mijn naam is Juliën de Jongh (2004) en ik studeer journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Ik schrijf voor SvJ media over en mijn favoriete onderwerpen zijn sport, cultuur en evenementen. Ik ben nieuwsgierig en altijd opzoek naar nieuwtjes. Contact: julien.dejongh@student.hu.nl