Claim
‘1 procent van deze jongeren is verantwoordelijk voor de 44 procent van deze maatschappelijke kosten’, zei JA21-Kamerlid Ingrid Coenradie op 8 oktober 2026 in het televisieprogramma Goedemorgen Nederland van WNL. Ze sprak hier over jongeren die herhaaldelijk met criminaliteit in aanraking komen. Volgens Coenradie kost jeugdcriminaliteit de samenleving jaarlijks 2,6 miljard euro. Maar klopt het dat 1 procent van de jongeren verantwoordelijk is voor 44 procent van de maatschappelijke kosten?
Oorsprong claim
Coenradie baseert haar uitspraak op het onderzoek Jong op het verkeerde pad van Atlas Research, uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum, het WODC. In het onderzoek werden ruim 500.000 jongeren van ongeveer 12 tot en met 23 jaar gevolgd. Onderzoekers bekeken hoe vaak zij door de politie als verdachte van een misdrijf waren geregistreerd en hoe die verdenkingen zich door de jaren heen hebben opgestapeld.
Wat zeggen de cijfers?
Uit het onderzoek blijkt dat 5027 jongeren, ongeveer 1 procent van de onderzochte groep, in de categorie ‘6+ verdenkingen’ vallen. Deze jongeren werden allemaal minstens zes keer verdacht van een misdrijf. De totale maatschappelijke kosten die aan deze groep worden toegerekend, zijn over een periode van elf jaar 4,6 miljard euro. Voor alle jongeren met minstens een verdenking samen worden de kosten over die periode geschat op 10,3 miljard euro.
Joran Veldkamp, onderzoeker bij Atlas Research, legt uit hoe de onderzoekers tot het percentage komen: ‘De totale kosten van deze groep over de elf jaar (4,6 miljard euro, in prijzen van 2022), gedeeld door die van alle jongeren met minstens een verdenking (10,3 miljard), geeft ruim 44 procent.’ De verhouding tussen deze bedragen komt dus overeen met de uitspraak van Coenradie. De cijfers zijn wel gebaseerd op schattingen van de kosten die aan de verschillende groepen worden toegerekend.
Wat valt onder maatschappelijke kosten?
De onderzoekers rekenen verschillende soorten kosten mee. Het gaat onder andere om materiële schade, zoals gestolen of beschadigde spullen en immateriële schade, zoals verdriet en verlies van levenskwaliteit bij slachtoffers. Ook medische kosten en productiviteitsverlies worden meegerekend, bijvoorbeeld wanneer een slachtoffer tijdelijk niet kan werken.
Daarnaast tellen de kosten van politie en justitie mee. Denk aan politieonderzoek, vervolging door het Openbaar Ministerie, rechtszaken en de uitvoering van straffen. Kosten voor preventie en de gevolgen van criminaliteit voor de latere arbeidsmarktpositie van jongeren zijn niet in de berekening meegenomen.
Veldkamp zegt dat de bedragen niet rechtstreeks per persoon zijn gemeten: ‘Het zijn toegerekende schattingen, geen gemeten schade per persoon.’ De onderzoekers verdelen onder meer de geschatte landelijke schade per soort misdrijf over de geregistreerde verdachten van dat misdrijf. Daardoor zijn de bedragen geen exacte vaststelling van de schade die iedere jongere persoonlijk heeft veroorzaakt.
Gaat het om 1 procent van alle jongeren?
De uitspraak heeft ook op dit punt nuance. De 1 procent slaat niet op alle jongeren in Nederland, maar op de ruim 500.000 jongeren die in het onderzoek zijn gevolgd. Binnen die onderzoeksgroep valt 1 procent in de categorie ‘6+ verdenkingen’. Bovendien betekent een verdenking niet dat iemand veroordeeld is. Veldkamp vertelt daarover: ‘Een verdenking is geen veroordeling: we gebruiken verdenkingen als graadmeter voor crimineel gedrag.’
De onderzoekers keken niet alleen naar hoe vaak jongeren verdacht werden, maar ook naar wanneer die verdenkingen plaatsvonden. Sommige jongeren zijn aan het eind van de onderzoeksperiode in korte tijd toch zes keer verdacht. Daarom vallen niet alle jongeren die zes keer of vaker verdacht zijn automatisch in de categorie ‘6+ verdenkingen’. In totaal zijn ruim 6500 jongeren minstens zes keer verdacht, maar 5027 van hen passen bij het patroon van deze specifieke groep.
En de 2,6 miljard euro?
Coenradie noemt daarnaast een bedrag van 2,6 miljard euro per jaar. Dat bedrag komt uit een bredere schatting van de maatschappelijke kosten van jeugdcriminaliteit. Het is niet hetzelfde als de 4,6 miljard euro uit het onderzoek, dat laatste bedrag gaat over de kosten die aan de specifieke groep jongeren met ‘6+ verdenkingen’ worden toegerekend, over elf jaar.
Oordeel: grotendeels waar
De uitspraak van Coenradie wordt ondersteund door het onderzoek van Atlas Research, ongeveer 1 procent van de onderzochte jongeren is verantwoordelijk voor ruim 44 procent van de geschatte maatschappelijke kosten van de jongeren met minstens één verdenking. Maar de claim gaat niet over alle Nederlandse jongeren en de kosten zijn toegerekende schattingen, geen rechtstreeks gemeten schade. Zonder die context kan de uitspraak een te algemeen beeld geven, wat het eindoordeel toch grotendeels waar maakt en niet volledig waar.