De algemene studententevredenheid aan de Hogeschool Utrecht (HU) is gestegen. Tegelijkertijd is de school opnieuw een-na-laatste geëindigd in de nieuwe ranglijst van de Nationale Studenten Enquête. De keuzegids hbo wordt jaarlijks op verschillende punten beoordeeld. Hoe kan de HU toch weer zo laag eindigen ondanks de positieve tevredenheid. Volgens de redactie van de Keuzegids zit het verschil in de manier waarop de resultaten worden beoordeeld.
De HU staat in de Keuzegids hbo 2027 opnieuw bijna onderaan de ranglijst van grote hogescholen. Alleen de Hogeschool van Amsterdam scoort lager. De ranglijst is gebaseerd op studentenoordelen uit de Nationale Studenten Enquête (NSE). Denk hierbij aan: Docenten, studie-inhoud, toetsing, sfeer en slagingspercentage. Tegelijkertijd meldde de HU in mei 2026 dat de studenttevredenheid op alle onderzochte thema’s was gestegen ten opzichte van 2025. Hoe kan een hogeschool positiever worden beoordeeld door studenten, maar toch zo laag eindigen in een landelijke ranglijst?
Volgens Joris Geen, die namens de Keuzegids uitleg geeft over de ranglijst, betekent een hogere NSE-score niet automatisch een hogere positie in de Keuzegids. De NSE laat zien hoe studenten hun opleiding beoordelen. De Keuzegids gebruikt die studentenoordelen om hogescholen met elkaar te vergelijken. “Keuzegids vergelijkt instellingen met elkáár. De ranking is dus relatief, en niet absoluut”, legt Geen uit. Dat betekent dat een verbetering bij één hogeschool niet automatisch leidt tot een hogere plaats op de ranglijst.
De Keuzegids combineert ervaringen van studenten met cijfers over studiesucces. Dat is relevant, omdat tevredenheid niet hetzelfde is als studiesucces. Studenten kunnen positief zijn over docenten of de sfeer op hun opleiding, terwijl er tegelijkertijd problemen zijn met bijvoorbeeld toetsing, roosters of het afronden van de studie. Andersom vertelt een lage positie op een ranglijst niet automatisch hoe iedere afzonderlijke opleiding presteert.
De HU maakte op 27 mei 2026 bekend dat de studenttevredenheid op alle onderzochte thema’s was gestegen. Aan de NSE deden dat jaar 13.387 HU-studenten mee. De respons bedroeg 37,7 procent. Toch benoemde de Hogeschool dat er nog aandachtspunten zijn bijv. in de informatievoorziening. Ook de berichtgeving van Trajectum laat zien dat de positie van de HU niet alleen met één cijfer te verklaren is. De hogeschool blijft op vrijwel alle onderdelen achter bij het landelijke gemiddelde. Een lichte verbetering in tevredenheid betekent dus niet dat alle problemen zijn opgelost.
De HU zegt zelf niet tevreden te zijn met de lage positie. De hogeschool wil onder meer werken aan voorspelbaardere roosters en het afschaffen van het bindend studieadvies. Of deze maatregelen de positie van de HU verbeteren, moet uit toekomstige resultaten blijken.
Studenten over de Hogeschool Utrecht in de Spotlight van de week: