Factcheck: is stemmen op Nederlandse partijen zinloos geworden door Brussel?

Factcheck: is stemmen op Nederlandse partijen zinloos geworden door Brussel?

Bron: Dati Bendo Roméo Boetzle, EC - Audiovisual Service

In hoeverre hebben Nederlandse kiezers nog invloed op Europese besluitvorming? Die vraag kwam aan bod in de Telegraaf-podcast ‘Het Land van Wierd Duk’ van 9 oktober 2026. Rond minuut 45 bespraken de presentatoren een voorstel, dat afgelopen 6 oktober door de Europese Commissie naar buiten werd gebracht, om op bepaalde terreinen bij beleidsvorming minder afhankelijk te zijn van unanimiteit. In dat gesprek werd door Wierd Duk de conclusie getrokken dat ‘stemmen op Nederlandse partijen geen zin meer heeft, omdat alles toch in Brussel wordt bepaald.’ Maar klopt die conclusie? 

 

Wat er met dit plan zou veranderen

Het voorstel gaat over het vetorecht op specifieke onderwerpen waardoor de Europese Unie hier sneller besluiten over kan nemen. Voortaan zou een ‘gekwalificeerde meerderheid’ voldoende moeten zijn om een akkoord te bereiken. Dat houdt in dat 55 procent van de landen, die samen 65 procent van de inwoners binnen de EU vertegenwoordigen, akkoord moeten gaan. 

De onderwerpen die de Commissie voortaan met een gekwalificeerde meerderheid wil behandelen gaan over toetredingsonderhandelingen van mogelijke nieuwe lidstaten, sancties tegen landen, belastingfraude en fiscale maatregelen in het energiebeleid. Op dit moment moeten alle 27 lidstaten het nog unaniem eens zijn over dit soort besluiten, maar als het aan de Europese Commissie ligt gaat dat dus veranderen. Donderdag en vrijdag komen alle EU-leiders bijeen in Brussel voor een top waar onder andere dit voorstel wordt besproken.

Belangrijk om te benoemen is dat Wierd Duk zijn uitspraak niet enkel baseert op deze recente plannen. Hij spreekt zich namelijk al langer kritisch uit over de beleidsmatige invloed uit Brussel. Zo zei hij een jaar geleden in een uitzending van Nieuws van de Dag: “Het is een zeer ondemocratische bureaucratie die is opgetuigd daar in Brussel, waarvoor we de leiding in principe helemaal niet kunnen kiezen. En het is ook een organisatie die ons een manier van leven opdringt waarvan een heel groot deel van de Nederlanders zegt: ‘dit willen we helemaal niet.’”

 

Hoeveel invloed de Nederlandse kiezer heeft op Europees beleid

Als we Wierd Duk moeten geloven heeft stemmen op Nederlandse partijen geen zin meer, ‘omdat alles in Brussel wordt bepaald.’ Prof. dr. Ramses Wessel, hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Groningen, noemt dit ‘echt complete onzin’. Hij benadrukt dat Nederlandse kiezers wel degelijk invloed hebben op Europees beleid, ‘partijen die we in Nederland kiezen zitten om de paar weken in Brussel mee te bespreken en onze premier maakt deel uit van de Europese Raad.’ In de Europese Raad zitten de regeringsleiders van alle 27 lidstaten, zij bepalen samen de grote politieke lijnen en prioriteiten van de EU. Daarnaast levert elk land nationale ministers aan de ‘Raad van de Europese Unie’ waar Europese wetgeving wordt besproken en vastgesteld. Deze wetten moeten door onze nationale regering soms ook nog worden omgezet naar Nederlandse wetten.

De Nederlandse kiezer heeft dus, door zowel via Europese als nationale verkiezingen te stemmen op Nederlandse partijen, invloed op Europees beleid. 

 

Hoeveel invloed heeft Europees beleid op Nederlandse wetgeving

Het klopt dat een groot deel van de regels waar we ons in Nederland aan te houden hebben in Brussel worden bepaald. Er worden al jaren cijfers genoemd door politici dat 60, 70 of 80 procent van Nederlandse wetten door de EU worden opgedragen, maar deze getallen zijn misleidend.

Volgens het Asser instituut, dat in 2007 in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Justitie onderzoek deed naar de mate van invloed uit Brussel, kan hier niet zomaar in algemene termen over gesproken worden. Er zijn namelijk grote verschillen over verschillende beleidsterreinen. Zo was destijds 6 procent van de wetgeving op het gebied van onderwijs beïnvloed door Europese wetgeving, en 66 procent van de milieuregels. Europese invloed is meetbaar, maar loopt op verschillende beleidsterreinen dusdanig uiteen dat deze zorgvuldig moeten worden geïnterpreteerd en het lastig is om tot een algemene conclusie te komen. Er zijn voor zover bekend geen recentere Nederlandse onderzoeken die deze meting op dezelfde manier opnieuw hebben uitgevoerd. 

 

Conclusie

De claim van Wierd Duk dat ‘stemmen op Nederlandse partijen geen zin meer heeft, omdat alles toch in Brussel wordt bepaald’ is onjuist. De uitspraak is misschien hyperbool, maar dan alsnog misleidend. Democratisch gekozen Nederlandse partijen hebben invloed op beleidsvorming in Brussel en, afhankelijk van beleidsterrein, heeft de nationale overheid nog steeds veel te zeggen over binnenlandse wetgeving. 

Over de auteur

Kai van Kordelaar

Mijn naam is Kai van Kordelaar (2004), tweedejaars student aan de School voor Journalistiek bij Hogeschool Utrecht. Ik schrijf voornamelijk over politieke- en sociaal-maatschappelijke vraagstukken op nationaal niveau voor SvJ media. Ik hou deze onderwerpen dan ook nauwlettend in de gaten en wil hier in de toekomst documentaires over maken/verslag van doen op internationaal niveau.