Dalende acceptatie leidt tot genormaliseerd negatief gedrag tegen lhbtiqa+-personen

Dalende acceptatie leidt tot genormaliseerd negatief gedrag tegen lhbtiqa+-personen

Panelgesprek in het hoofdkantoor van Rotterdam Pride. Bron: Merlin de Vries

Terwijl Rotterdam Pride volop bezig is, publiceren het Trimbos-instituut en de Universiteit Utrecht een onderzoek waaruit blijkt dat de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren gedaald is naar 22%. Door de huidige negatievere sociale norm krijgen lhbtiqa+-mensen vaker te maken met geweld. Wanneer de acceptatie daalt en negativiteit genormaliseerd wordt, groeit het risico op geweld tegen lhbtiqa+-personen.

Het Trimbos-instituut en de Universiteit Utrecht maken zondag 20 september bekend dat de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren de afgelopen vier jaar fors is gedaald. Volgens het Health Behaviour in School-aged Children-onderzoek denkt nu slechts 22% van de jongeren tussen de twaalf en zestien jaar positief over homoseksualiteit. Vier jaar geleden was dit nog 51%. Dit onderzoek focust op opvattingen rondom homoseksualiteit. Toch denkt hoogleraar Gabriël van Beusekom, gespecialiseerd in de sociale positie van lhbtiqa+-mensen, dat deze negatievere blik vermoedelijk ook voor andere groepen binnen de lhbtiqa+-gemeenschap geldt.

Volgens Van Beusekom leiden deze negatievere opvattingen niet direct tot onveilig gedrag tegen lhbtiqa+-personen: ‘Niet iedereen met negatieve gedachten of gevoelens over een bepaalde bevolkingsgroep gaat ook over tot het uitschelden, bedreigen of negatief behandelen van personen’. Toch kunnen afkeurende opinies het risico op negatief gedrag vergroten. ‘We weten wel dat de mensen die dit negatieve gedrag vertonen overwegend negatief denken over de lhbtiqa+-gemeenschap’, vervolgt Van Beusekom.

Wanneer opvattingen over de lhbtiqa+-gemeenschap overwegend negatiever worden, kan kwetsend gedrag tegenover deze groep genormaliseerd worden. Negatief gedrag gaat dan minder opvallen, waardoor er meer ruimte is voor bijvoorbeeld pestgedrag, buitensluiting en een lage aangiftebereidheid. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in Nederland lhbtiqa+-mensen twee keer zo vaak slachtoffer worden van geweld dan niet-lhbtiqa+’ers. Ook worden zij bijna drie keer vaker slachtoffer van seksuele misdrijven.

Volgens Van Beusekom is een belangrijke reden voor deze veranderende sociale norm misinformatie die online rondgaat. ‘Maar ook politici die zich negatief uitspreken over de lhbtiqa+-gemeenschap dragen bij aan een norm waarin het geaccepteerd is om je negatief uit te spreken’, zegt hij. De hoogleraar noemt als voorbeeld van misinformatie de weergave dat lhbtiqa+-acceptatie overal wordt uitgedragen. Mensen krijgen zo het gevoel dat deze acceptatie ze word opgelegd. Dat kan leiden tot een negatieve houding tegenover de lhbtiqa+-gemeenschap.

Het bevorderen van de sociale norm kan door ‘onderzoek te doen, voorlichting te geven en actief een positieve norm uitdragen’, zegt Van Beusekom. Het uitdragen van een positieve sociale norm rondom de lhbtiqa+-gemeenschap wordt bijvoorbeeld gedaan tijdens Pride. ‘Pride is belangrijk om zichtbaar te maken dat lhbtiqa+-mensen er mogen zijn en ook ruimte mogen opeisen.’

 

Ook tijdens Rotterdam Pride wordt gestreefd naar lhbtiqa+-acceptatie. In Rotterdam wordt dit gedaan door zo zichtbaar mogelijk te zijn voor zo veel mogelijk mensen. Verslaggever Merlin de Vries zocht uit wat het effect van die zichtbaarheid is op de sociale norm rondom de lhbtiqa+-gemeenschap. Tijdens Rotterdam Pride blijkt die zichtbaarheid zowel voor veiligheid als kwetsbaarheid te zorgen.

Over de auteur

Merlin de Vries

Merlin (2004) is een eerstejaars journalistiek student aan de Hogeschool van Utrecht. Hiervoor heeft ze Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie gestudeerd aan de Universiteit van Leiden. Merlin hoopt deze twee studies te combineren om de ongehoorde en niet goed gehoorde verhalen en perspectieven te vertellen. Ze hoopt hiermee te laten zien dat meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. merlin.devries@student.hu.nl