‘De opkomst van AI betekent meer werk voor hbo’ers.’ Dat stelde Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, op 22 september. Zijn uitspraak is gebaseerd op nieuw onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA). Maar laat dat onderzoek inderdaad zien dat hbo-afgestudeerden door AI méér werk krijgen?
Volgens de Vereniging Hogescholen leidt AI vooral tot nieuwe en veranderende taken. Van de hbo-afgestudeerden die AI gebruiken, zegt 28 procent dat hun werkzaamheden zijn veranderd. Daarnaast meldt 15 procent dat er nieuwe werkzaamheden zijn ontstaan. Bij 7 procent zijn werkzaamheden verdwenen. Vereniging Hogescholen
Op het eerste gezicht lijkt dat de uitspraak van Limmen te ondersteunen: er komen vaker taken bij dan dat ze verdwijnen. Maar de cijfers zeggen iets anders dan ‘meer werk’. Ze gaan namelijk over veranderingen in taken, niet over hoeveel tijd iemand aan werk besteedt. Het onderzoek kijkt dus vooral naar wat er in het takenpakket van hbo-afgestudeerden verandert. Dat is iets anders dan meten of iemand meer uren werkt of een hogere werkdruk krijgt.
Dat verschil is belangrijk. ‘Meer taken’ betekent niet automatisch ‘meer werk’. Een nieuwe taak kan bijvoorbeeld een paar minuten kosten, terwijl een andere taak een uur aan werk bespaart. Steven Dhondt, senior scientist bij TNO en professor aan KU Leuven, wijst in een reactie op mijn vragen precies op dit onderscheid. Volgens hem zegt een verandering in taken op zichzelf niets over de totale omvang van het werk. TNO
Ook kunnen de percentages niet simpelweg tegen elkaar worden weggestreept, zegt Dhondt. De vragen over veranderde, bijgekomen en verdwenen werkzaamheden zijn afzonderlijk gesteld. Eén persoon kan dus zowel nieuwe als verdwenen taken hebben gemeld, merkt hij op. Bovendien gingen de vragen over werkende hbo-afgestudeerden die zelf AI gebruiken. De cijfers geven daardoor vooral een beeld van de manier waarop AI het werk kan veranderen bij mensen die AI al gebruiken. Ze zeggen niet hoeveel extra werk alle hbo-afgestudeerden in Nederland door AI krijgen.
Het ROA-onderzoek laat dus wel zien dat AI invloed heeft op de inhoud van het werk. Vooral veranderingen in bestaande werkzaamheden worden gemeld, terwijl nieuwe en verdwenen werkzaamheden minder vaak worden genoemd. Het onderzoek toont daarmee dat AI het werk van hbo-afgestudeerden verandert. Het meet echter niet rechtstreeks of de totale hoeveelheid werk daardoor groter wordt. ROA
De bredere ontwikkeling maakt de vraag ook relevant. Het CBS meldt dat in 2025 33 procent van de Nederlandse bedrijven met minimaal tien werkzame personen AI gebruikte. Een jaar eerder was dat 23 procent. AI krijgt daarmee een steeds grotere rol op de werkvloer. Het is daarom goed mogelijk dat de manier waarop mensen werken de komende jaren verder verandert. Juist daarom is het belangrijk om onderscheid te maken tussen veranderingen in werkzaamheden en een daadwerkelijke toename van de hoeveelheid werk. Centraal Bureau voor de Statistiek
Conclusie: de claim van de Vereniging Hogescholen wordt door het ROA-onderzoek niet volledig onderbouwd. Het onderzoek laat zien dat AI het werk van hbo-afgestudeerden verandert en dat nieuwe taken vaker worden gemeld dan verdwenen taken. Maar daaruit volgt niet gelijk dat hbo’ers in totaal meer werk krijgen. De Vereniging Hogescholen trekt daarmee een bredere conclusie dan de onderzochte cijfers kunnen onderbouwen.
