‘De meeste Nederlanders hebben een ongezonde hoeveelheid PFAS in hun bloed.’
Dat zei Kamerlid Ines Kostić (Partij voor de Dieren) gedurende een debat in de Tweede Kamer op 24 september. Deze uitspraak is gedaan tijdens motie 1846. Op 29 september kwam het RIVM met nieuwe cijfers over PFAS in het bloed van Nederlanders. Daaruit blijkt inderdaad dat bij 71 procent van de onderzochte volwassenen, de hoeveelheid PFAS boven de gezondheidskundige grenswaarde ligt. Maar betekent dat automatisch dat 71 procent van de Nederlanders een ‘ongezonde hoeveelheid’ PFAS in het bloed heeft?
71 procent boven de grenswaarde
Het RIVM onderzocht het bloed van 967 volwassen bloeddonoren, tussen de 18 en 78 jaar. Bijna alle deelnemers hadden ten minste 4 PFAS in het bloed. Dit zijn PFOA, PFNA, PFHxS en PFOS. Bij 71 procent lag de totale hoeveelheid van de vier onderzochte PFAS boven de gezondheidskundige grenswaarde. Dit percentage is wel gedaald vergeleken met eerdere bloedonderzoeken uit 2016 en 2017, toen deze grenswaarde bij vrijwel elke deelnemer werd overschreden.
Echter is de gezondheidskundige grenswaarde geen wettelijke grens waar iemand direct ziek van wordt. Het RIVM legt uit dat deze waarde wordt gebruikt om gezondheidsrisico’s te beoordelen. De Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) baseerde haar grenswaarde onder meer op mogelijke effecten van PFAS op het immuunsysteem, waaronder de reactie op vaccinaties.
Dat maakt de uitspraak van mevrouw Kostić ingewikkelder. Boven de gezondheidskundige grenswaarde betekent namelijk niet dat iemand op dat moment ziek is of dat deze persoon in de toekomst zeker ziek gaat worden.
Wat betekent ‘ongezond’?
Coen Berends, woordvoerder van het RIVM op het gebied van onder meer PFAS, bevestigt dat de hoeveelheid PFAS boven de gezondheidskundige grenswaarde kan wijzen op mogelijke gezondheidseffecten. ‘De gevonden concentraties zouden lichtelijk effect kunnen hebben op het immuunsysteem. Tegelijkertijd worden mensen er niet of nauwelijks ziek van.’
Ook het RIVM benadrukt dat de nieuwste metingen niet precies kunnen aantonen wat de gevonden hoeveelheden precies betekenen voor de gezondheid. PFAS kan zeker effect hebben op de gezondheid en het lichaam. Maar de gevolgen zijn afhankelijk van onder meer de hoeveelheid, de duur van de blootstelling en de persoonlijke gezondheidssituatie.
Toch is de uitspraak van Kostić niet volledig uit de lucht gegrepen. Het is namelijk wetenschappelijk ook niet juist om te zeggen dat PFAS helemaal geen gezondheidsrisico kan vormen. Mocht PFAS toch wel in grotere hoeveelheden in het bloed voorkomen, dan zou het volgens de GGD schadelijk kunnen zijn voor je immuunsysteem, lever en zorgen voor een hoger cholesterol. Maar een hoge hoeveelheid PFAS kan ook schadelijk zijn voor de ontwikkeling van een nog ongeboren kind.
Geen reden tot paniek
Roberta Hofman, professor Innovative Water Systems aan de Hogeschool Utrecht, plaatst wel een belangrijke kanttekening bij de uitspraak. ‘PFAS in het bloed is natuurlijk onwenselijk, maar het overschrijden van de grenswaarde betekent niet dat iemand daar direct ziek van wordt. Ik durf zeker een glas kraanwater te drinken.’ Volgens haar kunnen de gevonden concentraties niet als direct gezondheidsprobleem gezien worden.
PFAS komt vooral via voedsel binnen
De blootstelling aan PFAS komt niet alleen via drinkwater. Volgens het Voedingscentrum levert voedsel de belangrijkste bijdrage aan de hoeveelheid PFAS die de mensen binnenkrijgen. Het RIVM berekende dat Nederlanders via voedsel meer dan drie keer zoveel PFAS binnenkrijgen als via drinkwater. Radar deed hier ook onderzoek naar. Uit dit onderzoek kwam dat meer dan 70 procent van de PFAS-inname uit voedsel komt. De overige 30 procent komt via water naar binnen.
Omdat PFAS tegenwoordig op veel plekken voorkomt, is het lastig om volledige blootstelling te voorkomen. Het Voedingscentrum benadrukt dat zelfs kleine hoeveelheden PFAS in veel voedingsmiddelen voorkomen. Het gezondheidsrisico is dus wel afhankelijk van de hoeveelheid die iemand binnenkrijgt.
Oordeel
Conclusie: misleidend
De uitspraak van Kostić: ‘De meeste Nederlanders hebben een ongezonde hoeveelheid PFAS in hun bloed’, is te kort door de bocht en daardoor misleidend. Het klopt wel dat bij 71 procent van de onderzochte volwassenen de hoeveelheid PFAS boven de gezondheidskundige grenswaarde ligt. Deze uitspraak is daarom te verdedigen omdat veel Nederlanders meer PFAS in hun bloed hebben dan vanuit gezondheidsperspectief wenselijk is.
Maar een ‘ongezonde hoeveelheid’ suggereert dat deze mensen ook daadwerkelijk ziek zijn of binnenkort gezondheidsproblemen zullen krijgen. Dat blijkt niet uit de wetenschappelijke bronnen. Het RIVM kan zelfs op basis van het nieuwste onderzoek niet voorspellen of iemand nou ook echt ziek wordt. De grenswaarde is namelijk bedoeld om mogelijke gezondheidsrisico’s te kunnen beoordelen. Mevrouw Kostić heeft dus onvoldoende grond om de woorden ‘ongezonde hoeveelheid’ te gebruiken in haar uitspraak.