UTRECHT – Ongehoord Nederland gaat waarschijnlijk uit het publieke bestel, maar volgens mediaonderzoeker Chris Aalberts gaat de discussie eigenlijk niet over één omroep. Het raakt aan de vraag waar de grens ligt tussen wat een omroep buiten het bestel mag zeggen, en wat een omroep mét belastinggeld mag uitzenden. En dat verschil, zegt hij, wordt in de hele ophef nogal eens vergeten.
Aalberts, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en onderzoeker naar populistische media, begint zijn uitleg niet bij Ongehoord Nederland zelf, maar bij het verschil tussen een vereniging en een omroep. Een groep mensen met nationalistische denkbeelden mag in Nederland gewoon een partij of vereniging oprichten, zegt hij, en dat geldt net zo goed voor een website of nieuwsplatform. Persvrijheid en vrijheid van vereniging maken dat mogelijk, zonder beperking.
Bij Ongehoord Nederland ligt dat anders, legt hij uit. ‘Het punt van Ongehoord Nederland is dat ze zich moeten verhouden tot wetgeving over de publieke omroep. En dat doen ze niet.’ Omdat de omroep binnen het publieke bestel zit, gelden er volgens Aalberts simpelweg zwaardere eisen dan voor een willekeurig online platform. En aan die eisen hangt ook geld vast: ‘Nu is het een gesubsidieerde organisatie. Als de licentie wegvalt, stopt de subsidie.’
Geen publieke taak
Volgens Aalberts hadden politici deze stap al veel eerder kunnen zetten, maar durfden ze dat niet, uit angst om te worden beschuldigd van het politiek discrimineren van een geluid. Toch is daar volgens hem wel degelijk een inhoudelijk argument voor. ‘Rechtsextremisme is geen normale politieke stroom. En iedereen die dat niet snapt, moet terug naar school.’
Als voorbeeld noemt hij een eerdere ON!-uitzending waarin contextloos beeldmateriaal werd getoond en waarbij aan gasten in de studio werd gevraagd wat zij daarvan vonden. ‘Dat is geen publieke taak’, zegt hij daarover kortaf. Voor hem is dat illustratief voor een patroon: ‘Ze hadden al veel eerder op basis van dit soort argumenten eruit kunnen worden gezet.’
Het gat dat er niet is
Een veelgehoord argument is dat er met het vertrek van Ongehoord Nederland een gat ontstaat in het rechtse, kritische geluid binnen de publieke omroep. Aalberts is daar kort over: ‘Nee.’ Volgens hem is het verspreiden van dit soort ideeën simpelweg geen taak van een publieke omroep, punt. ‘Het hele bestaan van die omroep is vanaf de allereerste dag een hele grote fout geweest.’
Ook het argument dat mensen dan zonder alternatief zitten, veegt hij van tafel. De kijkers van Ongehoord Nederland hebben volgens hem allang een alternatief, alleen niet binnen het bestel. ‘Het punt is dat als je dit soort ideeën hebt, je de real thing wil horen. En de real thing krijg je bij Nieuw Rechts, De Dagelijkse Standaard, en op dit moment nog bij Ongehoord Nederland.’ Daarmee raakt hij precies de kern van wat dit voor het bredere medialandschap betekent: het gat verdwijnt niet, het verplaatst zich gewoon naar plekken zonder toezicht en zonder mediawet.
Einde van een model
Aalberts verwacht niet dat er op korte termijn een vergelijkbaar initiatief terugkomt binnen het publieke bestel. Hij wijst op het bredere Europese plaatje: ‘Afgelopen weekend heeft de AfD in Sachsen-Anhalt 45 procent van de stemmen gehaald. We kunnen ons niet veroorloven om daar subsidiegeld aan te besteden.’
Ook juridisch geeft hij Ongehoord Nederland weinig kans. De overheid heeft simpelweg een langere adem in een rechtszaak dan een omroep zonder subsidie-inkomsten, zegt hij, en verwijst daarbij naar de toeslagenaffaire als voorbeeld van hoe lang zulke procedures kunnen duren. ‘Dit voldoet niet aan de publieke taakopvatting. Punt. Dat wordt niks.’
Wat volgens Aalberts overblijft, is een ouder vraagstuk dat weer actueel wordt: past het verzuilde omroepmodel, met aparte omroepen voor aparte stromingen, eigenlijk nog wel bij deze tijd? Zolang dat model bestaat, zal er volgens hem discussie blijven over wie daar wel en niet bij hoort. Maar dat Ongehoord Nederland zelf nog terugkomt, sluit hij uit: ‘Die komen niet terug.’
Bekijk hieronder de video-reportage. Daarin twee tegenovergestelde stemmen. Onderzoeker en journalist Bob Scholte vindt dat de NPO al genoeg rechts geluid heeft: ‘WNL bestaat gewoon.’ Jonathan Krispijn , die zelf bij Ongehoord Nederland werkte, denkt daar anders over en ziet wel degelijk een gat ontstaan.
Ook het Commissariaat voor de Media en de NPO komen aan bod, al konden zij niet op camera reageren.
