Na 25 jaar nog altijd met plezier voor de klas
Het vieren van een zilveren werkjubileum is tegenwoordig een bijzondere mijlpaal. De docenten Caroline Duijndam en Michiel Smis bereikten die dit studiejaar allebei. Afgelopen week mochten zij felicitaties in ontvangst nemen voor hun 25-jarige dienstverband. Jarenlang werken voor dezelfde werkgever: voor sommigen klinkt dat misschien behoorlijk saai. Hoe blijft 25 jaar lang lesgeven leuk?
In de tijd dat het internet nog in de kinderschoenen stond, iedereen nog uit de krant las, en de typemachines nog volop in gebruik waren, begonnen Michiel en Caroline aan hun eerste baan bij de Hogeschool Utrecht. De opleiding is de afgelopen jaren meerdere keren verhuisd, het lesprogramma is vernieuwd en ook de technologie is sterk veranderd
Docenten Caroline Duijndam en Michiel Smis krijgen een bloemetje van de SvJ voor hun 25-jarig jubileum. Foto: Gert-Jan Peddemors
De studenten maken het verschil
Op de vraag hoe 25 jaar lang lesgeven aan de SvJ leuk blijft, hoeven de collega’s niet lang na te denken. Het allerbelangrijkste zijn nog altijd de studenten. De docenten genieten van hun nieuwsgierigheid en enthousiasme. ‘Ik vind het mooi als studenten in positieve zin verwonderd zijn over iets wat je vertelt’, zegt Michiel. Caroline waardeert vooral de creativiteit van journalistiekstudenten. ‘De meeste studenten hebben veel meer creativiteit in zich dan ze zelf denken.’
Geen 25 jaar hetzelfde
Natuurlijk zijn er ook momenten waarop de docenten getwijfeld hebben of ze nog door wilden gaan met lesgeven op de opleiding. ‘Er zijn ongetwijfeld mensen die hun werk altijd leuk vinden, maar door persoonlijke omstandigheden, organisatorische problemen of een gebrek aan afwisseling heb je altijd weleens een periode dat je denkt: ik vind het niet meer zo leuk’, zegt Caroline. Ook zijn de klassen groter geworden. Waar vroeger soms maar 10 tot 24 studenten in een klas zaten, zijn dat er nu regelmatig meer dan dertig. Daardoor is er minder ruimte voor persoonlijke aandacht.
Toch wegen de minder leuke momenten niet op tegen het plezier dat zij uit hun werk halen. Nieuwe vakken zorgen er ook voor dat de docenten zich blijven ontwikkelen. Zo verdiepte Michiel zich onlangs nog in psychologie en sociologie voor nieuwe colleges. ‘Dat heb ik in de afgelopen 25 jaar nog nooit gedaan. Ik vind het hartstikke leuk om mijzelf daarin bij te scholen.’
Een weg naar de SvJ
Caroline werkte jarenlang als freelancer bij verschillende omroepen. In 2001 kwam ze bij de Hogeschool Utrecht terecht. ‘Op de SvJ in Utrecht zochten ze een video-docent en mij werd gevraagd of dat niets voor mij was. Ik dacht: wat kan ik die studenten eigenlijk vertellen? Totdat ik les ging geven en dacht: ik weet ondertussen toch best veel.’ Het lesgeven beviel haar goed. Zo maakte ze ondanks de spanning studio-uitzendingen met de studenten. ‘Het ging eigenlijk veel beter dan ik zelf dacht, ik vond het onwijs leuk en merkte al snel dat het bij me paste.’
Michiel daarentegen had al ervaring als docent bij de opleiding journalistiek in Tilburg. Op een congres in Barcelona ontmoette hij collega’s uit Utrecht. Zij vroegen waarom hij niet bij hen kwam werken. ‘Op dat moment was er nog geen vacature, maar ik had toch gesolliciteerd. Drie maanden later werd ik alsnog gebeld.’ Zo begon ook hij, een jaar eerder dan Caroline, als docent bij de opleiding in Utrecht.
Geen van beiden had verwacht zo lang werkzaam te zijn als docent journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. ‘Het liep gewoon zoals het liep’, zegt Michiel. ‘En dan merk je dat die 25 jaar voorbijvliegen.’
Van typemachine naar laptop
Toen Caroline en Michiel begonnen, zag de opleiding er heel anders uit. Zo waren er speciale lokalen met typemachines die de studenten konden gebruiken om hun stukken te schrijven. Daarnaast waren er ook telefooncellen zodat de studenten hun bronnen konden bellen. ‘Niemand had nog een mobieltje, dat bestond gewoon nog niet. Dus als er bronnen benaderd moesten worden, dan kon dat via een vaste telefoon aan de muur’, vertelt Michiel. Inmiddels werken studenten met laptops en telefoons en vormt AI de nieuwste ontwikkeling. Volgens Caroline kan AI nuttig zijn, maar moeten studenten wel zelf blijven nadenken. ‘Je komt tenslotte naar een opleiding om zelf de grijze massa in je bovenkamer te trainen.’
De verschillende journalistieke richtingen waren destijds veel meer van elkaar gescheiden. Studenten kozen bijvoorbeeld voor krant, tijdschrift, radio of televisie. Tegenwoordig lopen al die vormen steeds meer door elkaar en worden studenten crossmediaal opgeleid.
De techniek is veranderd, maar volgens Caroline blijft de basis van de journalistiek hetzelfde. ‘Je hebt een actueel onderwerp nodig, een soort haakje waardoor een luisteraar, lezer of kijker denkt: dat wil ik weten. En je hebt een verhaal nodig dat iemand meeneemt.’
Andere gewoontes, dezelfde studenten
Ook de manier waarop studenten nieuws volgen is veranderd. Volgens Michiel liep 25 jaar geleden bijna iedere student met een krant onder de arm door de school. ‘Tijdens een hoorcollege vroeg ik vorige week aan de eerstejaarsstudenten: wie leest er nog een papieren krant? Er gingen maar een paar handen omhoog. Dat was 25 jaar geleden wel heel anders’, vertelt Michiel.
Tegenwoordig is juist sociale media een hele populaire nieuwsbron. Daardoor weten de studenten vaak veel van verschillende onderwerpen iets af, maar verdiepen ze zich minder snel in één onderwerp.
Er zijn een hoop positieve veranderingen geweest. Zo zijn de studenten nog grotendeels hetzelfde gebleven maar valt er één ding op: ze zijn veel opener geworden over persoonlijke problemen. Daarnaast is er binnen de opleiding ook veel meer aandacht voor diversiteit en inclusiviteit dan 25 jaar geleden.
Op naar de volgende jaren
In 25 jaar is er een hoop veranderd: van de techniek en het lesprogramma tot de grootte van de klassen. Toch staan Caroline en Michiel nog altijd met plezier voor de klas. Dat komt vooral door de studenten, maar één groep mag volgens hen zeker niet worden vergeten. ‘We hebben ook superleuke collega’s, hoor. Dus zet dat er in godsnaam ook bij.’