Drie eeuwen queergeschiedenis liggen verborgen in de Utrechtse binnenstad
Amanda Algra • Gisteren 19:00 • Aangepast gisteren 20:37 • 8 minuten leestijd

Op 6 juni kleurde Utrecht tijdens de achtste editie van Utrecht Pride opnieuw in alle kleuren van de regenboog. Tienduizenden bezoekers verzamelden zich langs de Oudegracht en de Singel voor de botenparade. Maar achter die zichtbare viering schuilt een geschiedenis die veel verder teruggaat. Verspreid door de stad liggen sporen van bijna drie eeuwen queer geschiedenis verborgen tussen bekende Utrechtse iconen.
Wie weet waar hij moet kijken, ontdekt dat achter ogenschijnlijk gewone plekken bijzondere verhalen schuilgaan.
Op het Domplein, tussen toeristen die foto’s maken van de Domtoren, studenten die naar college fietsen en bus 2 die langsrijdt, ligt een gedenksteen die veel voorbijgangers waarschijnlijk nooit is opgevallen. De steen herinnert aan de sodomievervolgingen van 1730, een van de donkerste hoofdstukken uit de Nederlandse queergeschiedenis. Hier, in de schaduw van de Domtoren, begon een vervolgingsgolf die zich later over de hele Republiek zou verspreiden.

Queer is een overkoepelende term voor mensen die zich niet herkennen in traditionele hokjes rond seksuele oriëntatie en/of gender. Sommige mensen gebruiken het woord omdat labels als homo, lesbisch of transgender voor hen niet passend voelen. Anderen gebruiken queer juist als verzamelnaam voor iedereen die niet heteroseksueel en/of niet cisgender is. Het woord betekent oorspronkelijk ‘vreemd’ of ‘anders’ in het Engels, maar werd vanaf de jaren tachtig door de gemeenschap zelf omarmd als positief en als verzet tegen hokjesdenken.
Cisgender: Iemand van wie de genderidentiteit overeenkomt met het geslacht dat bij de geboorte is toegewezen. Bijvoorbeeld: iemand die bij de geboorte als vrouw is geregistreerd en zich ook vrouw voelt.
Gewurgd in de kelder
In de achttiende eeuw waren relaties tussen mannen strafbaar. De mannen die daarvoor werden vervolgd, werden destijds ‘sodomieten’ genoemd, een term die verwijst naar het Bijbelse verhaal van Sodom en Gomorra. Nadat in Utrecht een groep mannen in beeld was gekomen die elkaar ontmoette rond de Domkerk, volgden arrestaties, verhoren en veroordeling.
“Waar in de Nederlanden de sodomieten publiekelijk terecht werden gesteld, is dat in Utrecht niet gebeurd”, vertelt queerhistoricus Evert van der Veen, een van de auteurs van het boek ‘Utrechtenaren; een queer geschiedenis’.

Dat stadhuis ligt op slechts minuten lopen van het Domplein. Het contrast met vandaag kan nauwelijks groter zijn. Waar in 1730 mannen vanwege hun seksuele geaardheid ter dood werden veroordeeld in de kelder van het stadhuis, kunnen stellen van hetzelfde geslacht elkaar vandaag de dag het jawoord geven.
Meer weten over de sodomietenvervolgingen? Kijk dan hier de explainer.
De geschiedenis van deze plek laat zien hoe sterk de positie van LHBTI’ers is veranderd. Toch wordt de Utrechtse queergeschiedenis niet alleen vertelt in rechtbankverslagen en op gedenkstenen. Ook op andere plekken in de binnenstad zijn sporen te vinden van mensen die buiten de normen van hun tijd leefden.
Achter de voordeur
Sporen van lesbisch leven in het verleden zijn moeilijk te vinden. Terwijl de sodomievervolgingen honderden pagina’s aan rechtbankverslagen opleverden, lieten vrouwen veel minder vaak zulke zichtbare sporen achter. Hoewel sodomie officieel ook seks tussen vrouwen omvatte, richtten de vervolgingen zich in de praktijk vooral op mannen. Daardoor moeten historici vaak op zoek naar subtielere aanwijzingen. Niet in vonnissen of dossiers, maar in brieven, dagboeken en de levensverhalen van vrouwen in een tijd waar woorden als lesbisch of queer nog niet bestonden.
Een van die verhalen leidt naar de Nieuwegracht 30, een statig bakstenen grachtenpand. Hier woonde in de negentiende eeuw schrijfster Petronella Moens samen met Antje Kamphuis, haar schrijfjuffrouw. Moens verloor op jonge leeftijd haar zicht door de pokken, maar groeide desondanks uit tot een van de bekendste vrouwelijke auteurs van haar tijd. Ze schreef tientallen boeken en gedichten en sprak zich uit over onderwerpen als vrouwenrechten en de afschaffing van de slavernij, ideeën waarmee ze haar tijd ver vooruit was.

Wat hun relatie precies inhield, is niet bekend. “We hebben geen brief gevonden waarin staat: ‘Hallo, wij zijn lesbisch”, zegt Laura Meijer, stadsgids bij Queer U Stories lachend. “Maar twee vrouwen die jarenlang samen een huishouden deelden, nooit getrouwd zijn geweest en in hetzelfde graf zijn begraven maken historici wel nieuwsgierig.”
Waar het verhaal van Petronella Moens vooral verborgen bleef achter de voordeur van een grachtenpand, ontstonden in de twintigste eeuw steeds meer plekken waar queer Utrechters elkaar konden ontmoeten.


Een belangrijke rol daarin speelde de voorloper van het huidige COC: de Shakespeare club. In een tijd waarin openlijk uitkomen voor je geaardheid grote gevolgen kon hebben, bood de organisatie homoseksuele mannen en vrouwen een plek om elkaar te ontmoeten. In 1952 kreeg de organisatie een Utrechtse afdeling. Die kwam bijeen aan de Oudegracht 333, in het huis van schrijfster Ina Boudier-Bakker. Haar naam leeft in Utrecht voort in de bekende IBB-studentencomplexen, maar haar woning speelde ook een rol in de vroege geschiedenis van de Utrechtse queer gemeenschap.
Die ontmoetingen vonden grotendeels achter gesloten deuren plaats. “Het was écht ons kent ons. Je moest geïntroduceerd worden en weten wat het wachtwoord was. Anders kwam je niet binnen”, duidt Meijer. Hoewel homoseksualiteit niet langer strafbaar was, betekende openlijk uitkomen voor je geaardheid in de jaren vijftig vaak sociale uitsluiting. Mensen konden hun baan verliezen, problemen krijgen met hun familie of worden buitengesloten door hun omgeving.
“Er was een plaatselijk verbod tegen twee dansende mannen of twee dansende vrouwen.”
– Evert van der Veen, queerhistoricus
Wachtwoord?
Hoe groot die angst was, blijkt uit het feit dat sommige leden onder een schuilnaam deelnamen aan bijeenkomsten. Zo konden zij voorkomen dat hun identiteit bekend zou worden als informatie in verkeerde handen terechtkwam. Die voorzichtigheid bleek niet onnodig. Tijdens een dansavond in 1952 stapte de politie binnen in de werfkelder aan de Oudegracht, beter bekend al ‘De Grot’. Volgens de regels van die tijd mochten twee mannen of twee vrouwen niet samen dansen. De zaak liep uiteindelijk met een sisser af, maar laat zien hoe kwetsbaar de gemeenschap nog altijd was.
Ook in de wet bleef ongelijkheid bestaan. Tot 1971 maakte artikel 248bis onderscheid tussen homoseksuele en heteroseksuele relaties. Waar heteroseksuele contacten vanaf zestien jaar waren toegestaan, lag die grens voor homoseksuele contacten op 21 jaar.
De gevolgen daarvan waren ook in Utrecht merkbaar. Omdat het COC uit angst voor problemen met de autoriteiten geen bezoekers onder de 21 jaar toeliet, richtten zes Utrechtse studenten in 1969 hun eigen jongerenorganisaties op: PANN. Wat begon als een sociëteit voor homojongeren groeide uit tot een van de grootste queer jongerenorganisaties van Nederland.
Van Heksenketel tot Roze Wolk
Terwijl het COC en PANN ruimte boden aan homoseksuele mannen én vrouwen, ontstonden in de jaren zeventig ook plekken waar de lesbische en feministische beweging een eigen thuis vond. Een paar deuren verderop aan de Oudegracht 261 openden in 1975 café De Heksenketel en boekhandel De Heksenkelder hun deuren.


Het café verdween uiteindelijk, maar de boekhandel bleef bestaan. In 1984 verhuisde De Heksenkelder naar de Telingstraat 13 en ging verder onder de naam Savannah Bay, naar het toneelstuk van Marguerite Duras. Ruim veertig jaar later bestaat de winkel nog altijd.
Niet alleen vereniginigen, boekhandels en actiegroepen speelden een rol in de Utrechtse queer gemeenschap. Volgens queerhistoricus Evert van der Veen kende Utrecht al in de achttiende eeuw zogenaamde ‘lolhuizen’: herbergen waar mannen elkaar ontmoeten voor seks, maar ook om te socialiseren. Daarmee vormden ze een vroege voorloper op de homokroeg.

Vanaf de jaren zestig verschenen de eerste expliciete homobars in de stad. De Pauw aan de Oudegracht geldt als een van de eerste voorbeelden. Later volgden Adonis, De Roze Wolk en discotheek De Wolkenkrabber. “Mijn man was in die tijd de manager van de razend populaire homo-disco De Roze Wolk”, verteld Van der Veen, “Dat was toen echt een doorbraak. Alle queers kwamen daar samen.”
Veel van die plekken sloten uiteindelijk hun deuren. Toch zijn de sporen ervan niet helemaal verdwenen. In hetzelfde pand waar vroeger homobar De Roze wolk zat, is tegenwoordig café Kalff gevestigd. Het café vervult nog altijd een belangrijke rol als ontmoetingsplek voor de Utrechtse queer gemeenschap. Volgens van der Veen vormt het stukje Oudegracht waar nu Kalff en Body Talk zitten al sinds de jaren zeventig een vaste plek van samenkomst voor queer Utrechters. Hier ontstonden plannen die later zouden uitgroeien tot het Midsommergrachtfestival, de voorloper van de huidige Utrecht Pride.
Wat de stad niet vertelt
Opvallend genoeg is van veel van die geschiedenis nauwelijks terug te zien in het straatbeeld. Wie vandaag de dag langs voormalige ontmoetingsplekken, cafés en verenigingsgebouwen loopt, krijgt meestal geen aanwijzing dat hier ooit een belangrijk hoofdstuk uit de Utrechtse queergeschiedenis werd geschreven.
Eén van de weinige uitzonderingen is het voormalige huis van kunstenares, schrijfster en transgender pionier Dirkje Kuik aan de Oudekamp 1. Met haar transitie in de jaren zeventig behoorde zij tot een van de eerste zichtbare transgender vrouwen van Nederland. Na haar overlijden in 2008 werd het pand zelfs enkele jaren opengesteld als museum. Wie vandaag door de buurt loopt, kan haar verhaal nog steeds terugvinden. Op de hoek van de Oudekamp en de Herenstraat werd in 2024 een tegel met QR-code geplaatst die haar verhaal vertelt.


Tóch is zo’n zichtbare herinnering eerder uitzondering dan regel. Op veel andere plekken in de stad ontbreekt iedere verwijzing naar wat zich daar heeft afgespeeld. “We hebben eigenlijk ontdekt dat die hele queergeschiedenis onzichtbaar is in de stad”, zegt Van der Veen. “Er is één gedenksteen voor de sodomietenvervolging en één QR-code. En dat is eigenlijk ook het enige wat er is.”
Volgens hem is het belangrijk om die verhalen zichtbaar te maken, juist omdat ze laten zien hoe de positie van queer mensen door de eeuwen heen is veranderd. “We hebben net de Utrecht Pride weer gehad, waar we met z’n allen vieren dat ja anders mag zijn. Nou, dat was vijftig jaar geleden echt niet mogelijk”, zegt hij. De geschiedenis laat zien hoeveel er is veranderd, maar ook dat die vooruitgang nooit vanzelfsprekend is.
Van de gewurgde mannen in de kelder van het stadhuis tot de regenboogvlaggen tijdens Utrecht Pride: de geschiedenis laat zien hoeveel er is veranderd. Maar die geschiedenis ligt nog grotendeels verborgen tussen de gevels van de stad. Voor wie weet waar hij moet kijken, vertellen straten, grachten, cafés en gebouwen door heel Utrecht nog altijd het verhaal van drie eeuwen queer geschiedenis.