Van tweedehands rek naar eigen collectie
Tekst: Amanda Algra
Voor veel modebedrijven begint een collectie met nieuwe stoffen, rauwe materialen. Voor modeontwerper Clemens Tomlow begint die met afdankertjes, kleding die niemand meer wilt hebben. Zijn recente collectie Laced in Color, gemaakt van tweedehands kleding van Rejoes, werd goed ontvangen en verkocht. Inmiddels werkt de pas 24-jarige Utrechter aan een nieuwe WK-collectie.
Waar grote winkelketens steeds sneller, meer producten willen produceren, slaat Tomlow een andere weg in. In zijn atelier boven een tweedehandswinkel op het Utrechtse Vredenburg verandert hij afgedankte kleding in nieuwe ontwerpen. Daarmee probeert hij niet alleen de levensduur van kleding te verlengen, maar laat hij ook zien dat mode niet afhankelijk is van steeds nieuwe grondstoffen.
De meeste ontwerpers beginnen met de vraag wat ze willen maken. Tomlow stelt zichzelf vaak een andere vraag: wat is er al?
Die manier van denken bracht hem uiteindelijk ook bij Rejoes. Nadat hij in 2023 afstudeerde aan de Design Academy Eindhoven ging hij aan de slag bij de Utrechtse tweedehandswinkel. Hoewel hij het er naar zijn zin had, bleef één gedachte terugkomen. Hij werkte in een kledingwinkel, maar deed weinig met de opleiding Fashion and Costume Design die hij net had afgerond. Hij wilde meer doen dan kleding verkopen; hij wilde kleding máken.
Van idee naar atelier
De kans om daar verandering in te brengen kwam onverwacht. Terwijl Tomlow de nieuwe lading kleding stond op te hangen, verscheen de eigenaar van Rejoes, die niet bij naam genoemd wil worden, opeens voor hem.
Na een kort gesprek stelde hij een simpele vraag: hoe bevalt het werk?
Voor Tomlow was dit het perfecte moment om het idee te delen waar hij al weken mee rondliep. Hij begon te vertellen. Over zijn opleiding. Over zijn achtergrond in fashion design. Over zijn wens om meer te doen dan kleding verkopen.
“Ja, is goed”

Hij stemde vrijwel direct in met het idee. Niet alleen kreeg hij toestemming om een collectie te maken van kleding uit de winkel, ook kreeg hij een atelier boven Rejoes en een budget van duizend euro. “Ik dacht dat ik misschien tweehonderd euro zou krijgen”, vertelt Tomlow. “Toen hij zei: nee, je krijgt duizend euro, was ik in shock.”
Niet lang daarna stond Tomlow in zijn toekomstige atelier. Een lege ruimte boven de winkel, op een paar witte muren na. Planken verschenen aan de muren, materialen kregen een vaste plek en de lege ruimte met uitzicht op Vredenburgplein veranderde langzaam in een werkplaats. Voor veel mensen waren de kledingstukken beneden in de winkel aan het einde van hun levensduur. Voor Tomlow vormden ze een begin.
‘Green fashion’
Dat Tomlow juist mogelijkheden ziet in spullen die anderen laten liggen, verbaast zijn moeder Christina niet.
“Hij haalde vroeger al z’n speelgoed uit elkaar en maakte er iets anders van”, vertelt ze. Waar andere kinderen speelden met wat ze kregen, was haar zoon benieuwd naar wat er nog meer mee kon. “Hij neemt iets wat doodgewoon is en maakt daar weer iets bijzonders van.


Hoewel duurzaamheid een belangrijke rol speelt in zijn werk, begon het voor Tomlow niet bij milieuactivisme. Het begon met een veel simpelere vraag: waarom zouden we steeds iets nieuws maken als er al zoveel is?
Volgens onderzoek in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is de wereldwijde kledingproductie in vijftien jaar tijd bijna verdubbeld. Tegelijkertijd worden kledingstukken steeds minder lang gedragen. Tomlow ziet dagelijks wat dat betekent. De eindeloze vacuümgezogen zakken met kleding komen in tientallen binnen.
“Nieuwe kleding, maar dan zonder nieuwe kleding”
– Clemens Tomlow over zijn collectie ‘Laced in Color’.
Anders dan andere ontwerpers kan hij niet simpelweg de stof bestellen die hij wil gebruiken. Hij moet werken met wat er beschikbaar is. “Dat maakt het juist interessant”, zegt hij. Iedere jas, broek of trui brengt nieuwe mogelijkheden én nieuwe problemen met zich mee. Stoffen reageren anders op bleek of verf, naden zitten op onverwachte plekken en sommige kledingstukken moeten eerst helemaal uit elkaar voordat er iets nieuws kan ontstaan.
Kleuren buiten de lijntjes
Juist in dat experimenteren ontstond ook een van de meest herkenbare kenmerken van zijn werk: kleur.
Dat zijn eerste collectie ‘Laced in Color’ heet, zal niemand in zijn directe omgeving verbaasd hebben. Volgens zijn moeder begon die fascinatie al vroeg. Of hij al met kleding bezig was vroeger? “Dat viel wel mee”, vertelt ze. “Ja, hij had af en toe de jurken van zijn oudere zus aan, maar de kleding zelf trok hem niet per se. Het ging hem om de kleuren en het gevoel van de stof.”



Die liefde voor kleur is nooit verdwenen. In Laced in Color spelen felle tinten een hoofdrol. Door middel van kant en spuitbussen met sterk gepigmenteerde verf creëert Tomlow van elke oude lap een nieuw kunstwerk. Volgens medekunstenaar Sasja is dat typisch: “Kleurrijk, grotesk”, zegt ze wanneer ze zijn stijl probeert te omschrijven.
Maar voor Tomlow was deze collectie meer dan een experiment met kleur en tweedehands kleding. Het was een kans om te laten zien wat hij als ontwerper in huis had.
Maandenlang bracht hij zijn dagen door tussen de kledingrekken beneden en zijn atelier boven de winkel. Broeken werden behandeld met bleek, spuitbussen verf raakten leeg en de afgedankte kleding werd langzaam onherkenbaar. Afgeschreven kleding groeide uit tot een eigen collectie.
Toen de collectie eenmaal in de winkel hing, hoefde Tomlow niet te wachten op verkoopcijfers of evaluaties. Omdat hij zelf op de winkelvloer stond, zag hij het proces van dichtbij gebeuren. Klanten stelden vragen over de ontwerpen, wilde weten hoe de kleding was gemaakt en namen stukken mee naar de paskamer. Vervolgens verdwenen ze één voor één uit de rekken.

Dat bleef Rejoes ook niet onopgemerkt. Na het succes van Laced in color kreeg Tomlow opnieuw de vraag om een collectie te ontwikkelen. Dit keer staat het WK centraal.
Waar zijn eerst collectie vooral draaide om experimenteren met kleur, krijgt hij nu een duidelijk thema mee. Opnieuw begint het proces tussen de kledingrekken van de tweedehandswinkel, op zoek naar kledingstukken die kunnen uitgroeien tot iets nieuws.
Voor Tomlow voelt de nieuwe collectie als een volgende stap. De eerste collectie bewees dat er interesse is in zijn manier van ontwerpen. Nu krijgt hij opnieuw de kans om die visie verder uit te bouwen.
From trash to fash
Wat begon als een leeg atelier boven een tweedehandswinkel, groeide uit tot een collectie die liet zien dat afgedankte kleding niet per se afval hoeft te zijn. Voor Tomlow is dat misschien wel de belangrijkste boodschap. Niet dat iedereen voortaan tweedehands moet dragen, maar dat er vaak meer mogelijk is dan we denken.
Terwijl de mode-industrie blijft draaien op steeds nieuwe collecties en steeds meer productie, zoekt hij juist naar mogelijkheden in wat er al bestaat. En voorlopig lijkt hij daar nog lang niet mee klaar. Met een nieuwe WK-collectie in de maak krijgen de afdankertjes van vandaag binnenkort opnieuw een plek in de schijnwerpers.