OnAir

Selecteer Pagina

Zijn smartphones funest voor het welzijn van kinderen, zoals D66 stelt?

Zijn smartphones funest voor het welzijn van kinderen, zoals D66 stelt?

Zijn smartphones funest voor het welzijn van kinderen, zoals D66 stelt?

D66 Kamerlid Hanneke van der Werf noemt smartphones funest voor het leren en welzijn van kinderen. Onderzoek laat voordelen zien van telefoonregels voor de concentratie in de klas. Maar de uitspraak over welzijn vraagt om meer nuance. Problematisch smartphonegebruik hangt samen met mentale klachten, terwijl uit onderzoek niet blijkt dat een strenger schoolverbod automatisch voor beter welzijn zorgt.

De claim

In een bericht van D66 van 6 oktober zegt Van der Werf dat smartphones funest zijn voor het leren en welzijn van kinderen. De aanleiding is het advies om telefoons gedurende de hele schooldag te verbannen, dus ook tijdens de pauzes.

‘Funest’ betekent zeer schadelijk. Maar ondersteunt onderzoek deze uitspraak ook?

Voor het deel over leren zijn er aanwijzingen te vinden. In een evaluatie van het Kohnstamm Instituut en Oberon uit 2025 rapporteert 75 procent van de ondervraagde middelbare scholen positieve effecten op de concentratie. Voor leerprestaties is dat 28 procent. Dit zijn ervaringen van scholen en geen bewijs dat iedere leerling door het verbod beter presteert.

Vooral de uitspraak over het welzijn van kinderen vraagt om meer onderzoek.

Nuances

Smartphonegebruik en een telefoonverbod zijn twee verschillende onderwerpen. Dat smartphonegebruik schadelijk kan zijn, betekent niet automatisch dat een schoolverbod die schade vermindert. Andersom betekent het ook niet dat smartphones onschadelijk zijn als een verbod geen verbetering oplevert.

Om te onderzoeken of strengere telefoonregels samenhangen met beter welzijn, hebben onderzoekers verschillende soorten schoolverboden met elkaar vergeleken.

Elien Vanluydt is onderzoeker aan het Research Centre for Education and the Labour Market aan Maastricht University en eerste auteur van de studie Disconnect to Reconnect.

In deze studie werden 1.398 leerlingen van 24 Nederlandse middelbare scholen onderzocht. Op negen scholen waren telefoons alleen tijdens de lessen verboden. Op vijftien scholen gold het verbod gedurende de hele schooldag.

Uit het onderzoek bleek dat leerlingen op scholen met een volledig verbod niet duidelijk beter scoorden op levenstevredenheid, eenzaamheid, fysieke klachten, emotionele klachten en vermoeidheid. Ook bij pesten en problematisch socialemediagebruik werden geen significante verschillen gevonden.

Op sommige punten waren de uitkomsten zelfs minder positief. Leerlingen op scholen met een volledig verbod voelden zich minder verbonden met hun leraren. Meisjes op deze scholen voelden zich daarnaast minder verbonden met hun school.

Het onderzoek laat volgens de onderzoekers niet zien dat strengere telefoonregels automatisch voor beter welzijn zorgen. Wel is voorzichtigheid nodig bij het trekken van conclusies. Het onderzoek is een momentopname en kan niet bewijzen dat de verschillen door de telefoonregels worden veroorzaakt.

Vanluydt plaatst de uitspraak van D66 in die context: “De uitspraak is gedaan op basis van het verbod. De internationale trend laat zien dat zo’n strenger verbod niet per se voordelig is voor het welzijn.”

De manier van gebruiken

Bij de gevolgen van smartphones is het belangrijk om onderscheid te maken tussen gewoon gebruik en problematisch gebruik. Bij problematisch gebruik gaat het bijvoorbeeld om jongeren die moeite hebben om hun gebruik te verminderen of andere belangrijke activiteiten verwaarlozen.

Een wetenschappelijke overzichtsstudie uit 2019, waarin 41 onderzoeken werden samengebracht, vond verbanden tussen problematisch smartphonegebruik en depressieve klachten, angst, stress en slechter slapen.

Dat betekent niet automatisch dat smartphones deze klachten veroorzaken. De meeste onderzoeken waren momentopnames. Daardoor blijft onduidelijk of problematisch gebruik leidt tot mentale klachten, of dat jongeren met mentale klachten juist vaker problematisch gebruik ontwikkelen.

Ook Vanluydt waarschuwt ervoor om smartphones als de enige verklaring voor een verminderd welzijn van jongeren te zien.

“Het verhaal lijkt iets genuanceerder. We zien dat ook andere factoren zoals de toegenomen prestatiedruk en recente oorlogs-, klimaat- en woningcrisissen wellicht een rol spelen in de ongunstige trends in welzijn van kinderen”, vertelt zij.

Volgens haar is het daarom te simpel om alle problemen rondom het welzijn van jongeren aan smartphones toe te schrijven.

Een verbod is geen wondermiddel

Ook onderzoek naar de gevolgen van een schoolverbod laat zien dat de effecten niet altijd zijn zoals verwacht.

Een evaluatie van de Universiteit Gent laat zien dat leerlingen sinds de invoering van het algemene smartphoneverbod hun telefoon minder gebruiken op school, maar buiten school juist meer. Het totale gebruik op een schooldag bleef daardoor ongeveer gelijk.

Ook de algemene mentale gezondheid van leerlingen verbeterde niet. Daarnaast rapporteerden leerlingen iets meer problematisch smartphonegebruik en cyberpesten. De onderzoekers benadrukken daarom dat alleen een verbod niet voldoende is en dat scholen ook aandacht moeten besteden aan bewust smartphonegebruik.

Dat sluit aan bij de voorzichtigheid die Vanluydt uitspreekt over strengere telefoonregels.

“De smartphoneregel is geen wonderoplossing, terwijl dat nu zo wel een beetje wordt voorgesteld om het welzijn van jongeren te verbeteren. Maar dat is zeker niet ondersteund door het onderzoek”, zegt zij.

De gegevens uit haar onderzoek werden relatief kort na de invoering van de Nederlandse telefoonregels verzameld. Mogelijk worden effecten pas op langere termijn zichtbaar. Daarom vinden de onderzoekers het belangrijk om de gevolgen van deze regels te blijven onderzoeken.

Conclusie: te kort door de bocht

Er zijn aanwijzingen dat het verbannen van telefoons uit de klas voordelen heeft voor de concentratie. Voor het welzijn van jongeren ligt het ingewikkelder.

Problematisch smartphonegebruik hangt samen met mentale klachten, maar dat betekent niet dat ieder gebruik schadelijk is. Bovendien laat onderzoek niet zien dat een volledig telefoonverbod op school automatisch voor beter welzijn zorgt.

De uitspraak van D66 dat smartphones ‘funest’ zijn voor het welzijn van kinderen is daarom te kort door de bocht. De gevolgen van smartphonegebruik zijn niet voor iedereen hetzelfde en ook andere factoren spelen een rol in het welzijn van jongeren.

Een schoolverbod kan helpen om telefoongebruik tijdens schooltijd te beperken, maar is geen bewezen oplossing voor alle problemen rondom het welzijn van jongeren.

Over de auteur