De gletsjers in de Alpen worden steeds kleiner. Vooral de afgelopen jaren is het verschil goed zichtbaar. Het verdwijnen van de gletsjers is niet alleen een probleem voor de natuur, maar kan ook gevolgen hebben voor de wintersport.
Volgens Arjen de Graaf, woordvoerder van de Nederlandse Ski Vereniging, zijn gletsjers een duidelijke indicator van de opwarming van de aarde. De gevolgen van het verdwijnen gaan volgens hem verder dan alleen de wintersport. ‘Dat kan natuurlijk uiteindelijk het hele ecosysteem beïnvloeden’, zegt hij. Ook rivieren zijn afhankelijk van smeltwater uit de gletsjers. De Zwitserse gletsjers verloren deze zomer 5,5 procent van hun ijsmassa. Op sommige gletsjertongen verdween tot tien meter ijs.
Toch ziet De Graaf de afnemende sneeuwzekerheid voor de wintersport op dit moment niet als een groot probleem. Volgens hem gaan de meeste skigebieden nog steeds volgens planning open en dicht. Wel schuift het sneeuwdek langzaam omhoog doordat de temperaturen stijgen. ‘Warmte en sneeuw gaan niet goed samen’, zegt hij.
Kunstsneeuw speelt daarbij een rol, maar volgens De Graaf wordt die niet alleen gebruikt om een gebrek aan natuurlijke sneeuw op te vangen. De sneeuw wordt vooral ingezet om aan het begin van het seizoen een stevige basislaag op pistes te creëren en de kwaliteit van de pistes op peil te houden.
Voor de gletsjers zelf is het toekomstbeeld minder positief. Sommige kleine gletsjers zijn inmiddels verdwenen. Andere kunnen volgens De Graaf binnen enkele jaren verdwijnen, terwijl grotere gletsjers mogelijk nog tientallen jaren blijven bestaan.
De Graaf noemt de gletsjers een belangrijke waarschuwing voor klimaatverandering. ‘Dit is een van de plekken op de wereld waar je als eerste de gevolgen van die klimaatverandering ziet.’