OnAir

Selecteer Pagina

Factcheck: Ruim de helft van alle bijstandsgerechtigden is buiten Europa geboren

Factcheck: Ruim de helft van alle bijstandsgerechtigden is buiten Europa geboren

Euro briefjes

 

Volgens Milan Schenk, Tweede Kamerlid namens de FVD, is inmiddels ruim de helft van de ”bijstandstrekkers” buiten Europa geboren. Zijn Facebookpost luidt als volgt: ”Wie spreekt over uitvoeringsproblemen in de sociale zekerheid, spreekt over de gevolgen van massa-immigratie voor het stelsel. CBS-cijfers tonen aan dat de grote toename van jongeren in de bijstand is te verklaren door de instroom van immigranten, terwijl inmiddels ruim de helft van alle bijstandstrekkers in Nederland buiten Europa geboren is.”

Het Aantal mensen met bijstand stijgt 3 jaar op rij, vooral onder jongeren. Volgens de cijfers van het CBS zitten er op dit moment 413.000 mensen in de bijstand en is ruim de helft, 210.000 mensen, buiten Europa geboren.

Volgens Jannelien Bouter, expert in sociaaljuridische dienstverlening, is de stijging van het aantal jonge bijstandsgerechtigden in de praktijk duidelijk merkbaar. Zij zegt dagelijks veel aanvragen te zien van jongeren tussen de 18 en 25 jaar. Volgens haar gaat het daarbij vaak om jongeren die niet studeren, na hun studie geen werk hebben gevonden of zelf denken dat ze geen baan kunnen vinden.

Deze stijging onder jongeren betekent volgens Bouter niet automatisch dat deze groep voornamelijk uit jongeren met een migratieachtergrond bestaat. ”Bij jongeren zie je juist vaak dat ze in Nederland geboren zijn,” vertelt ze. Volgens haar gaat het regelmatig om jongeren die nog thuis wonen en bij wie het nog niet lukt om zelfstandig te solliciteren.

Statushouders in de bijstand

Volgens Bouter kunnen de cijfers over de stijging van het aantal bijstandsgerechtigden niet zomaar aan immigratie worden toegeschreven. Om de uitspraak van Schenk verder te beoordelen, is het belangrijk om te kijken naar de verschillende groepen binnen de totale bijstandspopulatie.

Er zijn namelijk belangrijke nuances binnen de cijfers, want binnen de groep bijstandsgerechtigden spelen statushouders een belangrijke rol. Ongeveer één op de vijf bijstandsgerechtigden is statushouder of was dat eerder, blijkt uit cijfers van Atlas Research. Op het moment dat de statushouders door een gemeente zelfstandig worden gehuisvest, stromen zij voor bijna 85% tot 90% in de bijstand om de huur en vaste lasten te kunnen betalen. Toch laten de cijfers zien dat nieuwe groepen statushouders de afgelopen jaren steeds sneller de weg naar de arbeidsmarkt vinden.

Van nieuwkomer naar werkende

Hoe langer statushouders in Nederland zijn, hoe groter het aandeel dat uit de bijstand stroomt, omdat werk hun belangrijkste inkomstenbron wordt. Als we bijvoorbeeld kijken naar de groep die in 2014 een status kreeg en langdurig is gevolgd door de Sociaal-Economische Raad (SER), zat anderhalf jaar na aankomst nog 89% in de bijstand. Na tien jaar is dit gedaald naar minder dan 35%. Voor de meerderheid van deze groep is betaald werk inmiddels de belangrijkste inkomstenbron geworden. De weg naar betaald werk verloopt echter niet voor iedereen even snel. Taalbarrières en het erkennen van buitenlandse diploma’s kunnen het vinden van een baan bemoeilijken. Volgens Bouter stromen jongeren het snelst weer uit de bijstand en blijven ouderen langer hangen.

Waarom de bijstand niet het eindstation is

Voor veel statushouders is de bijstand een tijdelijke, bijna noodzakelijke inkomensvoorziening tijdens de periode waarin ze hun leven in Nederland opbouwen. Ze moeten bijvoorbeeld nog Nederlands leren, een opleiding volgen of hun buitenlandse diploma laten erkennen. Bovendien is de bijstand geen voorziening voor degenen die voldoende eigen inkomen hebben. Statushouders moeten voldoen aan de algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van de uitkering. Ze moeten zich inspannen om werk te vinden, passend werk accepteren en meewerken aan activiteiten die de gemeente aanbiedt om hen richting de arbeidsmarkt te begeleiden. Voor veel statushouders is de bijstand dus een tijdelijke inkomensvoorziening tijdens de overgang naar werk, in plaats van een blijvende inkomstenbron.

Conclusie

De uitspraak van Schenk is deels waar, maar te stellig. Het klopt dat ruim de helft van de bijstandsgerechtigden buiten Europa is geboren. Dat betekent echter niet dat de recente stijging van het aantal jongeren in de bijstand door immigratie wordt veroorzaakt. De bijstandspopulatie bestaat uit verschillende groepen, waaronder ook mensen die in Nederland zijn geboren. Jannelien Bouter ziet in de praktijk bovendien veel jongeren die in Nederland zijn geboren en toch in de bijstand terechtkomen.

Ook statushouders vormen een belangrijke groep binnen de bijstand. Een groot deel ontvangt na huisvesting in een gemeente een bijstandsuitkering, maar naarmate zij langer in Nederland zijn, neemt het aandeel met een bijstandsuitkering af en groeit het aandeel dat betaald werk heeft. De cijfers laten daarmee wel zien dat mensen met een migratieachtergrond een aanzienlijk deel van de bijstandspopulatie vormen, maar ze bewijzen niet dat de stijging van het aantal jonge bijstandsgerechtigden door immigratie wordt veroorzaakt.

Over de auteur