In de talkshow Pauw & De Wit werd gesproken over de invloed van AI op de huisartsenzorg. De stelling daarbij was dat mensen hun klachten steeds vaker aan bijvoorbeeld ChatGPT voorleggen en vervolgens het advies krijgen om contact op te nemen met de huisarts. Dat zou bijdragen aan de druk op huisartsen. Maar is daar ook daadwerkelijk bewijs voor?
AI wordt steeds vaker gebruikt in de zorg
Dat AI een grotere rol speelt binnen de huisartsenzorg, staat wel vast. Uit onderzoek van Nivel onder ruim 800 huisartsenpraktijken blijkt dat bijna de helft van de praktijken inmiddels gebruikmaakt van een AI-ondersteunde digitale toepassing. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om toepassingen voor administratieve taken, maar ook om digitale ondersteuning bij contact met patiënten.
Dat onderzoek zegt echter niets over patiënten die zelf ChatGPT gebruiken om hun klachten te beoordelen. Dat bevestigt ook Jelle Keuper, onderzoeker bij Nivel en betrokken bij het onderzoek. Hij laat weten dat het onderzoek uitsluitend keek naar de ervaringen van huisartsen(praktijken) en niet naar het gebruik van generatieve AI door patiënten. Daarmee kan het onderzoek van Nivel dus niet worden gebruikt als bewijs dat ChatGPT voor meer huisartscontacten zorgt.
Huisartsen krijgen wel veel zorgvragen
Er zijn wel aanwijzingen dat de druk op de huisartsenspoedzorg hoog is. Uit de benchmark van brancheorganisatie InEen blijkt dat het aantal patiëntcontacten bij huisartsenspoedposten in 2025 met 2 procent is gestegen. Het aantal triagecontacten, Triagecontacten zijn de contactmomenten in de zorg waarbij een zorgverlener de urgentie van een medische klacht beoordeelt, nam met 3 procent toe. Tegelijkertijd wordt digitale zelftriage, het proces waarbij je zelf online of via een app beoordeelt hoe urgent een medische klacht is, steeds vaker ingezet. Dat lijkt op het eerste gezicht aan te sluiten bij de claim. Toch betekent een stijging van het aantal contacten niet automatisch dat AI hiervoor verantwoordelijk is.
InEen noemt namelijk verschillende ontwikkelingen die invloed hebben op de huisartsenspoedzorg. Bovendien wordt digitale zelftriage niet hetzelfde als ChatGPT. Bij digitale zelftriage gaat het om specifieke systemen die patiënten helpen bepalen welke zorg zij nodig hebben.
AI is niet hetzelfde als digitale triage
Dat onderscheid is belangrijk voor deze factcheck. Het begrip AI is breed. Ook Keuper wijst daarop. Volgens hem is er geen eenduidige definitie van wat in de huisartsenzorg precies onder AI valt.
Een speciaal ontwikkeld triagesysteem, een digitale doktersassistent en ChatGPT zijn dus niet automatisch hetzelfde. Als wordt onderzocht of ‘AI’ zorgt voor meer huisartscontacten, moet eerst duidelijk zijn over welke toepassingen het gaat.
Ook Thuisarts.nl gebruikt bijvoorbeeld een AI-assistent. Die is bedoeld om informatie over gezondheidsklachten te geven, maar stelt volgens Thuisarts geen diagnose en bepaalt niet of iemand met spoed medische hulp nodig heeft.
Geen bewijs voor oorzaak-gevolg
De belangrijkste vraag is daarom niet of AI wordt gebruikt, maar of AI aantoonbaar leidt tot meer huisartscontacten. Daarvoor is op dit moment geen duidelijk bewijs gevonden. Het Nivel-onderzoek heeft dit niet onderzocht. De cijfers van InEen laten wel een stijging van het aantal contacten zien, maar tonen niet aan waardoor die stijging wordt veroorzaakt.
Keuper benadrukt bovendien dat het aantonen van een oorzaak-gevolgrelatie ingewikkeld is. Naast AI spelen volgens hem bijvoorbeeld andere technologieën, veranderingen in de patiëntenpopulatie en taakverschuivingen vanuit de tweedelijnszorg een rol bij de werkdruk van huisartsen. Om een directe oorzaak-gevolgrelatie goed vast te stellen, zou eigenlijk experimenteel onderzoek nodig zijn.
Conclusie
De uitspraak dat AI huisartsen overbelast doordat mensen na een AI-advies sneller bellen, is op dit moment niet hard te maken. Het gebruik van AI in de huisartsenzorg neemt toe en ook het aantal patiëntcontacten bij de huisartsenposten is gestegen. Maar uit de beschikbare onderzoeken blijkt niet dat deze twee ontwikkelingen rechtstreeks met elkaar samenhangen.
Het onderzoek van Nivel gaat niet over patiënten die ChatGPt gebruiken en de cijfers van InEen tonen alleen aan dat het aantal contacten stijgt. Andere factoren kunnen daar ook een rol in spelen. Ook is het begrip AI te breed om zonder verdere afbakening conclusies over te trekken.
