Veel jongeren hebben een bijbaan of werken met een tijdelijk contract. Maar wat gebeurt er als je contract afloopt en je niet meteen een nieuwe baan hebt? Heb je dan een goede buffer om op terug te vallen? Op 7 oktober 2026 gaat het in de talkshow Pauw & De Wit over veranderingen in de sociale zekerheid, waaronder de WW. Aan tafel zitten onder andere Hans Spekman (FNV-voorzitter) en Nine Kooiman (FNV-vicevoorzitter). Die discussie vormt de aanleiding om te onderzoeken of jongeren met flexibele contracten minder goed beschermd zijn als ze hun baan verliezen. De claim in deze factcheck is een eigen formulering en geen letterlijk citaat van een talkshowgast.
Wat zeggen de cijfers over baanverlies?
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert op 24 september 2026 cijfers over werknemers die in 2025 hun baan verloren. Bij 22,7% van de werknemers met een flexibel contract is het aflopen van een tijdelijk contract de belangrijkste reden om te stoppen met werken. Van de werknemers die om deze reden stoppen met werken heeft 57% het volgende kwartaal geen werk meer. Dat is ongeveer drie maanden later. Deze groep bestaat uit mensen die werkloos zijn, maar ook uit mensen die niet meer op zoek zijn naar werk. Het betekent dus niet automatisch dat iedereen zonder inkomen zit. De cijfers laten zien dat het aflopen van een tijdelijk contract gevolgen kan hebben voor iemands werkzekerheid. Ze zeggen alleen nog niet specifiek iets over jongeren. Ook vergelijken ze niet direct hoe goed werknemers met een vast contract financieel beschermd zijn.
Zijn jongeren extra kwetsbaar?
Jongeren hebben relatief vaak een flexibel contract. Volgens het UWV zijn er eind 2025 46.889 WW-uitkeringen aan jongeren. Dat is 8% meer dan eind 2024. Het UWV geeft aan dat jongeren kwetsbaar kunnen zijn voor economische veranderingen, omdat ze vaak flexibel werken. Deze cijfers laten zien dat jongeren gebruik maken van de WW en dat het aantal uitkeringen stijgt. Ze vertellen alleen niet hoeveel jongeren na baanverlies géén recht hebben op een uitkering. Daarvoor zijn meer gegevens nodig over hun contracten en hun situatie nadat ze werkloos raken.
Welke bescherming biedt de WW?
De WW staat voor Werkloosheidswet. Dit is een regeling die ervoor zorgt dat mensen die hun baan verliezen tijdelijk een uitkering kunnen krijgen. Zo hebben ze nog inkomen terwijl ze op zoek gaan naar nieuw werk. Je hebt niet automatisch recht op WW: je moet aan bepaalde voorwaarden voldoen. Een tijdelijk contract betekent niet automatisch dat je geen WW krijgt. Volgens het UWV kun je na afloop van je contract een uitkering aanvragen als je aan de voorwaarden voldoet. Een belangrijke voorwaarde is dat je in de laatste 36 weken minimaal 26 weken hebt gewerkt. Ook moet je aan andere voorwaarden voldoen, zoals het verliezen van voldoende arbeidsuren en beschikbaar zijn voor werk. Voor jongeren die nog niet zo lang werken, kan het lastiger zijn om aan de voorwaarden te voldoen. Arbeidsrechtadvocaat Petra Willems van LWRYS Advocaten legt uit dat werknemers met flexibele contracten juridisch niet automatisch minder goed beschermd zijn. Het verschil zit volgens haar vooral in de onzekerheid over de voortzetting van werk en de onderhandelingspositie. Jongeren met een kort arbeidsverleden hebben daarnaast vaak maar drie maanden recht op WW.
Wat doet de overheid?
De Eerste Kamer stemt op 7 juli 2026 in met de Wet meer zekerheid flexwerkers. Deze wet moet werknemers meer zekerheid geven over hun inkomen en werktijden. Een deel van de maatregelen gaat naar verwachting op 1 januari 2028 in. Dat de overheid deze wet invoert, laat zien dat er aandacht is voor de onzekerheid van flexwerkers. Het bewijst alleen niet dat jongeren bij baanverlies daadwerkelijk minder goed financieel beschermd zijn.
Conclusie
Jongeren met flexibele contracten lopen risico om na baanverlies zonder werk te zitten, maar of zij daardoor ook financieel slechter beschermd zijn, is niet bewezen. Uit cijfers van het CBS blijkt dat 57% van de werknemers van wie het tijdelijke contract afloopt, het volgende kwartaal geen werk heeft. Daarnaast kan een kort arbeidsverleden ervoor zorgen dat jongeren geen recht hebben op WW of maar drie maanden een uitkering krijgen. Toch is een flexibel contract niet automatisch nadelig: ook deze werknemers kunnen recht hebben op een WW-uitkering. De beschikbare cijfers laten bovendien niet zien of jongeren met flexibele contracten vaker zonder inkomen zitten dan jongeren met een vast contract. De claim is daarom deels waar. Jongeren met flexibele contracten kunnen kwetsbaar zijn bij baanverlies, maar dat zij daadwerkelijk slechter financieel beschermd zijn dan werknemers met een vast contract is niet naar vast te stellen.