Spotlight

Selecteer Pagina

Stedelijke rivieren en hun invloed op het klimaat

Stedelijke rivieren en hun invloed op het klimaat

Nederland moet in 2030 de productiecapaciteit voor drinkwater met ongeveer 102 miljoen kubieke meter per jaar uitbreiden. Dat staat in de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat die vorige week op Prinsjesdag werd gepresenteerd. Om aan die groeiende vraag te kunnen voldoen zijn voldoende en schone waterbronnen nodig. Maar de vraag is of deze bronnen er wel zijn.

Stoffen in het water

De druk op de drinkwatervoorziening ontstaat volgens wateronderzoeker Charlotte Offringa aan meerdere kanten. ‘We zien bijvoorbeeld dat de bronnen die we gebruiken voor drinkwaterproductie steeds vervuilder raken’, zegt Offringa. ‘Er zijn veel boeren in Nederland die overvloedig bestrijdingsmiddelen gebruiken en die komen vervolgens allemaal in oppervlaktewater terecht.’

Dat is ongunstig, want dat oppervlaktewater is precies het water dat ook gebruikt wordt om drinkwater van te maken. Ook medicijnresten en PFAS worden aangetroffen in Nederlands water. Al deze verschillende onnatuurlijke stoffen moeten uit het water gehaald worden voordat het als drinkwater gebruikt kan worden. Hierbij geldt dat hoe hoger de hoeveelheid onwenselijke stoffen, des te moeilijker het water schoon te maken is.

Oppervlaktewater vraagt om meerdere zuiveringsstappen. Vervuild water wordt op meerdere punten in het land ingenomen, waarna het een fabriek in gaat. Daarna stroomt het door allemaal verschillende stadia heen tijdens de reiniging. Al deze stappen hebben een verschillende functie. Zo is er een stap die ervoor zorgt dat PFAS en medicijnresten eruit gehaald worden en weer een andere stap die ervoor zorgt dat de algen weg worden gefilterd. ‘Ieder waterdeeltje en iedere waterdruppel moet door alle stappen heen,’ benadrukt Offringa.

Meer vraag naar drinkwater

Het verkrijgen van zuiver water wordt dus steeds lastiger. Tegelijkertijd neemt de vraag naar drinkwater toe, aldus het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daarom wordt niet alleen gewerkt aan de uitbreiding van de productiecapaciteit, maar ook aan het verminderen van het watergebruik.

Volgens Offringa is het niet zo dat Nederland binnenkort al zonder drinkwater komt te zitten. De huidige drinkwaterbedrijven kunnen de zomerse vraag volgens haar nu nog aan. Wel moeten er snel maatregelen worden genomen om ook op langere termijn voldoende water beschikbaar te houden.

Meer ruimte voor rivieren

Een van de manieren om water langer vast te houden, is volgens Offringa het natuurlijker maken van rivieren en kanalen die in het verleden door de mens juist zijn gemodificeerd. ‘Als je ervoor kan zorgen dat rivieren een meer natuurlijke stroming terugkrijgen of je ze op een natuurlijke manier kan laten meeanderen wordt daarmee de waterkwaliteit van die rivier ook beter. Dat kan zeker bijdragen aan de drinkwaterbeschikbaarheid’, vertelt Offringa.

Schoon oppervlaktewater van bijvoorbeeld rivieren of beekjes is makkelijker te gebruiken als bron voor drinkwater dan vervuild oppervlaktewater. Een natuurlijke herinrichting van wateren kan dus zowel invloed hebben op de hoeveelheid water als op de kwaliteit ervan. Daarmee is het probleem echter niet opgelost. Een rivier kan niet zelf voorkomen dat vervuilende stoffen in het water terechtkomen.

Grenzen aan hulp van natuurlijke rivieren

Een deel van het rivierwater dat Nederland binnenstroomt komt uit het buitenland. Denk bijvoorbeeld aan de Rijn die vanuit Duitsland het land instroomt. Als dat water bij binnenkomst al vervuild is, moeten die stoffen alsnog uit het water gehaald worden voordat het geschikt is voor drinkwaterproductie, ook al stroomt het in Nederland door een natuurlijke rivier.

Ook landbouw en industrie blijven invloed hebben op de kwaliteit van oppervlaktewater. Volgens Offringa is het daarom belangrijk om niet alleen te kijken naar de inrichting van rivieren, maar ook naar de bronnen van vervuiling. Natuurlijke rivieren zijn daarmee geen volledige oplossing voor de toekomstige drinkwatervoorziening. Nederland moet volgens Offringa zowel zorgen voor schonere waterbronnen als het gebruik van drinkwater beperken.

Niet alleen meer produceren

Ook de overheid zet op beide kanten in. Naast de uitbreiding van de productiecapaciteit wordt toegewerkt naar een lager drinkwatergebruik. Voor huishoudens is het doel om in 2035 uit te komen op maximaal 100 liter drinkwater per persoon per dag.

Volgens Offringa is het belangrijk om nu maatregelen te nemen om te voorkomen dat de drinkwatervoorziening over ongeveer tien jaar in de knel komt. Het natuurlijker maken van rivieren kan daar volgens haar onderdeel van zijn, maar alleen als ook de kwaliteit van het water wordt beschermd. De toekomstige drinkwatervoorziening hangt daarmee niet alleen af van hoeveel water Nederland beschikbaar heeft, maar ook van de kwaliteit van dat water.

—

Verslaggever Lola Keverkamp was aanwezig bij de “Bringing urban rivers back to life” over het algemene nut van stedelijke rivieren. Luister hieronder naar de audioreportage van het evenement. 

 

 

Over de auteur

Lola Keverkamp

Lola Keverkamp is een 20 jarige student journalistiek aan de Hogeschool Utrecht met een audiovisuele achtergrond. De helft van de tijd woont ze in Abcoude en de andere helft in Amsterdam Oost. Ze is geïnteresseerd in films, mode en muziek. Ze zou later het liefst in de televisie sector willen werken, zowel voor als achter de schermen lijkt haar leuk. Op het moment maakt ze nieuws vanuit Nieuwegein.