Het dilemma van de Winterkouderegeling

Het dilemma van de Winterkouderegeling

In de dagopvang van de Pauluskerk in Rotterdam kunnen dak- en thuislozen dagelijks terecht. Bron: Merlin de Vries

Nog steeds sterven dak- en thuislozen ’s winters van de kou. Daarom geldt van 1 november tot 31 maart een Winterkouderegeling (WKR). Hoewel belangenorganisaties lobbyen voor het permanent openen van deze WKR-opvangen in de winterperiode, hebben gemeenten verschillende redenen om dit niet te doen.

Om te voorkomen dat mensen gezondheidsschade krijgen of overlijden vanwege winterweer, is de Winterkouderegeling in het leven geroepen. WKR-opvangen openen van 1 november tot 31 maart hun deuren voor iedereen die in de winter buiten moet slapen. Terwijl reguliere winteropvangen soms voorwaarden stellen voor toegang, zouden WKR-opvangen voorwaardevrij en voor iedereen toegankelijk moeten zijn.

Er zijn twee vormen waartussen gemeenten kunnen kiezen als het gaat om het openen van de WKR-opvang. Eén optie is het permanent openen van de WKR-opvang tussen 1 november en 31 maart. Belangenorganisaties voor dak- en thuislozen, zoals Dakloosheid Voorbij! en Netwerk DAK, zijn voorstanders van deze optie. Toch kiezen de meeste gemeenten voor de tweede optie. Deze optie houdt in dat de WKR-opvangen openen zodra de gevoelstemperatuur naar nul graden zakt of wanneer er sprake is van andere slechte weersomstandigheden. Gemeenten hebben verschillende redenen waarom zij de WKR-opvang niet permanent openstellen in de winterperiode.

In de gemeente Utrecht zijn financiële overwegingen de grootste reden voor het niet permanent openen van de WKR-opvang. Dat stelt Floor van Twuijver. Als D66-raadslid in de gemeente Utrecht houdt zij zich bezig met maatschappelijke opvang. ‘Het permanent openhouden van de Winterkouderegeling-opvang kost gewoon geld. Dat geld gaat weer ten koste van iets anders’, zegt Van Twuijver. Waarom Utrecht dat geld niet besteedt aan de permanente openstelling, heeft volgens Van Twuijver te maken met de effectiviteit van de openstelling: ‘Je gaat nooit genoeg kunnen opvangen. Hoe zetten we dan de middelen die we binnen Utrecht hebben in, zodat we in ieder geval de meest kwetsbaren zo effectief mogelijk kunnen helpen?’

In de gemeente Amsterdam is de aanzuigende werking vooral een belangrijke reden voor het niet permanent openen van de WKR-opvang, vertelt Marjolijn van Goethem. Van Goethem is senior woordvoerder van de Amsterdamse wethouder voor asiel en opvang, Zita Pels. ‘Helaas zien we dat mensen zich bij onze opvang melden met het bericht dat ze elders in het land de tip hebben gekregen naar Amsterdam te gaan, want daar wordt je wel opgevangen’, zegt Van Goethem. ‘Natuurlijk zouden wij graag zien dat in de winter niemand op straat of in een tentje slaapt. Helaas hebben wij niet de middelen of mogelijkheden om nóg ruimhartiger te zijn.’

Ondanks de argumenten van gemeenten om de WKR-opvangen afhankelijk van de weersomstandigheden te openen, is een permanente openstelling volgens belangenorganisaties noodzakelijk. Verslaggever Merlin de Vries zocht uit welke redenen de belangenbehartigers hiervoor hebben.

Over de auteur

Merlin de Vries

Merlin (2004) is een eerstejaars journalistiek student aan de Hogeschool van Utrecht. Hiervoor heeft ze Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie gestudeerd aan de Universiteit van Leiden. Merlin hoopt deze twee studies te combineren om de ongehoorde en niet goed gehoorde verhalen en perspectieven te vertellen. Ze hoopt hiermee te laten zien dat meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. merlin.devries@student.hu.nl