Afgelopen 22 september is in Nederland een handelsverbod van kracht geworden op goederen uit onrechtmatige Israëlische nederzettingen. Met de maatregel wil de overheid voorkomen dat Nederland bijdraagt aan het in stand houden van de illegale, Israëlische bezettingen, een verplichting die voortvloeit uit het internationaal recht. De maatregel ging in tijdens de Nationale Vredesweek, maar in gebruikt de Nederlandse overheid het internationale recht eigenlijk om bij te dragen aan internationale vrede?
De nieuwe handelsbeperkingen gelden voor ingevoerde, gekochte of verkochte producten uit onrechtmatige Israëlische nederzettingen in de Palestijnse gebieden. De maatregel moet een economisch, maar vooral ook politiek signaal afgeven dat Nederland het Israëlische beleid niet steunt. Andere Europese landen, zoals Spanje, België en Frankrijk hebben gelijke maatregelen ingevoerd of dit aangekondigd.
Te kleine stap
Nils Brenkman, bestuurslid van BDS Nederland, is blij met het nieuwe handelsverbod, maar benadrukt ook dat de maatregel volgens hem nog onvoldoende is: ‘Het is iets waar we lang voor gestreden hebben en het is een stapje, maar het is een heel klein stapje.’ Volgens Brenkman zou het verbod ook moeten gelden op diensten en investeringen in onrechtmatige Israëlische nederzettingen. Deze activiteiten worden op dit moment door de overheid wel ontmoedigd, maar vallen niet onder het handelsverbod
Meer doen aan internationaal recht
Het handelsverbod geeft volgens de Rijksoverheid ‘nadere invulling aan de internationaalrechtelijke verplichting die het heeft om niet bij te dragen aan deze onrechtmatige situatie’. Alette Smeulers is hoogleraar internationale misdrijven aan de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens haar kwam Nederland echter in het verleden, met Den Haag als ‘hoofdstad van het Internationaal recht’, veel meer op voor mensenrechten en het internationale recht: ‘Wat je nu ziet is dat ze dat wat minder doen. En ze zouden heel sterk moeten opkomen voor het internationale recht, de internationale rechtsorde, het internationaal strafhof, het internationaal gerechtshof en die echt beschermen om die rol als juridische hoofdstad van de wereld, ook echt waar te maken’.
Een ernstig alternatief
Smeulers geeft aan dat wanneer Nederland zich harder gaat uitspreken, dit wel met een prijs kan komen: ‘Trump zal daar niet blij mee zijn, als Nederland of Europa dat doet. Maar dat is een prijs die je moet betalen, omdat het alternatief veel ernstiger is.’
Hoe kunnen Nederlandse burgers zelf bijdragen aan vrede in conflictgebieden duizenden kilometers verderop? Verslaggever Eva Langendoen zoekt het uit in de onderstaande videoreportage.
